Getypte brief op officieel briefpapier met handgeschreven kanttekeningen en stempels.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 2 maart 1943. C. Middelburg (Export - Land- & Tuinbouw-producten - Import), Rotterdam. Directie v.d. Centrale Markt, Amsterdam-W. C. MIDDELBURG
EXPORT - LAND- & TUINBOUW-PRODUCTEN - IMPORT
BANK: R. MEES & ZOONEN, ROTTERDAM
POSTSGIRO: 209492
TELEFOON: 40078
CORRESPONDENTIE-ADRES
RAADHUISLAAN 49 ROTTERDAM-SCHIEBROEK
ROTTERDAM, 2 Maart 1943.
~~TE PIJNACKERSTRAAT 147~~
JB.
No. 53/10/1 M. 1943 3/3
Aan de
Directie v.d. Centrale Markt
A m s t e r d a m - W.
Jan van Galenstraat
(Handgeschreven notitie rechtsboven: m.i. dr. Wreburgh bedrijfschef ter behandl. S)
Weledele Heeren,
Naar aanleiding van ons gesprek van gisteren, Maandag, 1 Maart 1943, verzoek ik U alsnog de namen der werkgevers op de legitimatiekaarten en in Uw boeken te veranderen en wel voor den Heer P. J. W. Hendriks, geboren 15/8/19, werkzaam bij B. van Thijn en voor den Heer A. Hartog, geboren 21/2/20, werkzaam bij A. Wijnschenk.
Voor de loonbelasting enz. zijn ook deze werkgevers aangegeven, daar de Verwalter zelf geen firma of werkgever is.
Het is voor mij, als Verwalter niet aangenaam, daar er op geen der legitimatiekaarten der Centrale Markt, de Verwalter als firma of werkgever wordt genoemd, alleen mijn naam als firmanaam wordt gebruikt, hetgeen mij zeer veel last en ongemak bezorgt.
De twee betreffende personen zijn gisterenmiddag gekeurd en hebben een voorschot medegekregen voor de onkosten voor het vertrek naar Duitschland. Had mijn naam niet als firma bekend geweest, dan had er geen oproep plaats gevonden. Nu echter sta ik aangeschreven als werkgever voor 4 personen, waarvan mijn ouste zoon zelf grossier is in Rotterdam en de tweede zijn werk ook in Rotterdam heeft.
Ik hoop en vertrouw erop, dat U alsnog met de juiste instantie's in verbinding zult treden en de oproepen van B.J. Middelburg en A. Hartog ongeldig laat verklaren.
Bij voorbaat dank,
Hoogachtend,
(Handtekening: C. Middelburg)
(Handgeschreven notitie linksonder:)
Hr. Middelburg heeft mij verzocht de verdere afhandeling van deze zaak te stoppen
10/4.43
(Handtekening: Lubberts?)
(Handgeschreven notitie in blauwe inkt:)
afgedaan
[onleesbaar]
JB.
berge.
(Handgeschreven getal rechtsonder:) 53 * Kern van de brief: C. Middelburg schrijft in zijn hoedanigheid van 'Verwalter' (een door de bezetter aangestelde beheerder van doorgaans Joodse bedrijven) naar de Centrale Markt in Amsterdam. Hij maakt bezwaar tegen het feit dat zijn eigen naam als 'werkgever' of 'firma' op de legitimatiekaarten van personeelsleden staat vermeld.
* Problematiek: Door deze administratieve koppeling zijn twee mannen (Hendriks en Hartog) opgeroepen voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid) in Duitsland. Middelburg stelt dat zij werkzaam zijn bij de firma's B. van Thijn en A. Wijnschenk (namen die wijzen op Joodse eigenaren wiens zaken onder beheer stonden). Hij wil dat de administratie wordt aangepast zodat de oproepen ongeldig worden verklaard.
* Persoonlijk belang: Middelburg ervaart "last en ongemak" van deze situatie. Hij vermeldt specifiek dat hij nu voor vier personen als werkgever te boek staat, waaronder zijn eigen twee zonen die in Rotterdam werken. Hij lijkt te vrezen dat ook zij gevaar lopen opgeroepen te worden als de administratie niet klopt.
* Afhandeling: Een handgeschreven notitie van 10 april 1943 geeft aan dat Middelburg zelf heeft verzocht de zaak te stoppen, gevolgd door de opmerking "afgedaan". Dit suggereert dat de kwestie ofwel opgelost was, of dat verdere actie geen zin meer had (bijvoorbeeld omdat de mannen al vertrokken waren). Dit document biedt een blik op de bureaucratische realiteit van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog onder Duitse bezetting.
1. Arbeitseinsatz: In 1943 werd de druk om Nederlandse mannen in de Duitse oorlogsindustrie te laten werken sterk opgevoerd. De legitimatiekaart van de Centrale Markt was hierbij een cruciaal document.
2. Verwalter: De term 'Verwalter' is tekenend voor de onteigening van Joods bezit. De genoemde firma's Van Thijn en Wijnschenk waren hoogstwaarschijnlijk Joodse ondernemingen die onder beheer van Middelburg waren gesteld.
3. Administratieve weerstand: Hoewel Middelburg als Verwalter in het systeem van de bezetter werkte, toont de brief hoe men probeerde via administratieve weg invloed uit te oefenen op wie er wel of niet werd uitgezonden naar Duitsland, soms uit eigenbelang (bescherming van zonen), soms om de bedrijfsvoering te waarborgen.