Handgeschreven ambtelijke notitie of begeleidend schrijven.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of begeleidend schrijven. Het document verwijst naar een circulaire van 1 januari 1920 (1.1.20). onderwerp
verstrekking
kookkacheltjes
W. C. M.
N.a.v. de circulaire van
den Min. 1.1.20 bet. jl. no. 821 L. B. r. m.
heb ik de eer U onderstaand opgave te
doen toekomen van personeel in mijn
dienst, dat voor de verstrekking
van kookkacheltjes in aanmerking
wenscht te komen.
[Signatuur] * Inhoud: De auteur reageert op een officiële circulaire van een ministerie ("den Min.") betreffende de distributie van kookkacheltjes. Er wordt melding gemaakt van een bijgevoegde of onderstaande lijst ("opgave") van personeelsleden die gebruik wensen te maken van deze verstrekking.
* Schrijfstijl: Het handschrift is een vlot, zakelijk cursief uit het begin van de 20e eeuw. De formulering is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U...").
* Afkortingen: "N.a.v." staat voor 'Naar aanleiding van'; "bet. jl." voor 'betreffende jongstleden'; de code "no. 821 L. B. r. m." is een specifiek administratief kenmerk van de circulaire.
* Status: Gezien de beknoptheid lijkt dit een interne notificatie of een geleidebriefje binnen een grotere ambtelijke organisatie. * Historische context (Schaarste): In 1920, kort na de Eerste Wereldoorlog, kampte Nederland nog steeds met de naweeën van de oorlogseconomie. Er was een groot tekort aan brandstoffen zoals kolen. De overheid verstrekte daarom soms kleine, efficiënte kooktoestellen aan haar personeel om de kosten van levensonderhoud te drukken en brandstofverbruik te minimaliseren.
* Administratieve context: De verwijzing naar een circulaire van de Minister duidt op een centrale regeling. De genoemde kookkacheltjes waren vaak zogenaamde 'noodkacheltjes' of zuinige toestellen die tijdens de crisisjaren wijdverspreid raakten.
* Organisatie: De initialen "W.C.M." en de gebruikte codes suggereren een militaire of ministeriële afdeling waar nauwgezet werd bijgehouden welk personeel recht had op dergelijke materiële ondersteuning.
Samenvatting
- Inhoud: De auteur reageert op een officiële circulaire van een ministerie ("den Min.") betreffende de distributie van kookkacheltjes. Er wordt melding gemaakt van een bijgevoegde of onderstaande lijst ("opgave") van personeelsleden die gebruik wensen te maken van deze verstrekking.
- Schrijfstijl: Het handschrift is een vlot, zakelijk cursief uit het begin van de 20e eeuw. De formulering is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U...").
- Afkortingen: "N.a.v." staat voor 'Naar aanleiding van'; "bet. jl." voor 'betreffende jongstleden'; de code "no. 821 L. B. r. m." is een specifiek administratief kenmerk van de circulaire.
- Status: Gezien de beknoptheid lijkt dit een interne notificatie of een geleidebriefje binnen een grotere ambtelijke organisatie.
Historische Context
- Historische context (Schaarste): In 1920, kort na de Eerste Wereldoorlog, kampte Nederland nog steeds met de naweeën van de oorlogseconomie. Er was een groot tekort aan brandstoffen zoals kolen. De overheid verstrekte daarom soms kleine, efficiënte kooktoestellen aan haar personeel om de kosten van levensonderhoud te drukken en brandstofverbruik te minimaliseren.
- Administratieve context: De verwijzing naar een circulaire van de Minister duidt op een centrale regeling. De genoemde kookkacheltjes waren vaak zogenaamde 'noodkacheltjes' of zuinige toestellen die tijdens de crisisjaren wijdverspreid raakten.
- Organisatie: De initialen "W.C.M." en de gebruikte codes suggereren een militaire of ministeriële afdeling waar nauwgezet werd bijgehouden welk personeel recht had op dergelijke materiële ondersteuning.