Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 17 maart 1943. J. E. Tolhuijsen-Gabler, Wingerdweg 107 II, Amsterdam. [Stempel linksboven:]
No. 53/13/1 M. 1943 [handgeschreven:] 19/3
[Rechtsboven:]
654
A. dam.
17 Maart 1943.
Mijnheer
Ondergeteekende J. E. Tolhuijsen Jr. wonende Wingerdweg 107 II verzoekt U beleefd, om mijn toeganskaart tot de centrale markt, weder in mijn bezit te doen komen.
De oorzaak dat ik hem niet heb is, dat ik mijn kaart moest vernieuwen, en intusschen nog niet heb ontvangen.
Daar ik kostwinner ben, voor twee menschen van 70 jaar verzoek ik U nogmaals beleefd, mij den toeganskaart zoo spoedig mogelijk toe te zenden, daar ik anders het huisgezin niet in hun onderhoud kan voorzien.
Bij voorbaat bedankt ik U beleefd voor Uw medewerking
J. E. Tolhuijsen Gabler
[Ambtelijke kanttekeningen onder de brief:]
Inbergen [onderstreept]
T. is thans in het bezit van zijn kaart e.d.
Mw. Tolhuijsen - Gabler zal een verzoek om assistentie indienen.
m.i. 12/4 '43
[In lichter potlood:]
Kan men bezwaarlijk een verzoek om assistentie noemen, zooals was afgesproken.
J.E. Tolhuijsen - Gabler, pl 77 Ten Katestraat
[Onderaan:]
Oproepen
één dezer dagen
V 22/3 '43
opgeroepen voor 9/4 Het document is een dringende hulpaanvraag van J.E. Tolhuijsen-Gabler aan een gemeentelijke instantie in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het verzoek is het terugkrijgen van een "toeganskaart tot de centrale markt".
De schrijfster benadrukt haar rol als kostwinner voor twee zeventigjarigen. Zonder deze kaart kan zij blijkbaar geen inkomen genereren of goederen inkopen, wat de voedselvoorziening van haar gezin direct in gevaar brengt.
De ambtelijke krabbels onderaan tonen de bureaucratische afhandeling:
1. Er wordt geconstateerd dat de kaart inmiddels weer in bezit is.
2. Er ontstaat een discussie of de aanvraag wel als een formeel "verzoek om assistentie" (maatschappelijke hulp/uitkering) moet worden beschouwd.
3. Er wordt een afspraak gepland ("oproepen") voor begin april 1943. Dit document stamt uit maart/april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De "Centrale Markt" (de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam) was in die tijd het spilpunt van de voedseldistributie. Toegang was strikt gereguleerd via vergunningen en kaarten.
In deze periode nam de schaarste aan alles toe en was de bureaucratie rondom distributie en sociale steun uiterst rigide. Het feit dat de schrijfster de zorg heeft over "twee menschen van 70 jaar" wijst op de zware druk waaronder Amsterdamse huishoudens stonden om te overleven. De verhuizing of het adres "Ten Katestraat" in de kantlijn suggereert dat de familie mogelijk onder toezicht stond van de sociale dienst of dat er sprake was van een mutatie in hun dossier. E. Tolhuijsen J.E. Tolhuijsen