Handgeschreven ambtelijke brief / intern memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief / intern memorandum. 10 november 1944. Afdeling Arbeidszaken, Raadhuis Amsterdam. [Linksboven:]
ter attentie
van den Heer
Bodt
[Rechtsboven:]
A’dam 10/11 1944
Afd. Arb. Zaken
Raadhuis
[Marge links:]
PA/94/3
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van
den brief van den B. m.
dd. 18 sept. jl. no. 1068 b
Arb. 44 heb ik de eer u
te berichten, dat de techn.
opzichter J. v. Ruiteren en
den marktmeester C. Blom
[tussenvoeging in rood potlood: bereid]
zijn een cursus
E. H. B. O. te volgen; ik acht
hen daartoe geschikt. Ik heb
er geen bezwaar tegen, dat
de betr. lessen zoo noodig
in diensttijd worden gevolgd.
Ik voeg hier nog aan toe, Het document is een zakelijke correspondentie binnen het Amsterdamse gemeentelijk apparaat tijdens de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is de goedkeuring voor twee ambtenaren om een E.H.B.O.-opleiding (Eerste Hulp Bij Ongelukken) te volgen.
De genoemde personen zijn:
1. J. v. Ruiteren, werkzaam als technisch opzichter.
2. C. Blom, werkzaam als marktmeester.
De brief is een formele reactie op een schrijven van de Burgemeester (B. m.) van september van dat jaar. Opvallend is de handgeschreven correctie/tussenvoeging "bereid" boven het woord "zijn", wat aangeeft dat de vrijwilligheid van de ambtenaren expliciet werd vastgelegd. De schrijver benadrukt dat hij hen "geschikt" acht en geeft toestemming om de lessen onder werktijd ("in diensttijd") te volgen, wat duidt op het grote belang dat aan deze training werd gehecht. De datum van de brief, 10 november 1944, plaatst dit document in het hart van de Hongerwinter. Amsterdam was op dat moment nog bezet door nazi-Duitsland en de stad kampte met extreme tekorten aan voedsel en brandstof. De geallieerde opmars was na de Slag om Arnhem (september 1944) gestokt, waardoor West-Nederland geïsoleerd raakte.
In deze chaotische en gevaarlijke periode was de aanwezigheid van geschoold E.H.B.O.-personeel binnen de gemeentelijke diensten van vitaal belang. Vanwege de constante dreiging van bombardementen, ongevallen door verzwakking van de bevolking en mogelijke onlusten, was civiele hulpverlening een prioriteit. Dat de ambtelijke hiërarchie (vertegenwoordigd door de door de bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte) zelfs in deze crisistijd de tijd nam voor dergelijke administratieve afhandelingen, toont de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie onder bezetting aan. De brief eindigt abrupt onderaan de pagina, wat suggereert dat er mogelijk een tweede blad bijhoorde.