Getypt ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypt ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen. 11 februari 1944 (met een rode kanttekening van 17 juni 1944). (Getypt gedeelte:)
DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
A M S T E R D A M
R A P P O R T
In opdracht van den Heer Directeur van het Marktwezen, heb ik J. H. de Grebber, Ambtenaar bij het marktwezen, een onderzoek ingesteld naar de herkomst van de doperwten, die Jan Hendrik van der Swaan, in zijn erwtensoep gebruikt. Swaan neemt een standplaats in op de Albert Cuypstraat voor den verkoop van erwtensoep. Hij verklaarde mij, dat hij verschenen zomer een groote hoeveelheid doperwten heeft gedroogd. Deze doperwten waren vrij bij den groentehandelaar te koop. Ik, rapporteur, heb de doperwten in zijn woning gezien en geconstateerd dat het inderdaad doperwten waren. Volgens Swaan zou hij, indien hij er z.g. "ZWARTE" erwten bij zou koopen, de erwten soep niet voor 15 cent per kop kunnen verkoopen.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 11 Februari 1944.
De Ambtenaar voornoemd,
[Handtekening: J.H. de Grebber]
Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R
(Handgeschreven toevoegingen:)
- Rechtsboven: no. 320 [geparafeerd]
- Rechtsonder: M. i. is deze zaak volkomen in orde. [Handtekening: MacGillavry]
- Links in rood potlood:
u
17-6-44
v. Mooy 's waarvan sprake
in schrijven B en W d.d. 27-1-44
niet afkomstig v. plantsoenendienst
op [onleesbaar]markt (z.g. Waterlooplein?) Dit rapport biedt een inkijkje in de strenge controle op de voedselvoorziening en prijsbeheersing in bezet Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. - Toezicht op schaarste: In 1944 was voedsel schaars en de zwarte handel tierde welig. De Dienst van het Marktwezen controleerde of handelaren hun producten via legale weg verkregen.
- Legitimiteit: De verkoper, Van der Swaan, wordt vrijgepleit omdat hij kan aantonen dat hij zijn voorraad doperwten in de voorgaande zomer legaal heeft ingekocht en zelf heeft gedroogd. Dit was een veelvoorkomende manier om buiten het bonnensysteem om wintervoorraden aan te leggen.
- Prijszetting: Er wordt expliciet verwezen naar de prijs van "15 cent per kop". De autoriteiten waakten ervoor dat verkopers geen woekerprijzen vroegen door dure ingrediënten van de zwarte markt te gebruiken.
- Dossierkoppeling: De rode aantekening uit juni 1944 suggereert dat dit rapport later is geraadpleegd in een onderzoek naar een andere handelaar (Van Mooy) en de mogelijke diefstal of illegale oogst van gewassen uit gemeentelijke plantsoenen. De context is de nijpende voedselsituatie in de laatste oorlogsjaren. Terwijl de Hongerwinter nog moest komen (winter '44-'45), was de distributie in februari 1944 al zeer problematisch. Ambtenaren zoals De Grebber moesten toezien op de naleving van de distributiewetten op de markten, zoals de Albert Cuyp. De Albert Cuypmarkt was destijds een cruciale plek voor Amsterdammers om nog aan eten te komen, maar stond onder constant toezicht van controleurs die probeerden de zwarte markt en prijsopdrijving de kop in te drukken. De vermelding van de 'plantsoenendienst' in de kantlijn duidt op de wanhoop van die tijd, waarbij burgers soms zelfs gewassen probeerden te telen of te oogsten op openbaar terrein.