Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 16 november 1944. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). 10/27/1M. 1 16 November 1944. M/ST
Aan Afdeeling Wettelijke Aansprakelijkheid, Verhaals- en Verzekeringszaken,
Raadhuis,
A l h i e r.
Ik heb de eer U als bijlage een staat te doen toekomen bevattende de gegevens betreffende schulden van grossiers waarvan de invordering vanwege mijn dienst op moeilijkheden stuit.
Te Uwer bediening ontvangt U hierbij tevens een model van het huurcontract dat door huurders van pakhuisafdeelingen (no's 1 tot en met no. 4 van bovengenoemden staat) werd geteekend alsmede een model van de verklaring die door den betrokkene voor het innemen van een plaats (no.5) werd onderteekend. Deze geteekende stukken zijn in mijn bezit.
Ten aanzien van de pakhuisafdeelingen deel ik U nog mede, dat dezerzijds pogingen zullen worden aangewend om deze pakhuizen aan andere gegadigden te verhuren. Ik zal U omtrent deze verhuringen te zijner tijd nadere inlichtingen verstrekken.
De eventueel ingevorderde bedragen gelieve U te storten op de rekening no.74 van de Centrale Markt bij het Gemeentelijk Girokantoor.
De Directeur, * Kernboodschap: De directeur van de Centrale Markt draagt de invordering van schulden van grossiers over aan de juridische afdeling van de gemeente (het Raadhuis). Zijn eigen dienst slaagt er niet in de bedragen te innen.
* Juridische documentatie: Er worden bewijsstukken meegeleverd, waaronder een lijst met schuldenaren, modellen van huurcontracten en getekende verklaringen voor het gebruik van pakhuisruimtes.
* Beleidsvoornemen: De directie is van plan de pakhuisruimtes van de wanbetalers te ontruimen en opnieuw te verhuren aan andere geïnteresseerden.
* Financiële afwikkeling: Er wordt specifiek gevraagd om geïnde gelden te storten op een specifieke rekening van de Centrale Markt bij het Gemeentelijk Girokantoor. Dit document stamt uit november 1944, een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis. Terwijl het zuiden van Nederland al was bevrijd, bevond Amsterdam zich in het nog bezette westen aan het begin van de Hongerwinter.
De economische ontwrichting was op dat moment totaal. De Centrale Markt in Amsterdam was het cruciale knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad. Dat grossiers (groothandelaren) hun schulden niet konden betalen en dat de marktmeester moeite had met de exploitatie van de pakhuizen, is een direct gevolg van de schaarste, de stopgezette handel en de algehele chaos tijdens de bezetting. De formele, ambtelijke toon van de brief contrasteert scherp met de grimmige realiteit van de honger en de naderende ineenstorting van de infrastructuur in die winter.