Officiële aanmaning voor onbetaald marktgeld.
Origineel
Officiële aanmaning voor onbetaald marktgeld. 13 mei 1943. De Directeur van het Marktwezen (Dr. A.J. Leman). [Gedrukte tekst met handgeschreven toevoegingen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
TELEFOONNUMMER 85151
No. [leeg]
BIJLAGE [leeg]
ONDERWERP: 52/2/33 a
[Rechtsboven handgeschreven:]
n.i. admin. dozijn
RP
[Gedrukte tekst:]
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
AMSTERDAM (W.) 13 Mei 1943
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
Den Heer G. Goebertus
v. Ostadestraat 51 hs.
AMSTERDAM
WIJK 22
[Handgeschreven notitie links in de marge:]
Goebertus is 16 April jl
werkzaam gesteld door
het gewestelijk arbeidsbu-
reau, in het „Boschplan”,
nadat hij volgens eigen
mededeeling, afgekeurd was
voor werk in Duitschland.
Heeft zich gemeld na oproep.
Reden vertraging?
15/5-43 [Paraaf]
No. 52/2/33 M. 1943 26/5
[Centrale tekst:]
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Alb. Cuypstraat te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 15 Mei 1943 a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 17 Mei 1943 a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
[Handtekening: Dr. A.J. Leman]
[Tweede paraaf eronder]
M.W. 82-10.000-2-1940. Dit document is een formele sommatie aan een marktkoopman, de heer G. Goebertus, die zijn standplaatsgelden voor de Albert Cuypmarkt in Amsterdam al drie weken niet heeft betaald. De toon is dwingend: indien er niet voor 15 mei betaald wordt, verliest hij per 17 mei onherroepelijk zijn vaste staanplaats.
De tekst onderstreept de bureaucratische strengheid van die tijd, maar laat ook ruimte voor excuses ("geldige reden"). De handgeschreven aantekeningen in de marge zijn historisch gezien het meest interessant. Hieruit blijkt dat er ambtelijk onderzoek is gedaan naar de situatie van de heer Goebertus. Hij was blijkbaar opgeroepen voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland), maar werd daarvoor afgekeurd. In plaats daarvan is hij via het Gewestelijk Arbeidsbureau tewerkgesteld in het "Boschplan" (de aanleg van het huidige Amsterdamse Bos). De krabbel "Reden vertraging?" suggereert dat de administratie probeert te achterhalen of zijn nieuwe werksituatie de reden is van de betalingsachterstand. Het document dateert van mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve processen van de stad Amsterdam liepen in grote mate door, maar werden sterk beïnvloed door de oorlogsomstandigheden.
De verwijzing naar het "afgekeurd zijn voor werk in Duitschland" is een direct gevolg van de maatregelen van de bezetter om Nederlandse mannen in te zetten voor de Duitse oorlogsindustrie. Wie niet naar Duitsland hoefde, werd vaak ingezet bij grootschalige civiele projecten zoals het Boschplan. Dit document illustreert de precaire financiële en sociale positie van kleine zelfstandigen (marktkooplieden) in deze periode, waarbij de druk van zowel lokale belastingen als de Duitse tewerkstellingspolitiek samenkwamen. De Albert Cuypmarkt bleef gedurende de oorlog een essentieel, zij het schaars bevoorraad, distributiepunt voor voedsel en goederen voor de Amsterdamse bevolking. A.J. Leman G. Goebertus Gemeente Amsterdam Marktwezen