Archief 745
Inventaris 745-423
Pagina 26
Dossier 83
Jaar 1944
Stadsarchief

Archiefdocument

7 juni 1944.

Origineel

7 juni 1944. GEMEENTE AMSTERDAM
No. 1040. Arb.1944 Amsterdam, 7 Juni 1944.
Onderwerp: ontslag overheids-
personeel met Joodsche(n) echtgenoot(e)

Op een daartoe strekkende vraag is door den Commissaris-Gene-
raal voor Bestuur en Justitie beslist dat een uit den gemeente-
dienst ontslagen hoofdklerk, die met een Joodsche vrouw was gehuwd,
wederom in zijn betrekking kan worden geplaatst op grond van het
feit, dat zijn vrouw inmiddels was ontheven van de verplichting tot
het dragen van de Jodenster.

In verband met deze beslissing ligt het in het voornemen van
den Burgemeester om ook voor andere om dezelfde reden ontslagen ambte-
naren en werklieden, wier echtgenoot(e) inmiddels in hetzelfde geval
is komen te verkeeren machtiging tot herplaatsing in gemeentedienst
aan te vragen.

Ik verzoek U derhalve mij per omgaande een opgave te willen ver-
strekken van de ambtenaren en werklieden, die uit den gemeentedienst
zijn ontslagen op grond van het feit, dat zij met een Joodsche echt-
genoot(e) waren gehuwd (zie circulaire van den Burgemeester van 10
Maart 1943, No.425a Arb.1943) en van wie de echtgenoot(e) thans is
vrijgesteld van de verplichting tot het dragen van de Jodenster.

Een zelfde opgave wordt ook verzocht van hen, voor wie eventu-
eel een vrijstelling van de verplichting tot ontslag op grond van
bijzondere omstandigheden is verkregen.

De

AAN den Heer Directeur van het
Marktwezen.

[Stempel onderaan:] Nº 8A/67/1 M.1944 13/6
[Handgeschreven rechtsboven:] bij Dir. Marktwezen

--- Dit document is een ambtelijke circulaire binnen de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het illustreert de complexe en bureaucratische uitvoering van de rassenwetten en de gevolgen daarvan voor ambtenaren.

  • Kern van de zaak: De brief meldt een besluit van de Commissaris-Generaal voor Bestuur en Justitie (de Duitser Friedrich Wimmer). Een eerder ontslagen hoofdklerk mag worden teruggenomen omdat zijn Joodse echtgenote niet langer de Jodenster hoeft te dragen.
  • Uitzonderingsregels: De herplaatsing is gebonden aan zeer specifieke voorwaarden. Alleen wanneer de echtgenoot of echtgenote "vrijgesteld" is van de ster (vaak in het geval van 'geprivilegieerde gemengde huwelijken' of herziening van de raciale status), komt de ambtenaar in aanmerking voor rehabilitatie.
  • Bureaucratie: De Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) vraagt via dit schrijven aan de directeuren van gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen) om lijsten met personeel dat onder deze specifieke categorie valt.
  • Referentie: Er wordt verwezen naar een eerdere circulaire uit maart 1943, wat aantoont dat de ontslaggolf van ambtenaren met Joodse partners een gecoördineerde actie was die ruim een jaar eerder was ingezet.

--- Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde de bezetter stap voor stap anti-Joodse maatregelen in. De 'Ariërverklaring' (1940) was de eerste stap om Joden uit de overheidsdienst te verwijderen. Later breidde dit zich uit naar ambtenaren die getrouwd waren met Joodse partners (het zogenaamde Berufsverbot voor partners van Joden).

In juni 1944, de periode waarin deze brief is geschreven, was de deportatie van het overgrote deel van de Nederlandse Joden al voltooid. De achterblijvers waren vaak mensen in "gemengde huwelijken". Binnen de nazi-ideologie bestond er constante discussie over hoe om te gaan met deze groep. Soms leidde dit tot kleine versoepelingen of bureaucratische correcties, zoals in dit document te zien is.

Het document toont de kille, administratieve zijde van de vervolging: iemands recht op werk en inkomen hing volledig af van de raciale classificatie van hun partner en de vraag of zij een geel stoffen insigne op hun kleding moesten dragen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke circulaire binnen de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het illustreert de complexe en bureaucratische uitvoering van de rassenwetten en de gevolgen daarvan voor ambtenaren.

  • Kern van de zaak: De brief meldt een besluit van de Commissaris-Generaal voor Bestuur en Justitie (de Duitser Friedrich Wimmer). Een eerder ontslagen hoofdklerk mag worden teruggenomen omdat zijn Joodse echtgenote niet langer de Jodenster hoeft te dragen.
  • Uitzonderingsregels: De herplaatsing is gebonden aan zeer specifieke voorwaarden. Alleen wanneer de echtgenoot of echtgenote "vrijgesteld" is van de ster (vaak in het geval van 'geprivilegieerde gemengde huwelijken' of herziening van de raciale status), komt de ambtenaar in aanmerking voor rehabilitatie.
  • Bureaucratie: De Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) vraagt via dit schrijven aan de directeuren van gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen) om lijsten met personeel dat onder deze specifieke categorie valt.
  • Referentie: Er wordt verwezen naar een eerdere circulaire uit maart 1943, wat aantoont dat de ontslaggolf van ambtenaren met Joodse partners een gecoördineerde actie was die ruim een jaar eerder was ingezet.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde de bezetter stap voor stap anti-Joodse maatregelen in. De 'Ariërverklaring' (1940) was de eerste stap om Joden uit de overheidsdienst te verwijderen. Later breidde dit zich uit naar ambtenaren die getrouwd waren met Joodse partners (het zogenaamde Berufsverbot voor partners van Joden).

In juni 1944, de periode waarin deze brief is geschreven, was de deportatie van het overgrote deel van de Nederlandse Joden al voltooid. De achterblijvers waren vaak mensen in "gemengde huwelijken". Binnen de nazi-ideologie bestond er constante discussie over hoe om te gaan met deze groep. Soms leidde dit tot kleine versoepelingen of bureaucratische correcties, zoals in dit document te zien is.

Het document toont de kille, administratieve zijde van de vervolging: iemands recht op werk en inkomen hing volledig af van de raciale classificatie van hun partner en de vraag of zij een geel stoffen insigne op hun kleding moesten dragen.

Kooplieden in dit dossier 100

Th. de Wolf. Uilenburg *? onbekend*
A.C. Cobussen A35-239324
Afschrijving Dubieuse debiteuren
Afschrijving Dubieuze debiteuren Waterlooplein
Afschrijvingen 1944
Afschrijvingen 1944 " 113.775,-- Waterlooplein
Afschrijving op voorraden
Afschrijving op voorraden Waterlooplein
A.H. Bijland Districtshuis N.S.B. J.W. Brouwersplein
A.H. Bijland Grüne Polizei Districtshuis N.S.B. J.W. Brouwersplein
A.J.I. Barbiers A35-001541
Alexander Vrachtdoender Uilenburg *E 23 - 220 G 11/1 '42*
A. Samson Uilenburg *E 20-87 G 11/1 '42*
A. Schrijver Uilenburg *E Nieuwmarkt G 3-11-41*
A. Segal Uilenburg *E: Uilenburg 8-3-41*
A. v.d. Nekke gemachtigde van de fa Med. L. Stadtvries Waterlooplein Deze vordering werd reeds in uw handen gesteld per schrijven no 3/16/im dd 20 Oct 1944. doch aangehouden naar betrekking mits inmiddels de huur over sept + Oct heeft voldaan.
Abraham Waterman Uilenburg *E 27 - 153 G 1-9-42*
A. Waterman Uilenburg *E: A.C. G 3-11-41*
B. Felthuis A35-001555
B. Springer Uilenburg *E 26-42 G 1-9-42*
B. Waterman Uilenburg *E W.plein G 7-12-42*
B. Wurms Uilenburg *E 21-3 G 1935*
C.F. Eggelte A35-001553
C.J.L. Lak A35-001577
C. Sliphorst A35-461111
C. Veerman A35-001605
D. Fransen A35-048602
E. Stranders Uilenburg *E Waterloopl. G 8-6-36*
Exploitatie - winst
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5