Getypte ambtelijke brief met handgeschreven aantekeningen en handtekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven aantekeningen en handtekeningen. 21 juni 1944. Een niet nader genoemde "Directeur" van een overheidsinstelling (mogelijk een inspectie- of belastingdienst). Verzonden 21/6 [handgeschreven]
8a/70/1M. vB/SV.
t.a.v. den
heer Stoot.
21 Juni 1944.
Den Heer Directeur v.d.
Gemt.Distributiedienst,
Amstel 1,
Amsterdam-Centrum.
In aansluiting aan het telefonisch onderhoud van den Inspecteur, den heer De Haer, van mijn dienst doe ik U in bijlage dezes toekomen twee aanvrage voor toerrijwielbanden ten behoeve van de ambtenaren Engelen en Dijkema. Het rijwiel van eerstgenoemde ambtenaar is ontvreemd, waarvan ik U in Februari jl. bij mijn brief 8a/21/1M reeds een verklaring afgegeven door de Politie deed toekomen.
Genoemde ambtenaren hebben hun rijwiel dagelijks noodig voor hun controlewerkzaamheden. Ik zou het derhalve zeer op prijs stellen, indien U alsnog zoudt willen bevorderen, dat aan hen bonnen tot aankoop van toerrijwielbanden werden verstrekt.
De Directeur,
Engelen [handgeschreven]
Dijkema [handgeschreven] De kern van dit schrijven is een formele aanvraag voor schaarse goederen tijdens de Duitse bezetting. De directeur van een overheidsdienst verzoekt de Amsterdamse Distributiedienst om distributiebonnen voor fietsbanden ("toerrijwielbanden") voor twee van zijn medewerkers, de heren Engelen en Dijkema.
De noodzaak wordt onderbouwd met twee argumenten:
1. Dienstbelang: De ambtenaren hebben hun fiets dagelijks nodig voor "controlewerkzaamheden".
2. Overmacht: Er wordt expliciet vermeld dat de fiets van ambtenaar Engelen in februari van dat jaar is gestolen ("ontvreemd"), waarvoor destijds al een proces-verbaal van de politie is overlegd.
De brief is een vervolg op een eerder telefonisch gesprek tussen een inspecteur (De Haer) en de distributiedienst, wat wijst op de moeite die men moest doen om dergelijke vergunningen te verkrijgen. Dit document dateert van 21 juni 1944, slechts twee weken na de geallieerde landingen in Normandië (D-Day). In deze fase van de Tweede Wereldoorlog was de schaarste in het bezette Nederland enorm. Grondstoffen zoals rubber waren nagenoeg niet meer beschikbaar voor de burgerbevolking, omdat deze door de Duitse bezetter werden opgeëist voor de oorlogsvoering.
Fietsen waren het belangrijkste vervoermiddel, maar door het gebrek aan banden reden veel mensen op 'surrogaatbanden' (zoals tuinslangen) of op de kale velgen. Distributiebonnen voor echte rubberen banden werden alleen in zeer uitzonderlijke gevallen verstrekt aan personen met "vitale" beroepen, zoals artsen of, zoals hier, ambtenaren in buitendienst.
De vermelding van de diefstal van de fiets van Engelen is ook typerend voor de periode; fietstiefstal was schering en inslag, zowel door burgers uit bittere noodzaak als door de Duitse bezetter die op grote schaal fietsen vorderde ("Eén miljoen fietsen"). De bureaucratische noodzaak om een politierapport uit februari nogmaals aan te halen in juni illustreert de strenge controle en de stroperige administratie van het distributiestelsel. Politie