Getypte doorslag van een verordening (bladzijde 2).
Origineel
Getypte doorslag van een verordening (bladzijde 2). J/Ku. -2-
aangewezen personen en voor deze personen, indien en voor zoover zij
daartoe door of vanwege het Bedrijfschap zijn gemachtigd;
c. voor zoover het betreft het koopen en ontvangen voor door het Bedrijf-
schap aangewezen personen of instellingen.
Artikel 4.
De in artikel 3, lid 2, sub b, bedoelde personen zijn, indien het Be-
drijfschap daartoe aanwijzing geeft, verplicht het gekocht kooiwild voor
eigen rekening in een koel- of vrieshuis op te slaan en na opdracht van
het Bedrijfschap te koop aan te bieden, te verkoopen en af te leveren.
Artikel 5.
1. Het voorhanden en in voorraad hebben van kooiwild in koel- en vries-
huizen is verboden.
2. Het in lid 1 gestelde verbod geldt niet, indien daarvan binnen 7 dagen
na in werking treden dezer verordening en vervolgens telkens binnen door
het Bedrijfschap vastgestelde termijnen, opgave onder vermelding der hoe-
veelheden aan het Bedrijfschap is gedaan op door het Bedrijfschap vastge-
stelde lijsten.
Artikel 6.
1. Het bewerken en verwerken van kooiwild is verboden.
2. Het in lid 1 gestelde verbod geldt niet:
a. voor den eendenkooihouder voor eigen gebruik;
b. voor door het Bedrijfschap aangewezen personen en instellingen.
Artikel 7.
Het Bedrijfschap kan aanwijzingen geven en voorwaarden stellen betreffen-
de het te koop aanbieden, verkoopen, vervreemden, afleveren, koopen, ont-
vangen, voorhanden en in voorraad hebben en het be- en verwerken van
kooiwild. Deze aanwijzingen en voorwaarden kunnen o.a. bepalingen bevat-
ten t.a.v. de hoeveelheid, bestemming en tijdstip.
TITEL III.
Slotbepalingen.
Artikel 8.
Als eendenkooihouder kunnen door het Bedrijfschap slechts worden geregis-
treerd zij, die het houden van een eendenkooi als bedrijf uitoefenen en
aan eventueel door het Bedrijfschap te stellen vereischten voldoen.
Artikel 9.
Indien een registratie, als bedoeld in artikel 8, door het Bedrijfschap
wordt geweigerd, staat van deze beslissing binnen 14 dagen na de schrif-
telijke kennisgeving daarvan beroep open op het Scheidsgerecht, bedoeld
in artikel 13 van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941.
Artikel 10.
Voor zoover noodig in afwijking van eenige andere wettelijke bepaling
blijven de tuchtrechtelijke uitspraken gedaan tegen georganiseerden bij de
Nederlandsche Centrale voor Eieren en Pluimvee ten aanzien van de betrok-
kenen van kracht, voor zoover bij de inwerkingtreding van deze verordening
de straf nog niet ten uitvoer is gelegd.
Artikel 11.
In naar haar oordeel daarvoor in aanmerking komende gevallen of groepen
gevallen kan door het Bedrijfschap onder eventueel daarbij te stellen voor-
waarden, ontheffing worden verleend van de bepalingen van deze verordening.
Artikel 12.
Voor de uitvoering van deze verordening kan het Bedrijfschap tot nadere
voorziening zoo noodig gebruik maken van de Stichtingen Landbouw-Crisis-
organisaties in de onderscheiden provincies. * Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel-juridisch Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "zoover", "koopen", "vereischten").
* Inhoudelijke focus: De verordening legt strikte beperkingen op aan het bezit, de opslag (koeling) en de verwerking van wild uit eendenkooien. Het centraliseert de macht bij het 'Bedrijfschap', dat bepaalt wie mag handelen en onder welke voorwaarden.
* Handhaving en Beroep: Artikel 9 noemt een specifiek 'Scheidsgerecht' voor beroepszaken, en artikel 10 refereert aan tuchtrechtelijke maatregelen van de 'Nederlandsche Centrale voor Eieren en Pluimvee'.
* Uitvoerende instanties: Artikel 12 wijst op het gebruik van provinciale 'Stichtingen Landbouw-Crisisorganisaties' voor de praktische uitvoering. Dit document maakt deel uit van de uitgebreide bureaucratische regelgeving die tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd ingevoerd om de voedselvoorziening volledig te controleren. Eendenkooien waren een belangrijke bron van eiwitten, en door middel van dit soort verordeningen probeerde de overheid (onder toezicht van de bezetter) de zwarte handel te beperken en de distributie te kanaliseren via erkende kanalen. De verwijzing naar het "Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941" plaatst dit document in de context van de gelijkschakeling en centralisatie van de Nederlandse landbouw en visserij tijdens de oorlogsjaren.