Handgeschreven memo of conceptbrief.
Origineel
Handgeschreven memo of conceptbrief. Onvermeld (gezien de context vermoedelijk kort na de Tweede Wereldoorlog, ca. 1945-1946). Onbekend diensthoofd van een overheidsinstelling (ondertekend met 'w.g.'). Den Heer Gevolmachtigde voor in beslag genomen goederen, Stationsplein 16, Arnhem. [Linksboven in rode inkt:]
8A/79/1
[Rechtsboven:]
Den Heer Gevolmachtigde voor
in beslag genomen goederen
Stationsplein 16
Arnhem
[Body:]
In aansluiting aan ons telefo-
nisch onderhoud als heden inzake het
beschikbaar stellen aan personeel van
overheidsinstellingen van in beslag geno-
men goederen (o.a. Tabak), verzoek ik
U hiermede beleefd ook het personeel
bij mijn dienst hiervoor in aanmerking
te doen komen. Dit personeel bestaat
uit 94 personen, waaronder 1 vrouw.
w.g. De tekst betreft een zakelijk verzoek met betrekking tot de distributie van geconfisqueerde goederen in de periode van de naoorlogse wederopbouw. De schrijver refereert aan een telefonisch onderhoud waarin de verstrekking van in beslag genomen goederen — waarbij expliciet tabak wordt genoemd — aan personeel van overheidsinstellingen werd besproken.
De afzender verzoekt formeel om zijn eigen dienst, bestaande uit 94 medewerkers (93 mannen en 1 vrouw), op de lijst voor deze extra verstrekkingen te plaatsen. Het handschrift is een vlot, naoorlogs cursief. De afkorting "w.g." rechtsonder staat voor "was getekend", wat erop duidt dat dit een afschrift of een dossierkopie is van het origineel. Kort na de bevrijding van Nederland was er een grote schaarste aan vrijwel alle goederen. De "Gevolmachtigde voor in beslag genomen goederen" hield zich bezig met het beheer van goederen die waren afgenomen van vijandelijke onderdanen of collaborateurs (vaak via het Nederlands Beheersinstituut).
Omdat genotsmiddelen zoals tabak nog op de bon waren en zeer schaars waren, werden partijen die door de overheid in beslag waren genomen soms als extra beloning of 'gratificatie in natura' verdeeld onder ambtenaren en ander overheidspersoneel. Het Stationsplein in Arnhem was in die tijd een knooppunt voor diverse tijdelijke overheidsbureaus, omdat veel andere gebouwen in de stad door de oorlog verwoest waren.
Samenvatting
De tekst betreft een zakelijk verzoek met betrekking tot de distributie van geconfisqueerde goederen in de periode van de naoorlogse wederopbouw. De schrijver refereert aan een telefonisch onderhoud waarin de verstrekking van in beslag genomen goederen — waarbij expliciet tabak wordt genoemd — aan personeel van overheidsinstellingen werd besproken.
De afzender verzoekt formeel om zijn eigen dienst, bestaande uit 94 medewerkers (93 mannen en 1 vrouw), op de lijst voor deze extra verstrekkingen te plaatsen. Het handschrift is een vlot, naoorlogs cursief. De afkorting "w.g." rechtsonder staat voor "was getekend", wat erop duidt dat dit een afschrift of een dossierkopie is van het origineel.
Historische Context
Kort na de bevrijding van Nederland was er een grote schaarste aan vrijwel alle goederen. De "Gevolmachtigde voor in beslag genomen goederen" hield zich bezig met het beheer van goederen die waren afgenomen van vijandelijke onderdanen of collaborateurs (vaak via het Nederlands Beheersinstituut).
Omdat genotsmiddelen zoals tabak nog op de bon waren en zeer schaars waren, werden partijen die door de overheid in beslag waren genomen soms als extra beloning of 'gratificatie in natura' verdeeld onder ambtenaren en ander overheidspersoneel. Het Stationsplein in Arnhem was in die tijd een knooppunt voor diverse tijdelijke overheidsbureaus, omdat veel andere gebouwen in de stad door de oorlog verwoest waren.