Archief 745
Inventaris 745-422
Pagina 10
Dossier 3
Jaar 1944
Stadsarchief

Dienstbrief / Administratieve kennisgeving.

4 januari 1944.

Origineel

Dienstbrief / Administratieve kennisgeving. 4 januari 1944. GEMEENTE AMSTERDAM
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321

Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum,
het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden

Afd. P. B. No. 92/9a Bijlagen Uw brief : Datum : 4 Januari 1944.

Onderwerp :
wachtgeld

[Gestempeld in paars:]
№ 8A/3/2 M. 1944 6/1

[Handschrift rechtsboven:]
mw. Th. Müller
Th. [onleesbaar]
D

De Directeur der afdeeling Arbeidszaken (Pensioenbureau)

deelt U mede, dat de uitbetaling van het wachtgeld van I. F.
Fleurbaaij met ingang van 1 Januari 1944 eindigt, in verband
met de vaststelling van zijn jaarsalaris op f. 2275,- op dien
datum, waardoor zijn wachtgeld vervalt.

De Directeur voornoemd,
b/a de Referendaris,

[Handtekening:]
Sientjes

[Handschrift onder handtekening:]
Sud.

Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen.

[Onderaan rechts:]
Model G.A. 5
Stadsdrukkerij Amsterdam
12128-5-43-10.000 Het document is een formele ambtelijke kennisgeving van de Gemeente Amsterdam, specifiek van de afdeling Arbeidszaken (Pensioenbureau). De kern van de brief is de stopzetting van de wachtgelduitkering van een individu genaamd I.F. Fleurbaaij. De reden voor de beëindiging is financieel van aard: per 1 januari 1944 is het jaarsalaris van de betrokkene vastgesteld op 2275 gulden. Dit inkomen overstijgt blijkbaar de grens waarbij men nog aanspraak kon maken op wachtgeld.

De brief is gericht aan de Directeur van het Marktwezen, wat suggereert dat Fleurbaaij mogelijk werkzaam was bij die specifieke gemeentelijke dienst of dat deze dienst de uitbetalende instantie was. Het document bevat diverse administratieve kenmerken, zoals een modelnummer (G.A. 5) en stempels die duiden op registratie in het centrale archiefsysteem van de gemeente. De brief is gedateerd op 4 januari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Desondanks vertoont het document de voortzetting van de reguliere bureaucratische processen van de gemeente Amsterdam. 'Wachtgeld' was een sociale voorziening voor ambtenaren die (tijdelijk) buiten hun schuld zonder functie waren gesteld, een voorloper van de huidige werkloosheidsregelingen voor overheidspersoneel.

Het 'Marktwezen' was een belangrijke gemeentelijke dienst die toezag op de handel en de markten in de stad, waaronder de Centrale Markthallen. Het genoemde jaarsalaris van f. 2275,- duidt op een functie in de middenklasse van het ambtelijk apparaat voor die tijd. De handgeschreven namen bovenin wijzen op de ambtenaren die het dossier onder zich hadden of de brief hebben verwerkt.

Samenvatting

Het document is een formele ambtelijke kennisgeving van de Gemeente Amsterdam, specifiek van de afdeling Arbeidszaken (Pensioenbureau). De kern van de brief is de stopzetting van de wachtgelduitkering van een individu genaamd I.F. Fleurbaaij. De reden voor de beëindiging is financieel van aard: per 1 januari 1944 is het jaarsalaris van de betrokkene vastgesteld op 2275 gulden. Dit inkomen overstijgt blijkbaar de grens waarbij men nog aanspraak kon maken op wachtgeld.

De brief is gericht aan de Directeur van het Marktwezen, wat suggereert dat Fleurbaaij mogelijk werkzaam was bij die specifieke gemeentelijke dienst of dat deze dienst de uitbetalende instantie was. Het document bevat diverse administratieve kenmerken, zoals een modelnummer (G.A. 5) en stempels die duiden op registratie in het centrale archiefsysteem van de gemeente.

Historische Context

De brief is gedateerd op 4 januari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Desondanks vertoont het document de voortzetting van de reguliere bureaucratische processen van de gemeente Amsterdam. 'Wachtgeld' was een sociale voorziening voor ambtenaren die (tijdelijk) buiten hun schuld zonder functie waren gesteld, een voorloper van de huidige werkloosheidsregelingen voor overheidspersoneel.

Het 'Marktwezen' was een belangrijke gemeentelijke dienst die toezag op de handel en de markten in de stad, waaronder de Centrale Markthallen. Het genoemde jaarsalaris van f. 2275,- duidt op een functie in de middenklasse van het ambtelijk apparaat voor die tijd. De handgeschreven namen bovenin wijzen op de ambtenaren die het dossier onder zich hadden of de brief hebben verwerkt.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. Cobussen Waterlooplein 499,42 6)
A.H. Bijland Waterlooplein 1664,98 5)
A.H. Bijland Waterlooplein 42
A.H. de Haer Waterlooplein 41
A.H. de Haer Waterlooplein 2690,20
A.H. Klaassens Waterlooplein 2046,82
A.H. Klaassens Waterlooplein 46
A.J.J. Barbiers Waterlooplein 46
A.J.I. Barbiers Waterlooplein 2353,76 5)
M. Burg Waterlooplein
W. Rijbrodt Waterlooplein
A.W. Rijvordt Waterlooplein 42
B. Felthuis Waterlooplein 1815,44
B. Felthuis Waterlooplein 45
C. Bakker Waterlooplein 1656.--
C. Bakker Waterlooplein 44
C. Blom Waterlooplein 44
C.F. Eggelte Waterlooplein 2175,15
C.F. Eggelte Waterlooplein 42
C.J.v. Moerkerken Waterlooplein 43
C.L.J. Lek Waterlooplein 42
C. Veerman Waterlooplein 45
D.H. Schiermeier Waterlooplein 45
E.A. Engelen Waterlooplein 1904,16
A. Littelugt Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein 42
F. Koning Waterlooplein 43
F. Reinen Waterlooplein 43
F.W. Stroer Waterlooplein 47
G.A. Oosterhoff Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6