Archief 745
Inventaris 745-423
Pagina 137
Jaar 1944
Stadsarchief

Archiefdocument

24 oktober 1944 Van: De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris

Origineel

24 oktober 1944 De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris G E M E E N T E A M S T E R D A M.

No. 10398 Arb.1944 Amsterdam, 24 October 1944.
Onderwerp: salaris- of
loonvoorschot. [Stempel: Nº 8A/98/2] [Stempel: M. 1944]
[Handgeschreven toevoeging in de marge rechtsboven, deels onleesbaar: "Gezien door Mr ..."]

De vraag is gesteld, welke maatregelen genomen moeten worden, indien bij de salaris- of loonbetaling het uitgereikte zakje met het salaris- of loonvoorschot niet meer in ongeschonden staat kan worden getoond.
Naar aanleiding hiervan bepaal ik, dat in dit geval het voorschot aanstonds opeischbaar wordt. Vanzelfsprekend moet dan onmiddellijk worden overgegaan tot inhouding van het gegeven voorschot op het salaris of loon en wel met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid van artikel 120 der Ambtenarenwet-1929.
Indien derhalve een ambtenaar of werkman bij de salaris- of loonbetaling het zakje niet meer ongeschonden kan toonen, zal op het dan uit te betalen salaris of loon moeten worden ingehouden een bedrag, gelijk aan de helft van het netto-salaris of -loon (salaris of loon, plus toeslagen, verminderd met pensioenpremie), of zooveel minder, als het gegeven voorschot beneden dit bedrag blijft.
Is het ingehouden bedrag niet voldoende voor de geheele afbetaling van het voorschot, dan zal bij de volgende betalingen de rest dienen te worden ingehouden.
Voor arbeidscontractanten ware een overeenkomstige regeling te treffen.

De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]

de Gemeentesecretaris,
[Handtekening: M.F. Franken]

Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, Diensten
en Bedrijven.
Arb.Z.Stadhuis
A'dam, Oct. 1944
Volgno. 163 Dit document is een officiële instructie van het Amsterdamse gemeentebestuur aan haar diensthoofden. Het behandelt een zeer specifieke administratieve kwestie: de terugbetaling van loonvoorschotten.

De kern van de instructie is dat wanneer een werknemer zijn loonzakje (waarin een voorschot was uitgekeerd) niet in "ongeschonden staat" kan overleggen bij de reguliere loonuitbetaling, het volledige voorschot direct moet worden teruggevorderd. Dit gebeurt via looninhouding, waarbij de wettelijke grens van maximaal de helft van het nettoloon (conform de Ambtenarenwet 1929) in acht genomen moet worden. Als één termijn niet volstaat, wordt de inhouding bij de volgende loonronde voortgezet.

De toon is strikt en bureaucratisch, gericht op het voorkomen van fraude of onregelmatigheden bij de contante uitbetalingen van die tijd. De datum van het document, 24 oktober 1944, is cruciaal voor het begrip van de situatie. Nederland bevond zich midden in de Tweede Wereldoorlog. Het zuiden was reeds bevrijd, maar Amsterdam zat nog in bezet gebied aan het begin van de Hongerwinter.

In deze periode heerste er enorme schaarste, hyperinflatie op de zwarte markt en grote onzekerheid over voedselvoorziening en brandstof. De gemeente Amsterdam stond onder toezicht van de bezetter; burgemeester Edward Voûte was een collaborateur die door de Duitsers was aangesteld.

De strenge eis dat een loonzakje "ongeschonden" getoond moet worden, suggereert een wantrouwen vanuit de administratie. In een tijd van extreme nood probeerden mensen op allerlei manieren aan extra middelen te komen. Het systeem met voorschotten was waarschijnlijk nodig omdat mensen hun loon niet konden afwachten door de stijgende prijzen, maar de administratie wilde koste wat kost voorkomen dat er misbruik van werd gemaakt (bijvoorbeeld door te beweren dat een voorschot nooit ontvangen was of verloren was gegaan). Zelfs tijdens een humanitaire ramp bleef de ambtelijke molen malen volgens de regels van de wet uit 1929.

Samenvatting

Dit document is een officiële instructie van het Amsterdamse gemeentebestuur aan haar diensthoofden. Het behandelt een zeer specifieke administratieve kwestie: de terugbetaling van loonvoorschotten.

De kern van de instructie is dat wanneer een werknemer zijn loonzakje (waarin een voorschot was uitgekeerd) niet in "ongeschonden staat" kan overleggen bij de reguliere loonuitbetaling, het volledige voorschot direct moet worden teruggevorderd. Dit gebeurt via looninhouding, waarbij de wettelijke grens van maximaal de helft van het nettoloon (conform de Ambtenarenwet 1929) in acht genomen moet worden. Als één termijn niet volstaat, wordt de inhouding bij de volgende loonronde voortgezet.

De toon is strikt en bureaucratisch, gericht op het voorkomen van fraude of onregelmatigheden bij de contante uitbetalingen van die tijd.

Historische Context

De datum van het document, 24 oktober 1944, is cruciaal voor het begrip van de situatie. Nederland bevond zich midden in de Tweede Wereldoorlog. Het zuiden was reeds bevrijd, maar Amsterdam zat nog in bezet gebied aan het begin van de Hongerwinter.

In deze periode heerste er enorme schaarste, hyperinflatie op de zwarte markt en grote onzekerheid over voedselvoorziening en brandstof. De gemeente Amsterdam stond onder toezicht van de bezetter; burgemeester Edward Voûte was een collaborateur die door de Duitsers was aangesteld.

De strenge eis dat een loonzakje "ongeschonden" getoond moet worden, suggereert een wantrouwen vanuit de administratie. In een tijd van extreme nood probeerden mensen op allerlei manieren aan extra middelen te komen. Het systeem met voorschotten was waarschijnlijk nodig omdat mensen hun loon niet konden afwachten door de stijgende prijzen, maar de administratie wilde koste wat kost voorkomen dat er misbruik van werd gemaakt (bijvoorbeeld door te beweren dat een voorschot nooit ontvangen was of verloren was gegaan). Zelfs tijdens een humanitaire ramp bleef de ambtelijke molen malen volgens de regels van de wet uit 1929.

Kooplieden in dit dossier 100

Th. de Wolf. Uilenburg *? onbekend*
A.C. Cobussen A35-239324
Afschrijving Dubieuse debiteuren
Afschrijving Dubieuze debiteuren Waterlooplein
Afschrijvingen 1944
Afschrijvingen 1944 " 113.775,-- Waterlooplein
Afschrijving op voorraden
Afschrijving op voorraden Waterlooplein
A.H. Bijland Districtshuis N.S.B. J.W. Brouwersplein
A.H. Bijland Grüne Polizei Districtshuis N.S.B. J.W. Brouwersplein
A.J.I. Barbiers A35-001541
Alexander Vrachtdoender Uilenburg *E 23 - 220 G 11/1 '42*
A. Samson Uilenburg *E 20-87 G 11/1 '42*
A. Schrijver Uilenburg *E Nieuwmarkt G 3-11-41*
A. Segal Uilenburg *E: Uilenburg 8-3-41*
A. v.d. Nekke gemachtigde van de fa Med. L. Stadtvries Waterlooplein Deze vordering werd reeds in uw handen gesteld per schrijven no 3/16/im dd 20 Oct 1944. doch aangehouden naar betrekking mits inmiddels de huur over sept + Oct heeft voldaan.
Abraham Waterman Uilenburg *E 27 - 153 G 1-9-42*
A. Waterman Uilenburg *E: A.C. G 3-11-41*
B. Felthuis A35-001555
B. Springer Uilenburg *E 26-42 G 1-9-42*
B. Waterman Uilenburg *E W.plein G 7-12-42*
B. Wurms Uilenburg *E 21-3 G 1935*
C.F. Eggelte A35-001553
C.J.L. Lak A35-001577
C. Sliphorst A35-461111
C. Veerman A35-001605
D. Fransen A35-048602
E. Stranders Uilenburg *E Waterloopl. G 8-6-36*
Exploitatie - winst
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 5