Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. No. 53/1/4 M. 1943 $^{16}/_{2}$ [stempel/getypt linksboven]
[Handgeschreven rechtsboven:] Markten
No. 48/1 L.M. 1943 Restitutie entreegeld Centrale
Markt.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 5 Februari 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit
genomen;
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het
Marktwezen d.d. 29 Januari 1943 No. 53/1/2 M.;
Gelet op art. 36 van de Verordening op de Heffing van markt -
standplaats- en ventgelden;
B e s l u i t :
aan L. Hunter, Sumatrastraat 180 II, op gronden van billijkheid resti-
tutie te verleenen van door hem betaald marktgeld over het kalender-
jaar 1943, tot een bedrag van f. 10.-.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen
Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen
(3 stuks) en Financiën (2 stuks).
FB.
[Paraaf] Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN [paarse stempel]
[Handgeschreven annotaties rechtsmidden in rood potlood en inkt:]
az Dir
[Handtekening onleesbaar, mogelijk H. v. M...] Het document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit genomen door de Burgemeester van Amsterdam op 5 februari 1943. In dit besluit wordt goedgekeurd dat een bedrag van 10 gulden (f. 10.-) wordt terugbetaald aan de heer L. Hunter, woonachtig aan de Sumatrastraat 180-II in Amsterdam-Oost.
De restitutie betreft vooraf betaald marktgeld voor het kalenderjaar 1943. Als juridische basis wordt artikel 36 van de toenmalige "Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden" aangehaald. Het besluit is genomen op basis van "billijkheid", wat suggereert dat er een specifieke, persoonlijke reden was waarom de betaling ongedaan gemaakt moest worden (bijvoorbeeld het niet kunnen uitoefenen van de handel). De procedure doorliep verschillende gemeentelijke instanties, waaronder de Dienst van het Marktwezen en de afdeling Financiën. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was Edward Voûte de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Hoewel het document een alledaagse administratieve handeling betreft, toont het aan hoe de gemeentelijke bureaucratie onder het bezettingsregime bleef functioneren.
De genoemde Sumatrastraat ligt in de Indische Buurt, een wijk die in 1943 zwaar getekend werd door de deportaties van Joodse Amsterdammers. Of de ontvanger L. Hunter direct getroffen was door bezettingsmaatregelen is uit dit document niet op te maken, maar de term "billijkheid" wijst vaak op een tegemoetkoming in schrijnende of uitzonderlijke situaties. De complexe naam van de afdeling ("Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen") illustreert de brede en soms curieuze bundeling van taken binnen het toenmalige ambtenarenapparaat.