Handgeschreven ambtelijke notitie/brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/brief. Verwijst naar een circulaire van 7 juni 1944 (vermoedelijk opgesteld kort na deze datum). [Linksboven:]
onderwerp
ontslag overheidspersoneel
met Joodsche (n) echtgenoot(e)
[Rechtsboven:]
Den Heer Weth. Pub. Zaken
[Body:]
N.a.v. Uw circulaire d.d.
7 Juni j.l. no. 1040 Afb. 1944 heb ik
de eer U te berichten, dat bij mijn
dienst een ambtenaar is ontslagen, die
met een Joodsche vrouw was gehuwd.
De echtgenoote van dezen ambtenaar is van
het dragen van een ster niet vrijgesteld.
[Rechtsonder:]
w.g.
[Linksonder in rood potlood:]
GA/67/2 Dit document is een formele kennisgeving aan een wethouder (waarschijnlijk van Publieke Zaken) over de uitvoering van een ontslagmaatregel. De schrijver meldt dat er binnen zijn dienst een ambtenaar is ontslagen vanwege diens huwelijk met een Joodse vrouw. Er wordt specifiek vermeld dat de echtgenote niet is vrijgesteld van de sterplicht, wat destijds een criterium kon zijn voor de mate van vervolging of uitzondering binnen "gemengde huwelijken". Het handschrift is een vlot zakelijk lopend schrift, typerend voor de administratie uit die periode. Het document dateert uit de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (juni 1944). Gedurende de bezetting voerden de nazi's stapsgewijs steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Nadat Joodse ambtenaren al in 1940 waren ontslagen, kwam later ook de focus te liggen op niet-Joodse ambtenaren die getrouwd waren met een Joodse partner.
De verwijzing naar het "dragen van een ster" (de Jodenster, verplicht vanaf mei 1942) geeft aan dat de echtgenote door de bezetter als "voljoods" werd beschouwd en niet viel onder de weinige beschermende regels die soms golden voor bepaalde gemengde huwelijken. Dit briefje illustreert de bureaucratische medewerking van het lokale overheidsapparaat aan de Jodenvervolging.
Samenvatting
Dit document is een formele kennisgeving aan een wethouder (waarschijnlijk van Publieke Zaken) over de uitvoering van een ontslagmaatregel. De schrijver meldt dat er binnen zijn dienst een ambtenaar is ontslagen vanwege diens huwelijk met een Joodse vrouw. Er wordt specifiek vermeld dat de echtgenote niet is vrijgesteld van de sterplicht, wat destijds een criterium kon zijn voor de mate van vervolging of uitzondering binnen "gemengde huwelijken". Het handschrift is een vlot zakelijk lopend schrift, typerend voor de administratie uit die periode.
Historische Context
Het document dateert uit de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (juni 1944). Gedurende de bezetting voerden de nazi's stapsgewijs steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Nadat Joodse ambtenaren al in 1940 waren ontslagen, kwam later ook de focus te liggen op niet-Joodse ambtenaren die getrouwd waren met een Joodse partner.
De verwijzing naar het "dragen van een ster" (de Jodenster, verplicht vanaf mei 1942) geeft aan dat de echtgenote door de bezetter als "voljoods" werd beschouwd en niet viel onder de weinige beschermende regels die soms golden voor bepaalde gemengde huwelijken. Dit briefje illustreert de bureaucratische medewerking van het lokale overheidsapparaat aan de Jodenvervolging.