Archiefdocument
Origineel
Twee medewerkers van het Marktwezen (ondertekend door C. Blom en een onleesbare tweede naam, mogelijk J. v.d. Linden) (Getypte tekst)
Amsterdam, 23 Maart 1944.
Nº 84/36/1 [stempel: 11.120] 23/3
Ondergeteekenden brengen het navolgende onder Uwe aandacht:
Voor de contrôle, welke door hen regelmatig wordt verricht, is in het belang van den dienst het gebruik van een rijwiel, zoowel op als buiten de Centrale Markt, onontbeerlijk.
Tot nog toe maakten zij gebruik van hun eigen rijwiel. De materiaalomstandigheden laten echter niet meer toe, dat zij met het gebruik voor eigen rekening kunnen doorgaan.
Nu is het hun beleefd verzoek in aanmerking te mogen komen voor de vastgestelde vergoeding voor het gebruik van eigen rijwiel ten behoeve van den dienst.
Hopende dat spoedig aan hun verzoek kan worden voldaan,
teekenen zij
[Handtekening: onleesbaar]
[Handtekening: C Blom]
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen.
Alhier.
(Handgeschreven kanttekeningen - selectie van relevante delen)
* Links boven (potlood): waarom?
* Links midden (blauw): Zij rijden voor de controle van de hulpmarkten & op de Centrale markt, teneinde over het uitgebreide terrein sneller te kunnen verplaatsen.
* Rechts midden (rood): Besl. Cl. Nadere omschrijving van gebruik dat in dienst wordt gemaakt...
* Onderkant (diverse handen): 3.- p.m. / f 3.- voor [Blom en mede-ondertekenaar] ingaande 1/4 '44 / Ingevolge Regeling no. 24 A.R. kan in dit geval rijwielvergoeding worden gegeven. Max. vergoedingen zijn f 4.20 p. m. of f 1.- p. week... Het document betreft een formeel verzoek van twee controleurs van de Amsterdamse Centrale Markt om een rijwielvergoeding. De kern van hun verzoek is de noodzaak van een fiets voor het efficiënt uitvoeren van toezicht op het grote marktterrein en de diverse hulpmarkten.
De tekst weerspiegelt de ambtelijke hiërarchie en procesvoering. Men ziet een kritische eerste reactie ("waarom?"), gevolgd door een feitelijke onderbouwing van de noodzaak (snellere verplaatsing op uitgebreid terrein). Uiteindelijk wordt het verzoek ingewilligd op basis van de geldende regelgeving ("Regeling no. 24 A.R."), waarbij een bedrag van 3 gulden per maand per persoon wordt vastgesteld, ingaande per 1 april 1944. Dit document is geschreven in maart 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar "materiaalomstandigheden" die het gebruik voor eigen rekening onmogelijk maken, is een direct eufemisme voor de extreme schaarste in die tijd. Rubber (voor banden) en fietsonderdelen waren vrijwel niet meer verkrijgbaar of onbetaalbaar op de zwarte markt.
De Centrale Markt in Amsterdam speelde een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad, die onder het distributiestelsel viel. De controleurs hadden de taak om toe te zien op de naleving van de regels. Dit document toont aan dat, ondanks de oorlogssituatie, de gemeentelijke bureaucratie en administratieve verantwoording tot in detail werden voortgezet. C. Blom J. v.d. Linden Marktwezen