Briefkaart (postzegel van 4 cent met afbeelding van duif/adelaar en opschrift 'Nederland').
Origineel
Briefkaart (postzegel van 4 cent met afbeelding van duif/adelaar en opschrift 'Nederland'). B. Kalker-Hemelrijk, Amstel 87 II, Amsterdam. Gedrukte en gestempelde tekst (bovenzijde):
No. 52/1/20M. 1943 $^4/_3$ [handgeschreven toevoeging]
WINTERHULP-LOTERIJ 1942
[Afbeelding van enveloppen en een varken]
UW KANS 1 OP 3
BRIEFKAART
NEDERLAND 4 CENT
Poststempel: AMSTERDAM-C.S. 3.III. 1943 19-20
Handgeschreven notities (linkerzijde):
opg. in deze dag
9/3 '43 [Initialen]
genoteerd
opbergen, is vrijgesteld
AB. 31/3 '43.
Adressectie (rechterzijde):
AAN
Het Marktwezen
Jan v. Galenstr 14
A. Dam. (West)
Afzendersectie (onderzijde):
Afzender: B Kalker Hemelrijk
Adres: Amstel 87 II
Pla. M. Kinsbergen [geschreven over de voorgedrukte tekst 'Pla.']
Hoogte Kadijk 101 III v.
Rechtsonder:
K 2401 * Administratieve verwerking: De kaart is gericht aan de gemeentelijke dienst 'Het Marktwezen', die gevestigd was bij de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De diverse data (3 maart, 9 maart, 31 maart 1943) tonen de administratieve route van het document.
* Kernboodschap: De meest cruciale notitie is de handgeschreven tekst "opbergen, is vrijgesteld". In de context van 1943 duidt dit op een (tijdelijke) vrijstelling van deportatie of dwangarbeid voor de genoemde personen.
* Personen: Er worden twee namen genoemd: B. Kalker-Hemelrijk (Amstel 87) en M. Kinsbergen (Hoogte Kadijk 101). Dit zijn Joodse Amsterdammers die trachtten via hun werk of connecties bij het Marktwezen een 'Sperre' (vrijstelling) te verkrijgen.
* Propaganda: Het stempel van de 'Winterhulp-Loterij 1942' is een voorbeeld van de nationaalsocialistische invloed op het dagelijks postverkeer tijdens de bezetting. Dit document biedt een aangrijpend inkijkje in de bureaucratische realiteit van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het voorjaar van 1943 was de deportatie van de Joodse bevolking in volle gang. Joodse marktkooplieden en medewerkers probeerden via het Marktwezen hun status te officialiseren om uitstel van deportatie te krijgen.
De tragiek van dit document wordt duidelijk bij raadpleging van historische bronnen (zoals het Joods Monument):
* Bertha Kalker-Hemelrijk (Amstel 87 II) werd ondanks de notitie "is vrijgesteld" op 31 maart 1943, kort daarna gedeporteerd. Zij werd in mei 1943 in Sobibor vermoord.
* Maurits Kinsbergen (Hoogte Kadijk 101 III) onderging een vergelijkbaar lot en werd in juni 1943 in Sobibor vermoord.
Het document illustreert hoe kwetsbaar en tijdelijk de ambtelijke status van "vrijgesteld" was in deze periode. A. Dam B. Kalker M. Kinsbergen Marktwezen Winterhulp
Samenvatting
- Administratieve verwerking: De kaart is gericht aan de gemeentelijke dienst 'Het Marktwezen', die gevestigd was bij de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De diverse data (3 maart, 9 maart, 31 maart 1943) tonen de administratieve route van het document.
- Kernboodschap: De meest cruciale notitie is de handgeschreven tekst "opbergen, is vrijgesteld". In de context van 1943 duidt dit op een (tijdelijke) vrijstelling van deportatie of dwangarbeid voor de genoemde personen.
- Personen: Er worden twee namen genoemd: B. Kalker-Hemelrijk (Amstel 87) en M. Kinsbergen (Hoogte Kadijk 101). Dit zijn Joodse Amsterdammers die trachtten via hun werk of connecties bij het Marktwezen een 'Sperre' (vrijstelling) te verkrijgen.
- Propaganda: Het stempel van de 'Winterhulp-Loterij 1942' is een voorbeeld van de nationaalsocialistische invloed op het dagelijks postverkeer tijdens de bezetting.
Historische Context
Dit document biedt een aangrijpend inkijkje in de bureaucratische realiteit van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. In het voorjaar van 1943 was de deportatie van de Joodse bevolking in volle gang. Joodse marktkooplieden en medewerkers probeerden via het Marktwezen hun status te officialiseren om uitstel van deportatie te krijgen.
De tragiek van dit document wordt duidelijk bij raadpleging van historische bronnen (zoals het Joods Monument):
* Bertha Kalker-Hemelrijk (Amstel 87 II) werd ondanks de notitie "is vrijgesteld" op 31 maart 1943, kort daarna gedeporteerd. Zij werd in mei 1943 in Sobibor vermoord.
* Maurits Kinsbergen (Hoogte Kadijk 101 III) onderging een vergelijkbaar lot en werd in juni 1943 in Sobibor vermoord.
Het document illustreert hoe kwetsbaar en tijdelijk de ambtelijke status van "vrijgesteld" was in deze periode.