Ambtelijke correspondentie (brief/doorslag).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief/doorslag). 29 januari 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). [Handgeschreven aantekening rechtsboven, mogelijk een paraaf of naam: Hummel]
[Getypt rechtsboven:] vB/SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen.
A L H I E R .
53/1/2 M. 29 Januari 1943.
restitutie entréegeld der Centrale Markt.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat aan L.Hunter, wonende Sumatrastraat 180'', alhier, voor het kalenderjaar 1943 toegang tot de Centrale Markt is verleend als overkruier, waartoe de door hem verschuldigde belasting ad f. 10.- is voldaan.
Op 7 Januari j.l. vervoegde Hunter zich bij mijn dienst, met de mededeeling, dat hij door het Gewestelijk Arbeidsbureau, alhier, als hulparbeider was te werk gesteld in Berlijn, onder overlegging van een bewijs van voornoemd Bureau, gedateerd 5 Januari 1943. Op grond hiervan verzocht Hunter hem restitutie van het door hem betaalde entréegeld te verleenen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester aan Hunter voornoemd op gronden van billijkheid, krachtens artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt-standplaats- en ventgelden, restitutie van het door hem betaalde entréegeld voor de Centrale Markt over het kalenderjaar 1943 wordt verleend tot een bedrag van f. 10.--
De Directeur, * **Inhoud:** De brief is een formeel verzoek van een directeur aan een wethouder om een burger, de heer L. Hunter, een bedrag van 10 gulden terug te betalen. Dit bedrag was betaald voor een jaarvergunning als 'overkruier' (een kruiwagendrijver of sjouwer op de markt) op de Centrale Markt in Amsterdam.
- Argumentatie: Het verzoek wordt gedaan omdat de heer Hunter niet meer op de markt kan werken; hij is door het Gewestelijk Arbeidsbureau verplicht tewerkgesteld in Berlijn.
- Juridisch kader: Het verzoek beroept zich op "gronden van billijkheid" en verwijst specifiek naar artikel 36 van de destijds geldende gemeentelijke verordening op marktgelden.
- Vorm: De brief hanteert de zeer formele ambtelijke stijl die gebruikelijk was in de eerste helft van de 20e eeuw ("heb ik de eer U te berichten", "beleefd te verzoeken"). * Tweede Wereldoorlog & Arbeitseinsatz: De datum (januari 1943) is cruciaal. De mededeling dat de heer Hunter "te werk gesteld in Berlijn" is, verwijst direct naar de Arbeitseinsatz. Tijdens de Duitse bezetting werden Nederlandse mannen op grote schaal gedwongen om in Duitsland te gaan werken voor de oorlogsindustrie.
- Dagelijks leven onder bezetting: Het document illustreert de wrange werkelijkheid van die tijd: terwijl burgers werden afgevoerd voor dwangarbeid in het buitenland, liep de ambtelijke molen in de eigen stad gewoon door om zaken als vergunningen van 10 gulden af te wikkelen.
- Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds de spil van de voedselvoorziening in de stad. De Sumatrastraat ligt in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost.
- Wethouder voor de Levensmiddelen: In oorlogstijd was dit een cruciale functie in verband met de schaarste en de distributie van voedsel.