Archief 745
Inventaris 745-422
Pagina 197
Dossier 6
Jaar 1944
Stadsarchief

Ambtenaren-missive / Circulaire betreffende loonbelasting.

28 januari 1944 (refererend aan een missive van 25 januari 1944).

Origineel

Ambtenaren-missive / Circulaire betreffende loonbelasting. 28 januari 1944 (refererend aan een missive van 25 januari 1944). $N^{\underline{o}} 8^A / 20 / 2$ $M. 1944 \frac{31}{1}$

LOONBELASTING XXV

Missive dd. 25 Januari 1944 van den Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën in zake Loonbelasting in te houden van in Duitschland tewerkgesteld overheidspersoneel.

(1) Inzake de uitbetaling van loon van overheidspersoneel dat in Duitschland is tewerkgesteld, heeft mijn Ambtgenoot van Binnenlandsche Zaken bij brieven van 9 November 1942, nr. 285/R., afd. Ambtenarenzaken, en 16 September 1943, nr. 2343/R, afd. Ambtenarenzaken, de volgende regeling getroffen.
(2) Aan de achtergebleven gezinnen van het gehuwde personeel en van daarmede gelijk gestelde personen wordt het op het oogenblik van uitzending in Nederland verdiende netto-loon uitbetaald. De ambtenaar of de arbeidscontractant is echter verplicht 60% van het door hem in Duitschland ontvangen netto-loon aan de Nederlandsche overheidsinstantie, in wier dienst hij was op het oogenblik van zijn tewerkstelling in Duitschland, over te maken. Deze overmaking vindt niet plaats gedurende de eerste vier weken na de uitzending.
(3) Ten aanzien van overheidspersoneel dat reeds vóór 16 September 1943 in Duitschland was te werk gesteld, is bepaald, dat geleidelijke betaling van het overeenkomstig deze regeling te weinig gestorte bedrag moet worden gevorderd.
(4) Aan de ongehuwden- niet kostwinners wordt het verschil in meer tusschen het vóór de uitzending genoten Nederlandsche loon en het in Duitschland uitgekeerde loon door de Nederlandsche overheidsinstanties uitbetaald.
(5) Naar aanleiding van de mij gestelde vraag, over welke bedragen in de hierboven omschreven gevallen de Nederlandsche loonbelasting moet worden berekend, heb ik de eer U mede te deelen, dat met betrekking tot het in het 2e lid bedoelde personeel de loonbelasting behoort te worden berekend over het hier te lande uitbetaalde loon, verminderd met de sinds de vorige uitbetaling overeenkomstig dat lid en het 3e lid overgemaakte bedragen, en dat met betrekking tot het in het 4e lid bedoelde personeel de loonbelasting behoort te worden berekend over het aan dit personeel uitbetaalde verschil.
(6) Ik voeg hieraan toe, dat aan deze personen ingevolge artikel 55 van het besluit op de inkomstenbelasting in den regel een aanslag zal moeten worden opgelegd.

De wnd. Secretaris-Generaal
van het Departement van Financiën,
H. Postma.

De Rijksinspectie deelt mij mede, dat de bovenstaande regeling heden in werking treedt, evenwel zonder terugwerkende kracht. Dit laatste in verband met de omstandigheid, dat als regel aan belanghebbenden toch een aanslag in de Inkomstenbelasting zal moeten worden opgelegd. De regeling, vermeld in mijn rondschrijven van 7 October 1943 (Loonbelasting XXI) is thans vervallen.

Amsterdam, 28 Januari 1944
De Directeur
der Gemeentebelastingen,
[Handtekening: H. Tibbe]

Aan Heeren Hoofden
van Diensten, Bedrijven
en Administratiën,

Secr. A'dam
afd. Bel. 26 Dit document is een administratieve instructie die de financiële en fiscale afhandeling regelt voor Nederlands overheidspersoneel (ambtenaren en contractanten) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland tewerkgesteld was (Arbeitseinsatz).

De kern van de regeling is als volgt:
1. Gezinsondersteuning: Gezinnen van getrouwde mannen in Duitsland ontvingen in Nederland hun volledige oude netto-loon.
2. De 60%-regel: Om dit te financieren, was de werknemer in Duitsland verplicht 60% van zijn daar verdiende netto-loon terug te storten naar de Nederlandse staat.
3. Fiscale berekening: De loonbelasting werd geheven over het netto uitgekeerde bedrag in Nederland, minus de afdrachten die vanuit Duitsland waren gedaan.
4. Inkomstenbelasting: Er wordt expliciet vermeld dat er achteraf vaak nog een definitieve aanslag inkomstenbelasting zou volgen, wat wijst op een complexe administratieve overlap tussen loonbelasting en eindheffing.

Het document toont de bureaucratische precisie waarmee de Nederlandse overheid onder bezetting bleef functioneren, zelfs wanneer het personeel gedwongen buiten de landsgrenzen werkte. In 1944 was de tewerkstelling van Nederlanders in Duitsland (de Arbeitseinsatz) op zijn hoogtepunt. Niet alleen ongeschoolde arbeiders, maar ook overheidspersoneel werd ingezet voor de Duitse oorlogseconomie. De Nederlandse secretarissen-generaal (die de departementen runden bij afwezigheid van de ministers die in Londen verbleven) moesten praktische regelingen treffen voor de achtergebleven gezinnen.

H. Postma, die het document ondertekent als waarnemend Secretaris-Generaal van Financiën, speelde een centrale rol in het financiële bestuur tijdens de bezetting. Het document weerspiegelt de precaire balans van die tijd: enerzijds het zorgdragen voor het inkomen van gezinnen in Nederland, anderzijds de verplichte afdracht door de tewerkgestelden, wat door velen als een extra zware last werd ervaren bovenop de gedwongen tewerkstelling zelf. De vermelding "zonder terugwerkende kracht" was waarschijnlijk bedoeld om verdere administratieve chaos of plotselinge hoge schulden voor de arbeiders te voorkomen.

Samenvatting

Dit document is een administratieve instructie die de financiële en fiscale afhandeling regelt voor Nederlands overheidspersoneel (ambtenaren en contractanten) dat tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitsland tewerkgesteld was (Arbeitseinsatz).

De kern van de regeling is als volgt:
1. Gezinsondersteuning: Gezinnen van getrouwde mannen in Duitsland ontvingen in Nederland hun volledige oude netto-loon.
2. De 60%-regel: Om dit te financieren, was de werknemer in Duitsland verplicht 60% van zijn daar verdiende netto-loon terug te storten naar de Nederlandse staat.
3. Fiscale berekening: De loonbelasting werd geheven over het netto uitgekeerde bedrag in Nederland, minus de afdrachten die vanuit Duitsland waren gedaan.
4. Inkomstenbelasting: Er wordt expliciet vermeld dat er achteraf vaak nog een definitieve aanslag inkomstenbelasting zou volgen, wat wijst op een complexe administratieve overlap tussen loonbelasting en eindheffing.

Het document toont de bureaucratische precisie waarmee de Nederlandse overheid onder bezetting bleef functioneren, zelfs wanneer het personeel gedwongen buiten de landsgrenzen werkte.

Historische Context

In 1944 was de tewerkstelling van Nederlanders in Duitsland (de Arbeitseinsatz) op zijn hoogtepunt. Niet alleen ongeschoolde arbeiders, maar ook overheidspersoneel werd ingezet voor de Duitse oorlogseconomie. De Nederlandse secretarissen-generaal (die de departementen runden bij afwezigheid van de ministers die in Londen verbleven) moesten praktische regelingen treffen voor de achtergebleven gezinnen.

H. Postma, die het document ondertekent als waarnemend Secretaris-Generaal van Financiën, speelde een centrale rol in het financiële bestuur tijdens de bezetting. Het document weerspiegelt de precaire balans van die tijd: enerzijds het zorgdragen voor het inkomen van gezinnen in Nederland, anderzijds de verplichte afdracht door de tewerkgestelden, wat door velen als een extra zware last werd ervaren bovenop de gedwongen tewerkstelling zelf. De vermelding "zonder terugwerkende kracht" was waarschijnlijk bedoeld om verdere administratieve chaos of plotselinge hoge schulden voor de arbeiders te voorkomen.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. Cobussen Waterlooplein 499,42 6)
A.H. Bijland Waterlooplein 1664,98 5)
A.H. Bijland Waterlooplein 42
A.H. de Haer Waterlooplein 41
A.H. de Haer Waterlooplein 2690,20
A.H. Klaassens Waterlooplein 2046,82
A.H. Klaassens Waterlooplein 46
A.J.J. Barbiers Waterlooplein 46
A.J.I. Barbiers Waterlooplein 2353,76 5)
M. Burg Waterlooplein
W. Rijbrodt Waterlooplein
A.W. Rijvordt Waterlooplein 42
B. Felthuis Waterlooplein 1815,44
B. Felthuis Waterlooplein 45
C. Bakker Waterlooplein 1656.--
C. Bakker Waterlooplein 44
C. Blom Waterlooplein 44
C.F. Eggelte Waterlooplein 2175,15
C.F. Eggelte Waterlooplein 42
C.J.v. Moerkerken Waterlooplein 43
C.L.J. Lek Waterlooplein 42
C. Veerman Waterlooplein 45
D.H. Schiermeier Waterlooplein 45
E.A. Engelen Waterlooplein 1904,16
A. Littelugt Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein 42
F. Koning Waterlooplein 43
F. Reinen Waterlooplein 43
F.W. Stroer Waterlooplein 47
G.A. Oosterhoff Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6