Getypte rapportage (waarschijnlijk een uittreksel uit een jaarverslag of bestuursverslag).
Origineel
Getypte rapportage (waarschijnlijk een uittreksel uit een jaarverslag of bestuursverslag). M/N.H. - 3 -
nieuwe seizoen ongunstig zijn.
CONTACT DEPARTEMENTEN, RIJKSBUREAUX EN BEDRIJFSSCHAPPEN.
Hieronder worden eenige der belangrijkste onderwerpen, waarover contact met de overheidsinstanties plaats vond, vermeld:
Vergoeding gereserveerde ruimten.
Zooals reeds terloops werd vermeld in het jaarverslag over 1942 werden in 1943 de redelijke wenschen der Ondervakgroep inzake een vergoedingsregeling voor niet gebruikte gereserveerde ruimten erkend. Over de definitieve regeling zijn nog onderhandelingen gaande.
Opslagcondities voor vleesch.
In het verslag over het jaar 1942 werd reeds medegedeeld, dat de Ondervakgroep over het van het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch ontvangen ontwerp opslagcondities een nota, vergezeld van een tegenontwerp der Ondervakgroep, aan genoemd Bedrijfschap heeft toegezonden.
In Mei 1943 ontving de Ondervakgroep een nieuw ontwerp van het Vee- en Vleeschaankoopbureau alsmede een uitvoerige uiteenzetting van het standpunt van het Vee- en Vleeschaankoopbureau ten opzichte van deze condities. De Raad van Bijstand kon zich evenwel in geen deele vereenigen met de door het Vee- en Vleeschaankoopbureau voorgestelde aansprakelijkheids- en risicoregeling en verdeeling van de bewijslast. Hoewel men ook tegen verschillende andere bepalingen van het ontwerp bezwaren had, werd besloten in een schrijven aan het Vee- en Vleeschaankoopbureau uitsluitend het standpunt van het bestuur inzake het bovenvermelde onderwerp, hetwelk betrekking heeft op de grondbeginselen der opslagvoorwaarden, uiteen te zetten.
Voordat deze brief werd verstuurd, werd deze in concept toegezonden aan de belanghebbende leden.
De uiteindelijke brief werd in Juli verzonden.
Op dit schrijven werd nog geen antwoord ontvangen.
Opslag van boter.
In de maand Juli is door het Bedrijfschap voor Zuivel, zonder dat tevoren het advies was gevraagd van de Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen, een regeling opgesteld inzake de opslag van boter in de koel- en vrieshuizen. In een circulaire over dit onderwerp aan de groothandelaren in boter deelde het In- en Verkoopbureau voor Zuivel o.a. mede, dat boter onder deze regeling uitsluitend zou kunnen worden opgeslagen in een aantal met name genoemde koelhuizen. Hierbij werden niet vermeld enkele koelhuizen, die in het verleden wel boter onder de regeling voor koelhuisboter, zooals die in vorige seizoenen heeft gegolden, hebben opgeslagen.
Als gevolg van een bespreking met genoemd Bedrijfschap waarbij er dezerzijds over is geklaagd, dat over deze aangelegenheid geenerlei contact met de Ondervakgroep was gezocht, heeft het Bedrijfschap toegezegd de aanvankelijk uitgeschakelde bedrijven alsnog te plaatsen op de lijst van koelhuizen, waarin boter onder de regeling zal kunnen worden opgeslagen. Aan deze toezegging is inderdaad uitvoering gegeven.
Aangezien het bestuur evenwel heeft geconstateerd, dat de Bedrijfschappen nog steeds veelal belangrijke maatregelen op het terrein van de koel- en vrieshuizen nemen, zonder dat tevoren het advies van de Ondervakgroep wordt gevraagd, is besloten, deze klacht nog eens in een schrijven onder de aandacht te brengen van den Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening.
Normen van belegging.
Met den Accountantsdienst van de Departementen van Handel, Nijverheid en Scheepvaart en van Landbouw en Visscherij werden besprekingen gevoerd over de normen van belegging, waarvan zal worden uitgegaan bij de opstelling van een door den Accountantsdienst uit te brengen rapport over de tarieven. Ook werd over dit onderwerp een briefwisseling gevoerd, welke nog gaande is.
BEDRIJFSVERGUNNINGEN.
Zoowel aan het Rb. V.V.O. (sedert kort via het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch) als aan de Commissie van Advies Tuinbouw werden vele adviezen uitgebracht over aanvragen voor bedrijfsvergunningen (zoowel inzake uitbreiding van bestaande koelhuizen als inzake nieuwbouw).
Ook werden hierover met het Rb. V.V.O. en met genoemde Commissie besprekingen gevoerd.
Het standpunt van het Dagelijksch Bestuur der Ondervakgroep komt hierop neer, dat in verband met de geringe bezetting der meeste koelhuizen, in de laatste jaren vóór den oorlog onder de huidige omstandigheden in het algemeen weinig behoefte... * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl met de toen gebruikelijke spelling (vleesch, zooals, dezerzijds).
* Bestuurlijke spanningen: Er spreekt een duidelijke frictie uit tussen de 'Ondervakgroep' (die de belangen van de koelhuizen behartigt) en de 'Bedrijfschappen' (overheidsorganen). De Ondervakgroep beklaagt zich erover dat zij vaak gepasseerd worden bij het opstellen van nieuwe regelingen, zoals bij de boteropslag.
* Juridische aspecten: Bij de vleesopslag is er een specifiek conflict over aansprakelijkheid en bewijslast, wat wijst op de risico's van langdurige opslag tijdens oorlogstijd.
* Economische indicatie: De laatste alinea duidt op overcapaciteit in de koelsector ("geringe bezetting der meeste koelhuizen"), wat verklaart waarom men terughoudend was met het verlenen van vergunningen voor nieuwbouw. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren werd de economie strak georganiseerd via een systeem van Rijksbureaux en Bedrijfschappen (de zogenaamde 'Organisatie-Woltersom'). Dit was bedoeld om de distributie en productie te controleren, mede ten behoeve van de Duitse oorlogsvoering, maar ook om de Nederlandse voedselvoorziening draaiende te houden. De "Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening" (destijds de invloedrijke Hans Louwes) was de centrale figuur in dit overleg. De koelhuizen speelden een cruciale rol in het bewaren van strategische voorraden zoals boter en vlees voor de distributie. Bedrijfschap