Brief/memorandum (handgeschreven).
Origineel
Brief/memorandum (handgeschreven). 27 april 1944. Waarschijnlijk een leidinggevende van het Marktwezen (ondertekend met initialen, mogelijk "W.h.M."). werkschoenen A’dam 27/4 1944
voor controleur Huisman
W.h.M.
Het controleerende personeel van het Marktwezen is door Uw bemiddeling voor het grootste gedeelte in het bezit gesteld van een paar goede werkschoenen.
Een uitzondering is gemaakt voor het personeel van de V.M., omdat dit op klompen dienst doet.
De met de verdeelingswerkzaamheden belaste controleur J. Huisman heeft mij thans doen weten, dat hij op advies van den dokter niet langer op klompen mag loopen.
Ik zou het op prijs stellen, indien u voor hem
[In de linkerkantlijn, verticaal geschreven:]
alsnog een bon voor werkschoenen beschikbaar zou kunnen stellen
[Aantekening in rood potlood/inkt, linkerkantlijn:]
Bewijs dokter vragen
[Administratieve codes in rood bovenaan:]
8A/26/4
3/1 In dit schrijven verzoekt een functionaris van het Amsterdamse Marktwezen om een extra toewijzing (bon) voor werkschoenen voor een specifieke medewerker, de heer J. Huisman.
Uit de tekst blijkt dat het meeste controlerend personeel reeds van schoeisel is voorzien. Een specifieke groep, werkzaam bij de "V.M." (zeer waarschijnlijk de Veemarkt), was hiervan uitgesloten omdat zij geacht werden op klompen te werken. Huisman, die belast is met "verdeelingswerkzaamheden" (waarschijnlijk de distributie van goederen of bonnen), voert echter medische redenen aan: zijn arts heeft hem verboden nog langer op klompen te lopen.
De reactie van de ontvangende instantie is zakelijk en voorzichtig, getuige de rode kantlijnnotitie: "Bewijs dokter vragen". In een tijd van grote schaarste was een medische verklaring noodzakelijk om aanspraak te kunnen maken op schaarse goederen zoals lederen schoenen. Het document dateert van april 1944, een periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de schaarste aan nagenoeg alle gebruiksgoederen een dieptepunt bereikte. Leer was uiterst schaars omdat het grotendeels werd gevorderd voor de Duitse oorlogsindustrie.
Voor de burgerbevolking en het gemeentepersoneel gold een strikt distributiestelsel. Schoenen waren enkel verkrijgbaar op vertoon van een distributiebon, die slechts bij hoge uitzondering en na strenge toetsing werd verstrekt. Het dragen van houten klompen was voor veel beroepsgroepen (zoals op de markt of in de landbouw) de standaardoplossing, maar voor mensen met voet- of rugproblemen vormde dit een fysieke belasting.
De "V.M." in de tekst verwijst naar de Gemeentelijke Veemarkt in Amsterdam (destijds gevestigd aan de Cruquiusweg), waar de werkomstandigheden (vocht en vuil) het gebruik van klompen gebruikelijk maakten. De brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid van de oorlog: zelfs voor een paar werkschoenen was een formele correspondentie, bemiddeling en medisch bewijs noodzakelijk.