Getypte brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Getypte brief (ambtelijke correspondentie). 30 september 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, tevens gericht aan de Burgemeester via de wethouder. 48/21/1 M. 30 Septemb. 1943. vD/SV
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
Hiermede heb ik de eer U te be-
richten, dat sedert het voorjaar ten behoeve
van het Wehrmachtsverpflegungshauptamt de
koelcellen 4 en 5 van het koelhuis der
Centrale Markt, zijn gevorderd. Destijds heb
ik reeds aan genoemde Weermachtafdeeling
medegedeeld, dat de cellen in het najaar
weder noodig zouden zijn voor den opslag van
wintergroenten van de bevolking. Men wilde
echter destijds geen toezegging doen dat de
cellen alsdan weer ter beschikking van de Ge-
meente zouden worden gesteld. Het Wehrmachts-
verpflegungshauptamt gebruikt de cellen voor
den opslag van boter, eieren e.d.
Aangezien de Gemeente gedurende den
winter aan deze cellen voor den winteropslag
van groenten dringend behoefte heeft, geef ik
U beleefd in overweging den Burgemeester te
verzoeken bij de bevoegde Duitsche Autoritei-
ten de noodige stappen te doen om deze
vordering ongedaan te maken.
De Directeur, * Inhoud: De directeur van (waarschijnlijk) de Centrale Markt rapporteert een conflict over opslagruimte. Twee koelcellen zijn in het voorjaar van 1943 opgeëist door de Duitse bezetter (het Wehrmachtsverpflegungshauptamt) voor de opslag van boter en eieren. De directeur wijst erop dat deze cellen nu, in het najaar, essentieel zijn voor de opslag van wintergroenten voor de lokale burgerbevolking.
* Kernprobleem: De Duitse instanties weigeren de cellen vrij te geven, ondanks eerdere waarschuwingen dat de gemeente ze in de winter nodig zou hebben.
* Verzoek: Er wordt aangedrongen op politieke interventie door de Burgemeester bij de Duitse autoriteiten om de vordering terug te draaien.
* Taalgebruik: Zeer formeel en hoffelijk ("heb ik de eer U te berichten", "geef ik U beleefd in overweging"), typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, zelfs onder de druk van de bezetting. Dit document stamt uit het vierde jaar van de Duitse bezetting van Nederland (1943). In deze periode nam de schaarste aan voedsel toe en werd de distributie ervan strikt gereguleerd door de gemeente (Wethouder voor de Levensmiddelen). De brief illustreert de constante strijd tussen de behoeften van de bezettingsmacht (de Wehrmacht) en de zorgplicht van het Nederlandse lokale bestuur voor de eigen bevolking. Het Wehrmachtsverpflegungshauptamt was verantwoordelijk voor de voedselvoorziening van de Duitse troepen; dat zij prioriteit gaven aan hun eigen voorraden (boter, eieren) boven de wintergroenten voor de burgers was een veelvoorkomend knelpunt tijdens de oorlogsjaren.