Dienstmededeling / Rondschrijven van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstmededeling / Rondschrijven van de Gemeente Amsterdam. 10 juni 1944. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (M.F. Franken). [Stempel/Header]
AM. Nº 8ᴬ/b2/2 M. 1944 10/6
G E M E E N T E A M S T E R D A M.
No. 1039ᶜ Arb.1944 Amsterdam, 10 Juni 1944.
Onderwerp: Salaris of loonvoorschot.
[Handgeschreven in blauw/paars:] Gezonden dri. m. i. v. Müller spoed
Hierbij deel ik U mede, dat aan het geheele Gemeentepersoneel (dus arbeidscontractanten inbegrepen) in verband met de buitengewone omstandigheden een bedrag moet worden gegeven als voorschot op het salaris of loon, dus niet extra.
Dit voorschot bedraagt voor de werklieden en ambtenaren tot en met de tweede salarisgroep, vijf bankbiljetten van f 10.- en voor de ambtenaren boven salarisgroep II, vijf bankbiljetten van f 25.-. Andere coupures zijn niet toegestaan.
Het voorschot moet worden verstrekt in gesloten zakjes, welke zakjes, zoolang de salaris- of loonbetaling op de normale wijze kan geschieden, bij iedere betaling in ongeschonden staat moeten worden getoond.
Mijn rondschrijven van 7 Juni 1944, No.1039 Arb.1944, is hiermede vervallen.
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
de Gemeentesecretaris,
[Handtekening: M.F. Franken]
Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, Diensten
en Bedrijven.
Arb.Z. Stadhuis
A'dam, Juni 1944
Volgno. 97.
[Handgeschreven aantekening onderaan in blauw:]
Tel. mededeeling Raadhuis, dat circ.
op last hoogere autoriteit
moet worden beschouwd 8ᴬ/b2
17/6.44 [onleesbaar] Dit document is een officiële instructie van het Amsterdamse gemeentebestuur tijdens de Duitse bezetting. De kern van de instructie is de verstrekking van een contant noodvoorschot aan al het overheidspersoneel. Opvallend zijn de strikte logistieke eisen:
1. Gefixeerde bedragen: Er mag enkel uitgekeerd worden in biljetten van 10 of 25 gulden (totaal 50 of 125 gulden per persoon).
2. Controle-element: Het geld moet in "gesloten zakjes" bewaard worden. Werknemers moeten dit zakje bij elke reguliere loonbetaling verzegeld tonen. Dit impliceert dat het geld niet bedoeld is voor direct gebruik, maar als een reserve voor wanneer het girale of reguliere betalingsverkeer volledig zou instorten.
3. Handgeschreven kanttekeningen: De aantekening onderaan suggereert dat de uitvoering van dit rondschrijven kort na publicatie (op 17 juni 1944) door "hoogere autoriteit" (waarschijnlijk de Duitse bezetter of het Rijkscommissariaat) is bijgesteld of herroepen via een telefonische mededeling. De datum van dit document, 10 juni 1944, is cruciaal. Het is slechts vier dagen na D-Day (de geallieerde landing in Normandië). De "buitengewone omstandigheden" waarover de brief spreekt, verwijzen naar de toenemende chaos, de naderende frontlinie en de angst bij het bestuur voor een totale maatschappelijke ontwrichting.
Het verstrekken van contant noodgeld aan ambtenaren was een voorzorgsmaatregel om de loyaliteit van het apparaat te behouden en de continuïteit van de stad te waarborgen mocht het centrale bankwezen uitvallen. De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitsers aangestelde burgemeester. De instructie om de zakjes "ongeschonden" te tonen laat zien dat men in feite een noodvoorraad contant geld bij de burger thuis wilde stallen, onder strikt toezicht van de werkgever.