Handgeschreven kladversie van een ambtelijk voorstel/memo.
Origineel
Handgeschreven kladversie van een ambtelijk voorstel/memo. 22 november 1944. (Opmerking: Het document bevat veel doorhalingen en correcties. Onderstaande transcriptie volgt de meest leesbare, uiteindelijke tekstloop. Tekst tussen [ ] is onzeker of een reconstructie van doorgestreepte delen.)
[Bovenaan diverse zwaar doorgehaalde regels, o.a. over "ter aller tijde beschikbaar dienen te zijn" en "controleur"]
Bovendien is, zooals U bekend is
der marktmeester
van mijn dienst C. Blom (no 98) belast met
speciale controle op levensmiddelen, meer speciaal schepen,
welke voor de gemeente A'dam
aanvoeren,
[meerdere regels doorgehaald]
voor deze werkzaamheden,
moest Blom zich te aller tijde beschikbaar
houden, [waarbij deze uren vaak]
des avonds en des nachts vallen.
Ik stelde voor aan
Blom, voor deze extra controle
werkzaamheden, naar rato een toelage
van f 300.- per jaar te willen verleenen.
geschiedt met ingang van 1 October 1944.
Indien U aan het bovenstaande
Uw goedkeuring kunt hechten, heb ik de
eer U beleefd te verzoeken wel te
willen bevorderen, dat bij besluit des
Burg. de gratificatie en de toelage
zooals hiervoor aangegeven, worden
toegekend.
[doorgestreepte regel: de toelage moet aan Blom...]
22/11 '44 [Paraaf/Handtekening]
aan
gemeente
ambtenaren Het document is een typisch voorbeeld van een intern ambtelijk concept uit de oorlogsjaren. De talloze doorhalingen en tekstwijzigingen laten zien dat de schrijver (waarschijnlijk een afdelingshoofd) zocht naar de juiste formele bewoordingen om een extra beloning voor een ondergeschikte te rechtvaardigen.
De kern van het verzoek is een financiële compensatie voor marktmeester C. Blom. Hij voerde speciale controles uit op schepen die levensmiddelen naar Amsterdam brachten. De schrijver benadrukt dat Blom hiervoor dag en nacht beschikbaar moest zijn, wat een jaarlijkse toelage van 300 gulden zou rechtvaardigen, met terugwerkende kracht vanaf oktober 1944. Het document eindigt met de formele verzoekformule gericht aan de Burgemeester ("Burg."). De datum, 22 november 1944, is historisch zeer significant. Nederland bevond zich midden in de Tweede Wereldoorlog, en West-Nederland (waaronder Amsterdam) was op dat moment in de greep van de Hongerwinter. De voedselvoorziening was nagenoeg ingestort en de stad was voor haar overleving afhankelijk van de schaarse aanvoer per schip over de binnenwateren.
Ambtenaren zoals deze marktmeester speelden een cruciale rol in het controleren van de legale aanvoer en het tegengaan van de zwarte handel. Het feit dat er in deze periode van extreme schaarste en chaos nog steeds formele ambtelijke stukken werden opgesteld over toelages van 300 gulden, illustreert de doorlopende bureaucratie, maar ook de noodzaak om essentieel personeel in de voedselketen te motiveren en te compenseren voor extreem zwaar werk onder erbarmelijke omstandigheden.