Handgeschreven ambtelijk concept of memo met doorhaling en kantlijnnotities.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk concept of memo met doorhaling en kantlijnnotities. Hoofdtekst gedateerd 27 juli 1944; marge-notitie vermeldt 25 juli 1944. [In de linkermarge, verticaal geschreven:]
U. Sikkema van Afd. Fin. telefonisch medegedeeld dat H.W. geen gegevens heeft & vertrokken is per 25/7 ’44 G
[Hoofdtekst:]
[In rood kader:] V.B.
W. l. m.
N.a.v. de met de circulaire van Uw Ambtgenoot van de Financiën d.d. 5 Juli jl. no. 586 L.M. 1944 om bericht ontvangen stukken heb ik de eer U het volgende te berichten:
Of en in hoeverre de evacuatie van Joodsche personen, dus met de arisering der markten, welke twee jaar geleden tot stand is gekomen, invloed heeft gehad op de inkomsten en uitgaven der markten is niet na te gaan. Tegenover deze evacuatie van Joodsche personen [doorgehaald: staat] weer de vestiging van anderen staat.
Overigens geven bedoelde stukken mij geen aanleiding tot opmerkingen.
27/7 ’44 G * Onderwerp: De tekst betreft een reactie op een administratief onderzoek naar de financiële gevolgen van de deportatie van Joden en de overname van hun marktactiviteiten door niet-Joden.
* Inhoudelijke kern: De schrijver stelt dat het onmogelijk is om vast te stellen wat het effect is geweest van de "arisering" (het onteigenen van Joods bezit) op de marktinkomsten. De redenering is dat de "geëvacueerde" (gedeporteerde) Joodse kooplui zijn vervangen door anderen, waardoor de balans neutraal lijkt te blijven in de boekhouding.
* Stijl: De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor de ambtelijke taal tijdens de bezettingsjaren.
* Margenotitie: Deze verduidelijkt dat een zekere "H.W." (mogelijk een dossierhouder of getuige) niet beschikbaar was voor nadere gegevens omdat deze persoon reeds vertrokken was. Dit document is een direct overblijfsel van de bureaucratische afhandeling van de Holocaust in Nederland. Het dateert van juli 1944, een periode waarin de deportaties van de Joodse bevolking grotendeels waren voltooid.
Het document illustreert twee belangrijke aspecten van de bezettingstijd:
1. Eufemismen: De term "evacuatie van Joodsche personen" wordt gebruikt als een kille, administratieve omschrijving voor de deportatie naar concentratie- en vernietigingskampen.
2. Arisering: De term "arisering der markten" verwijst naar de wettelijke uitsluiting van Joden van markten en de overdracht van hun handelsplaatsen aan niet-Joodse ('Arische') Nederlanders.
De focus van de ambtenarij ligt hier niet op het menselijke leed, maar op de vraag of deze ingrijpende maatschappelijke verandering invloed heeft gehad op de staatsinkomsten uit marktgelden. De grote 'X' door het document suggereert dat deze specifieke formulering is verworpen of dat de correspondentie hierover als afgehandeld werd beschouwd.