Officiële circulaire / Dienstbrief.
Origineel
Officiële circulaire / Dienstbrief. 15 januari 1945. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte). Hoofden van Administratiën, Diensten en Bedrijven van de Gemeente Amsterdam. [Bovenaan de pagina, handgeschreven/gestempeld:]
№ 8A/115/2 M.1944 22/45 85 X
[Briefhoofd:]
G E M E E N T E A M S T E R D A M .
No. 1870 afd Arb. 1944.
Amsterdam, 15 Januari 1945.
Onderwerp: vrijstellingsbewijzen.
Het is mij gebleken, dat enkele diensthoofden vanwege het spoedeischend karakter der zaak niet hebben voldaan aan mijn telephonisch te hunner kennis gebrachten wensch, dat de formulieren voor het aanvragen van "Rückstellungsanträge" niet zouden worden ingevuld, dan nadat aan elk der leden van het bij den dienst werkzaam zijnde personeel was gevraagd, of zij op het bezit van een "Rückstellungsantrag" prijs stelden.
In verband hiermede draag ik U op, alsnog of nogmaals alle leden van Uw personeel er op te wijzen, dat op hen noch de verplichting rust tot het aanvaarden van een "Rückstellungsantrag", noch van de door mij uitgereikte "Amtliche Bescheinigung", zoodat het in ontvangst nemen van beide of één van beide kan worden geweigerd.
Voorts verzoek ik U ter kennis van Uw personeel te brengen, dat de "Amtliche Bescheinigung" slechts te beschouwen is als een verklaring mijnerzijds, dat de bezitter daarvan in Amsterdamschen gemeentedienst werkzaam is en voor een goed functionneeren van den dienst onmisbaar is. Zij heeft niet de beteekenis van een "voorloopige Ausweis", daar deze slechts kan worden afgegeven door de Duitsche autoriteiten.
Een exemplaar van de door U gegeven dienstorder zie ik met spoed tegemoet. (inzenden afdeeling Arbeidszaken).
De Burgemeester van Amsterdam,
[Ondertekend met handtekening:]
(w.g.) Voûte
[Linksonder:]
Aan Heeren Hoofden van
Administratiën, Diensten en
Bedrijven.
Arb.Z. Stadhuis
A'dam, Jan '45
Volgno. 3.
--- Dit document is een officiële mededeling van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de brief is de procedure rondom de zogenaamde Rückstellungsanträge (aanvragen voor uitstel van tewerkstelling) en de Amtliche Bescheinigung (ambtelijke verklaring van onmisbaarheid).
Belangrijkste punten uit de tekst:
1. Vrijwilligheid: De burgemeester berispt diensthoofden die formulieren hebben ingevuld zonder het personeel te vragen of zij dit wel wilden. Hij benadrukt dat ambtenaren niet verplicht zijn deze documenten te aanvaarden.
2. Juridische status: Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen een verklaring van de gemeente (dat iemand onmisbaar is) en een officieel Duits identiteitsbewijs (Ausweis). De burgemeester waarschuwt dat zijn verklaring geen officiële vrijstelling van de Duitse autoriteiten is.
3. Toon: De toon is bureaucratisch maar dwingend naar de diensthoofden toe ("draag ik U op"), terwijl het een zekere mate van 'keuze' lijkt te bieden aan het personeel. Historische context:
Januari 1945 markeert het dieptepunt van de Hongerwinter in bezet Nederland. De druk van de Duitse bezetter om Nederlandse mannen in te zetten voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland) was op dat moment enorm hoog. Veel mannen probeerden onder deze tewerkstelling uit te komen door 'onmisbaar' verklaard te worden in hun huidige functie.
De rol van Edward Voûte:
Edward Voûte was de door de Duitsers benoemde burgemeester van Amsterdam (geen NSB-lid, maar wel collaborerend). In deze brief manoeuvreert hij tussen de eisen van de bezetter en de weerstand onder het gemeentepersoneel.
De weigering:
Dat de burgemeester benadrukt dat personeel de documenten mag weigeren, is cruciaal. Veel Amsterdammers doken in deze periode onder of wilden geen enkel officieel document van de bezetter of de collaborerende overheid aannemen, uit angst voor registratie of uit principiële verzetsmotieven. Een Rückstellungsantrag betekende immers dat je officieel geregistreerd stond, wat ook gevaarlijk kon zijn als de Duitsers later besloten de vrijstellingen in te trekken (wat veelvuldig gebeurde). De brief weerspiegelt de chaos en de angst rondom de razzia's voor de arbeidsinzet in de laatste maanden van de oorlog.