Officieel schrijven/memorandum van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel schrijven/memorandum van de Gemeente Amsterdam. 20 oktober 1944. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). GEMEENTE AMSTERDAM.
No. 831 L.M. 1944
Onderwerp: Verstrekking kookkacheltjes. Amsterdam, 20 October 1944.
Hierbij deel ik U mede, dat de Gemeente nog een beperkt aantal kookkacheltjes bezit. Het is mijn bedoeling voor die kacheltjes in aanmerking te doen komen, ambtenaren en werklieden, die, doordat zij lijdende zijn aan een ziekte of kwaal, niet in staat zijn van het eten der Centrale Keuken gebruik te maken maar wel over brandstoffen beschikken om eventueel thuis hun maaltijd te bereiden.
Bedoelde personen moeten zich vóór Dinsdag 24 October schriftelijk opgeven bij den Wethouder voor de Levensmiddelen. Een onderzoek vanwege den Gemeentelijken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst zal daarna uitmaken wie een kacheltje noodig hebben. De prijs van een kacheltje is f. 27,50.
De Burgemeester van Amsterdam,
w.g. Voûte
De Gemeentesecretaris,
w.g. J.F. Franken.
Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, Diensten
en Bedrijven.
[Handgeschreven parafen aan de linker- en rechterzijde, o.a.:]
F. van Beeren
Boon & Rijvoord
[Diverse onleesbare handtekeningen en data] Dit document is een administratief besluit uit een zeer kritieke periode van de Nederlandse geschiedenis. De tekst weerspiegelt de extreme schaarste aan het begin van de Hongerwinter.
Kernpunten:
1. Selectieve hulp: De kacheltjes zijn niet voor iedereen; ze zijn specifiek bedoeld voor gemeente-personeel dat door ziekte fysiek niet in staat is om naar de Centrale Keuken (gaarkeuken) te gaan.
2. Bureaucratische controle: De toewijzing is streng gereguleerd. Men moet zich schriftelijk aanmelden en er volgt een medische keuring door de GG&GD om de noodzaak vast te stellen.
3. Kosten: Ondanks de noodtoestand moesten de werknemers zelf betalen voor het kacheltje (f. 27,50), wat in 1944 een aanzienlijk bedrag was.
4. Brandstof: De nadruk ligt op de voorwaarde dat men zelf over brandstof moet beschikken, wat suggereert dat de gemeente wel de hardware (het kacheltje) kon leveren, maar niet de energiebron. Dit schrijven dateert van 20 oktober 1944, midden in de Duitse bezetting en aan de vooravond van de beruchte Hongerwinter. Na de Spoorwegstaking van september 1944 zetten de Duitsers voedsel- en brandstoftransporten naar het westen van Nederland stop als represaille.
De "Centrale Keukens" waren voor een groot deel van de Amsterdamse bevolking de enige bron van een warme maaltijd, maar de rijen waren lang en de kwaliteit van het eten nam snel af. Voor zieken en zwakken was het halen van eten vaak onmogelijk.
Burgemeester Edward Voûte, die het document ondertekent, was een pro-Duitse burgemeester die door de bezetter was aangesteld. Hoewel hij collaboreerde, probeerde hij op pragmatische wijze de stedelijke diensten draaiende te houden. De handgeschreven parafen onderaan het document tonen de distributie van dit bevel binnen de verschillende gemeentelijke apparaten, waarbij hoofden van diensten tekenden voor gezien.