Archiefdocument
Origineel
8 december 1943. De Directeur van de Dienst der Publieke Werken. De Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. [Gedrukte briefkop]
DIENST
DER PUBLIEKE WERKEN
AMSTERDAM
AMSTERDAM, 8 December 1943
Raadhuis.
No. 7299 / Doss. 26 H.
[Getypt onderwerp]
Onderwerp:
Antw. op schrijven
No. 48/24/1 M dd.
27 November 1943.
[Paars stempel met handgeschreven toevoeging]
No. 48/24/2 M. 1943 S/n
[Adresstelling]
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM. W
[Brieftekst]
In antwoord op Uw nevenaangehaald schrijven deel ik U mede, dat de hoeveelheid bruikbare laarzen, waarover mijn Dienst beschikt, thans zoo beperkt is, dat daaraan niets meer kan worden onttrokken. Ik kan dan ook tot mijn spijt niet aan Uw verzoek voldoen.
Ik breng U nog mijn brief van 3 October 1942, No. 7497, in herinnering, waarbij ik U verzocht, de laarzen uitsluitend in geval van sneeuwval te doen verstrekken.
Sch.
De Directeur P.W.,
[Handtekening]
[Handgeschreven notities]
* Rechtsboven (blauwe inkt): Gezien [onleesbaar] 8-1-44
* Linkermarge (bruinrode inkt, verticaal): Maar de laarzen uitsluitend bij sneeuwval schrijven verstrekt. Maar op 24/11-43 [onleesbaar]
* Linksonder (rode inkt): Best. Chef. Wordt hieraan de hand gehouden? 16-12-43 [paraaf]
* Rechtsonder (blauwe inkt/potlood): P.A. Dit document is een formele afwijzing van een aanvraag voor extra werkschoeisel (laarzen). De Dienst der Publieke Werken laat aan de Directeur van het Marktwezen weten dat de eigen voorraad dermate geslonken is dat er geen enkel paar meer kan worden gemist.
Opvallend is de verwijzing naar een eerdere instructie uit 1942: laarzen mochten blijkbaar enkel nog bij sneeuwval worden uitgereikt aan het personeel. Dit duidt op een zeer strikt regime van materiaalbeheer. De handgeschreven opmerking van 16 december 1943 onderaan de brief ("Wordt hieraan de hand gehouden?") suggereert een interne controle bij het Marktwezen om te verifiëren of de schaarse laarzen inderdaad alleen volgens de regels worden gebruikt. De brief is geschreven in december 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze fase van de oorlog was er een nijpend tekort aan vrijwel alle grondstoffen en gebruiksgoederen. Rubber en leer waren strategische materialen die door de bezetter werden gevorderd of simpelweg niet meer geïmporteerd konden worden.
De Jan van Galenstraat 14 was de locatie van de Centrale Markthallen. Het werk daar vond veelal in de kou en nattigheid plaats, waardoor laarzen essentieel waren voor de arbeidsomstandigheden van de marktmeesters en sjouwers. De bureaucratische strijd om een paar laarzen illustreert de diepe materiële nood en de uitputting van de stedelijke voorraden in de latere oorlogsjaren.