Archief 745
Inventaris 745-414
Pagina 109
Dossier 17
Jaar 1943
Stadsarchief

Notulen van een vergadering (waarschijnlijk een uittreksel of een specifieke pagina, genummerd "- 7 -").

8 december 1942.

Origineel

Notulen van een vergadering (waarschijnlijk een uittreksel of een specifieke pagina, genummerd "- 7 -"). 8 december 1942. M/H                                - 7 -

Betreffende de vaststelling van voorwaarden voor den opslag/bewaring (met, als
spreker de mededeeling van het Dagelijksch Bestuur goed begrepen heeft, een uitbreiding
van de aansprakelijkheid), verzoekt hij het Bestuur zich daartegen te verzetten, met
ook hier een beroep op stemmen uit deze vergadering. Er is z.i. voor ons geen enkele
aanleiding om voor de aan- en verkoopbureaux der Bedrijfschappen (vroeger Centrales
genoemd) een meer tegemoetkomend standpunt in te nemen dan tegenover particuliere rela-
ties, die steeds genoegen hebben moeten nemen met de bepalingen van het Burgerlijk
Wetboek inzake bewaargeving. Deze bepalingen met de desbetreffende jurisprudentie om-
schrijven onze aansprakelijkheid voldoende scherp en hebben nooit tot moeilijkheden
aanleiding gegeven.

De Bedrijfschappen zijn tenslotte rechtspersonen als alle andere. Spreker heeft zich
destijds met succes verzet tegen een dergelijke uitbreiding van verantwoordelijkheid,
die de Akkerbouw- en Meelcentrale door Mr. Pool, die ook van deze bepalingen wel de
geestelijke vader zal zijn, wilde invoeren. Al zijn de artikelen van het Burgerlijk
Wetboek dan geen dwingend recht, juridisch staan wij z.i. voldoende sterk.

De Heer de Wert deelt mede, dat in Mei van dit jaar een circulaire is uitgegaan van
het Bedrijfschap voor Zuivel, waarbij werd medegedeeld, dat boter in koelhuizen kon
worden opgeslagen tegen nader vast te stellen condities. Had men deze condities van te
voren geweten, dan hadden de koelhuizen zeker niet aan deze opdracht voldaan.
Op verzoek van den voorzitter zal spreker deze kwestie schriftelijk nog nader aan
het secretariaat uiteenzetten.

De Heer Onnes ziet in deze voor 1942 inderdaad voor den boterhandel nog ongunstiger
opslagregeling in de huidige omstandigheden geen direct gevaar voor onze vriesbedrijven.
Dit zal later weer anders worden. Voor het koelen van fruit en het vriezen van visch
moet z.i. het verloop van de boterregeling in elk geval voor oogen worden gehouden.

Naar aanleiding van een opmerking van den Heer Tusenius, dat men hem gezegd had,
dat de voorwaarden, welke het Vee- en Vleeschaankoopbureau aan de koelhuizen wil voor-
schrijven, desnoods door middel van een verordening aan deze zullen worden opgelegd,
stelt spreker de vraag, of het wel mogelijk is eenzijdig van de bepalingen van het
Burgerlijk Wetboek af te wijken.

De Heer van der Jagt antwoordt hierop, dat deze mogelijkheid inderdaad bestaat. Een
dergelijk publiekrechtelijke verordening kan inbreuk maken op bepalingen van aanvullend
recht, zooals die inzake bewaargeving van het B.W. De mogelijkheid is hiermede echter
niet uitgesloten, dat men zich tegen de totstandkoming van een dergelijke verordening
met kracht zou kunnen verzetten, hetgeen dan ook in dit geval zeer zeker aanbeveling
verdient.

Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter omstreeks 4,15 uur de verga-
dering.
                                           's-Gravenhage, 8 December 1942. Dit document betreft een verslag van een zakelijke bespreking over de juridische positie van koelhuis- en vriesbedrijven ten opzichte van de toenmalige "Bedrijfschappen" (semi-overheidsorganen). De kern van het conflict draait om de aansprakelijkheid bij opslag. De aanwezigen maken zich zorgen dat deze organen, zoals het Vee- en Vleeschaankoopbureau, eenzijdig ongunstige voorwaarden opleggen via publiekrechtelijke verordeningen.

De koelhuisexploitanten beroepen zich op het Burgerlijk Wetboek (B.W.) en bestaande jurisprudentie, die zij als voldoende beschouwen. Er is een duidelijke vrees voor overheidsingrijpen dat het reguliere privaatrecht (aanvullend recht) opzij kan schuiven. De toon is formeel en getuigt van een defensieve houding van de private sector tegenover de toenemende regeldruk van de centrale organen. Het document dateert van 8 december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Nederlandse economie nagenoeg volledig "georganiseerd" volgens het Duitse model. De genoemde Bedrijfschappen en Centrales (zoals die voor Akkerbouw, Meel en Zuivel) waren instrumenten van de bezetter om de voedselvoorziening en distributie strak te controleren.

De discussie over opslagvoorwaarden voor boter, vlees en vis is in dit licht zeer relevant: voedsel was schaars en de opslag ervan in koelhuizen was van cruciaal strategisch belang voor zowel de Nederlandse bevolking als de Duitse Wehrmacht. De juridische strijd over verordeningen versus het Burgerlijk Wetboek laat zien hoe de traditionele Nederlandse rechtsorde onder druk stond van de nieuwe, door de bezetter opgelegde bestuursstructuren. De genoemde "Mr. Pool" verwijst vermoedelijk naar Jacobus Pool, een sleutelfiguur binnen de Akkerbouwcentrale in die tijd.

Samenvatting

Dit document betreft een verslag van een zakelijke bespreking over de juridische positie van koelhuis- en vriesbedrijven ten opzichte van de toenmalige "Bedrijfschappen" (semi-overheidsorganen). De kern van het conflict draait om de aansprakelijkheid bij opslag. De aanwezigen maken zich zorgen dat deze organen, zoals het Vee- en Vleeschaankoopbureau, eenzijdig ongunstige voorwaarden opleggen via publiekrechtelijke verordeningen.

De koelhuisexploitanten beroepen zich op het Burgerlijk Wetboek (B.W.) en bestaande jurisprudentie, die zij als voldoende beschouwen. Er is een duidelijke vrees voor overheidsingrijpen dat het reguliere privaatrecht (aanvullend recht) opzij kan schuiven. De toon is formeel en getuigt van een defensieve houding van de private sector tegenover de toenemende regeldruk van de centrale organen.

Historische Context

Het document dateert van 8 december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Nederlandse economie nagenoeg volledig "georganiseerd" volgens het Duitse model. De genoemde Bedrijfschappen en Centrales (zoals die voor Akkerbouw, Meel en Zuivel) waren instrumenten van de bezetter om de voedselvoorziening en distributie strak te controleren.

De discussie over opslagvoorwaarden voor boter, vlees en vis is in dit licht zeer relevant: voedsel was schaars en de opslag ervan in koelhuizen was van cruciaal strategisch belang voor zowel de Nederlandse bevolking als de Duitse Wehrmacht. De juridische strijd over verordeningen versus het Burgerlijk Wetboek laat zien hoe de traditionele Nederlandse rechtsorde onder druk stond van de nieuwe, door de bezetter opgelegde bestuursstructuren. De genoemde "Mr. Pool" verwijst vermoedelijk naar Jacobus Pool, een sleutelfiguur binnen de Akkerbouwcentrale in die tijd.

Locaties

's-Gravenhage (Den Haag).

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe meerdere lingerie
Andries Agsteribbe meerdere lingerie
A. Agsteribbe Waterlooplein " "
A. Boots meerdere visch
A. Boots Waterlooplein visch.
A. Boots. Waterlooplein visch
A. Boots. Waterlooplein visch
A. Bos Waterlooplein groente en fruit
A. Bos Waterlooplein groente en fruit
A.C.J. Stultjes Waterlooplein mosselen
A.C.J. Stultjes mosselen
M. Acohen Waterlooplein Manufacturen
A.F.P. Ploeger-Gevers meerdere kramerijen, huish. art.
J. Premsela meerdere koek gebak
A.G. Ploeger-Gevers meerdere kramersw., huish. art.
A.H.A. Brinkbok meerdere huishoudelijke art.
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hamel Waterlooplein glas, porcel.& aardewerk.
A.H.A. Nolte Waterlooplein groente & fruit.
A. Hendriks Waterlooplein Verdeelvisch
A. Hendriks meerdere verdeelvisch
A. Hes Waterlooplein visch.
Hartog Swart Waterlooplein ged. visch. + geschrapt [K.L.?]
A.K.W. v.d. Linde Waterlooplein Fruit
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6