Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift met ambtelijke aantekeningen. No. 52/2/41 M. 1943 h/b [stempel/kenmerk]
8 - 8 - '43 [datum rechtsboven]
Mijnheer,
Aangezien Mijn man 17 Juni in krijgsgevangenschap is terug-
gevoerd wilde ik U beleefd vragen om vrijstelling van betaling
van marktgeld tot hij is teruggekomen.
Hoogachtend Mevr: J. Langerhorst-Swaab
Houtrijkstraat 61 II voor -
Alhier.
D.J. Langerhorst, pl 170 Lindengracht
v.v. vrijstellen van betaling marktgeld
vanaf Juni '43. geen schuld.
[Paraaf/Handtekening] 2/9 '43
52/2/41 a [linksonder] Dit document is een aangrijpende getuigenis van de bureaucratische afwikkeling van persoonlijke drama's tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mevrouw Langerhorst-Swaab verzoekt om vrijstelling van het betalen van 'marktgeld' (staangeld voor een marktplaats) omdat haar man op 17 juni 1943 opnieuw in krijgsgevangenschap is afgevoerd.
Het handschrift in het bovenste gedeelte is dat van de verzoekster, terwijl het onderste gedeelte ambtelijke notities bevat. De ambtenaar noteert de specifieke marktlocatie (Lindengracht, plek 170) en adviseert positief op het verzoek ("vrijstellen van betaling... geen schuld"). Het verzoek werd bijna een maand later, op 2 september 1943, officieel afgehandeld. De datum 17 juni 1943 is historisch significant. In het voorjaar van 1943 beval de Duitse bezetter dat voormalige Nederlandse militairen, die in 1940 na de capitulatie waren vrijgelaten, zich opnieuw moesten melden voor krijgsgevangenschap om in Duitsland te gaan werken. Dit leidde tot de bekende April-meistakingen.
D.J. Langerhorst was blijkbaar een van de militairen die aan dit bevel gehoor moest geven of werd opgepakt. Voor zijn gezin betekende dit niet alleen de afwezigheid van een geliefde, maar ook het wegvallen van het inkomen uit de marktstalling op de Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan. Dit document toont hoe de achterblijvers probeerden de financiële lasten te verlichten door formele verzoeken in te dienen bij de gemeentelijke instanties. Mevr. J. Langerhorst-Swaab (verzoekster) D.J. Langerhorst (echtgenoot/marktkoopman).
Samenvatting
Dit document is een aangrijpende getuigenis van de bureaucratische afwikkeling van persoonlijke drama's tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mevrouw Langerhorst-Swaab verzoekt om vrijstelling van het betalen van 'marktgeld' (staangeld voor een marktplaats) omdat haar man op 17 juni 1943 opnieuw in krijgsgevangenschap is afgevoerd.
Het handschrift in het bovenste gedeelte is dat van de verzoekster, terwijl het onderste gedeelte ambtelijke notities bevat. De ambtenaar noteert de specifieke marktlocatie (Lindengracht, plek 170) en adviseert positief op het verzoek ("vrijstellen van betaling... geen schuld"). Het verzoek werd bijna een maand later, op 2 september 1943, officieel afgehandeld.
Historische Context
De datum 17 juni 1943 is historisch significant. In het voorjaar van 1943 beval de Duitse bezetter dat voormalige Nederlandse militairen, die in 1940 na de capitulatie waren vrijgelaten, zich opnieuw moesten melden voor krijgsgevangenschap om in Duitsland te gaan werken. Dit leidde tot de bekende April-meistakingen.
D.J. Langerhorst was blijkbaar een van de militairen die aan dit bevel gehoor moest geven of werd opgepakt. Voor zijn gezin betekende dit niet alleen de afwezigheid van een geliefde, maar ook het wegvallen van het inkomen uit de marktstalling op de Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan. Dit document toont hoe de achterblijvers probeerden de financiële lasten te verlichten door formele verzoeken in te dienen bij de gemeentelijke instanties.