Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie) met handgeschreven kanttekening. 18 juli 1944. De Directeur van een niet nader genoemde overheidsdienst (kenmerk 8a/79/1M. vB/SV). De Heer Gevolmachtigde voor in beslaggenomen goederen, Stationsplein 16, Arnhem. [Handgeschreven in paarse inkt:] Verzonden $\frac{18}{7}$
8a/79/1M. vB/SV.
18 Juli 1944.
Den Heer Gevolmachtigde voor
in beslaggenomen goederen,
Stationsplein 16,
A r n h e m (Gld).
In aansluiting aan ons telefonisch onderhoud van heden inzake het beschikbaar stellen aan personeel van overheidsinstellingen van in beslag genomen goederen (o.a. tabak), verzoek ik U hiermede beleefd ook het personeel van mijn dienst hiervoor in aanmerking te doen komen. Dit personeel bestaat uit 94 personen, waaronder 1 vrouw.
De Directeur, * Toon en taal: De brief is geschreven in een formele, ambtelijke stijl, gebruikelijk voor die periode. De formulering "beleefd verzoek" getuigt van de hiërarchische verhoudingen tussen overheidsinstanties.
* Inhoud: De kern van de brief is een verzoek om extra rantsoenen of extraatjes voor het eigen personeel. In tijden van schaarste was het voor directeuren van belang om hun personeel te 'belonen' of te ondersteunen met schaarse goederen zoals tabak.
* Demografie: Een saillant detail is de personeelsopbouw: van de 94 medewerkers is er slechts één vrouw. Dit weerspiegelt de toenmalige arbeidsmarktverhoudingen binnen de overheid.
* Locatie: Het adres Stationsplein 16 in Arnhem is historisch relevant; dit gebied zou slechts twee maanden na deze brief (tijdens de Slag om Arnhem in september 1944) grotendeels verwoest worden. Dit document stamt uit de late fase van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1944). In deze periode was er een nijpend gebrek aan bijna alle primaire en secundaire levensbehoeften.
De "Gevolmachtigde voor in beslaggenomen goederen" hield toezicht op goederen die door de bezetter of door de collaborerende overheid in beslag waren genomen. Dit kon gaan om goederen van de zwarte markt, maar vaak betrof het ook bezittingen van weggevoerde Joodse burgers of 'vijandelijk vermogen'.
Tabak was in 1944 een uiterst schaars en gewild ruilmiddel. Dat overheidsinstellingen onderling probeerden deze goederen te verdelen onder hun personeel, was een manier om de moraal hoog te houden en de loyaliteit van de ambtenaren in crisistijd te waarborgen. De brief toont de alledaagse bureaucratie te midden van de oorlogsomstandigheden, kort voor de geallieerde opmars naar Zuid-Nederland zou beginnen.