Doorslag van een getypte brief/rapport (pagina 2).
Origineel
Doorslag van een getypte brief/rapport (pagina 2). Na 7 februari (jaartal niet expliciet op deze pagina, maar historisch te plaatsen in 1941-1943). - 2 -
waarmede nog nimmer eenige moeilijkheid werd ondervonden. Indien eenigszins mogelijk zou ik U daarom beleefd in overweging willen geven, mede in het belang van den Dienst te bevorderen, dat voor Hooft voornoemd een uitzondering op de ontslagregeling wordt gemaakt.
In aansluiting hierop moge ik U mededeelen, dat sinds 7 Februari jl. nog vier tijdelijke contrôleurs van mijn Dienst zijn opgeroepen voor de Hulppolitie. Ook deze kunnen op grond van bovenomschreven redenen bezwaarlijk door den Dienst worden gemist.
Indien ik juist ben ingelicht zijn reeds verschillende personen in den overheidsdienst die in dezelfde omstandigheden verkeerden vrijgesteld.
Ik vind hierin aanleiding U beleefd in overweging te geven om te trachten van de bevoegde autoriteiten, den Secretaris-Generaal van het Departement van Justitie te 's-Gravenhage toestemming te verkrijgen, dat de onderstaande 4 ambtenaren weder ter beschikking van den Dienst Marktwezen worden gesteld.
De namen zijn:
| Naam | Geboorte datum | Adres | Ingedeeld bij de Hulppolitie |
|---|---|---|---|
| J.Pietersma | 19-10-1916 | Graaf Floriszstr.14 III | politiebataljon |
| J.de Vos | 19-4-1916 | Keizersgracht 284 ) | Grüne Polizei |
| H.de Vries | 29-3-1915 | Ceintuurbaan 49 huis) | Mauritskade |
| A.H.Bijland | 4-8-1912 | Valeriusstraat 240 II | Grüne Polizei Districtshuis N.S.B. J.W. Brouwersplein |
De Directeur, Dit document is de tweede pagina van een formele correspondentie vanuit de directeur van de "Dienst Marktwezen" (vermoedelijk Amsterdam). De kern van het schrijven is een verzoek om vier specifieke ambtenaren (tijdelijke controleurs) terug te trekken uit hun dienst bij de Hulppolitie.
De directeur voert aan dat deze mannen onmisbaar zijn voor de bedrijfsvoering van de Dienst Marktwezen. Hij refereert aan eerdere gevallen waarbij ambtenaren in soortgelijke posities vrijstelling kregen ("Sperre"). De brief is gericht aan een hogere autoriteit die de weg moet vrijmaken bij de Secretaris-Generaal van Justitie in Den Haag.
De tabel onderaan specificeert waar deze mannen zijn ingedeeld: bij het politiebataljon of de Grüne Polizei (de Duitse Ordnungspolizei). Opmerkelijk is de vermelding van het NSB-districtshuis aan het J.W. Brouwersplein (thans het Valeriusplein) als locatie voor een van de ambtenaren. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) kampte de administratie met een voortdurend spanningsveld tussen het draaiende houden van de civiele diensten en de eisen van de bezetter. De Hulppolitie werd opgericht om de reguliere politie te ondersteunen, vaak bij bewakingstaken of razzia's, en stond onder direct toezicht van de Duitse autoriteiten (Grüne Polizei).
De Dienst Marktwezen was cruciaal voor de voedselvoorziening en de controle op de zwarte handel in de steden. Directeuren van dergelijke diensten probeerden hun personeel vaak te behoeden voor inzet bij collaborerende eenheden of voor tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz) door te hameren op hun "onmisbaarheid" voor de lokale orde en economie. De vermelding van de Secretaris-Generaal van Justitie wijst op de bureaucratische hiërarchie van die tijd, waarbij Nederlandse topambtenaren fungeerden als intermediair tussen het Nederlandse apparaat en de Duitse bevelhebbers.