Doorslag van een officiële waarschuwingsbrief / circulair schrijven.
Origineel
Doorslag van een officiële waarschuwingsbrief / circulair schrijven. 4 december 1940. [Handgeschreven, gecentreerd:] extra
[Stempel, rechtsboven:] HG.
4 December 1940.
Mij is gerapporteerd, dat U op Vrijdag 29 November jl. de markt aan het Waterlooplein niet op het voorgeschreven tijdstip met Uw goederen had verlaten.
Ik maan U hierbij aan U ten deze voortaan stipt aan den vastgestelden tijd te houden.
De Directeur,
Gezonden aan:
B. Brander, Waterlooplein 51 I no. 30/70/2 M.
A. Stodel, Rapenburgerstr. 49 bov. no. 30/70/3 M.
A. Goslau, Tolstraat 39 no. 30/70/4 M.
L. Boas, Lazarussteeg 6 II no. 30/70/5 M.
E. Polak, Krugerstraat 1 I no. 30/70/6 M.
J. v. Kolm, Rapenburgerstr. 108 no. 30/70/8 M. Het document is een formele waarschuwing gericht aan zes specifieke marktkooplieden. De kern van de berisping is een overtreding van de marktverordening: het niet tijdig ontruimen van de marktplaats op het Waterlooplein op vrijdag 29 november 1940.
De toon is kortaf en dwingend ("Ik maan U hierbij aan"). Het feit dat er een lijst met namen en dossiernummers onderaan staat, wijst erop dat dit een gestandaardiseerde administratieve handeling was (een verzamel-doorslag voor het archief). De referentienummers (eindigend op 'M') verwijzen waarschijnlijk naar marktvergunningen of persoonsgebonden dossiers bij de marktdienst. Dit document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, het Waterlooplein, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De namen op de lijst (zoals Brander, Stodel, Boas, Polak) zijn typerend voor de Joodse bevolking van Amsterdam in die tijd.
In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking en hun economische activiteiten snel toe. Hoewel deze brief op het eerste gezicht een gewone disciplinaire maatregel van een gemeentelijke dienst lijkt, moet deze gezien worden in het licht van de verscherpende controles en de bureaucratische vervolging door de bezetter en collaborerende instanties. Kort na de datum van deze brief zouden Joodse marktkooplieden steeds verder worden beperkt, totdat zij uiteindelijk volledig van de reguliere markten werden verbannen en naar specifieke "Joodse markten" werden gedrongen. De administratieve precisie waarmee deze overtredingen werden vastgelegd, droeg bij aan het dossier dat de bezetter gebruikte om grip te krijgen op de Joodse gemeenschap. A. Goslau A. Stodel B. Brander E. Polak L. Boas Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Het document is een formele waarschuwing gericht aan zes specifieke marktkooplieden. De kern van de berisping is een overtreding van de marktverordening: het niet tijdig ontruimen van de marktplaats op het Waterlooplein op vrijdag 29 november 1940.
De toon is kortaf en dwingend ("Ik maan U hierbij aan"). Het feit dat er een lijst met namen en dossiernummers onderaan staat, wijst erop dat dit een gestandaardiseerde administratieve handeling was (een verzamel-doorslag voor het archief). De referentienummers (eindigend op 'M') verwijzen waarschijnlijk naar marktvergunningen of persoonsgebonden dossiers bij de marktdienst.
Historische Context
Dit document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, het Waterlooplein, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De namen op de lijst (zoals Brander, Stodel, Boas, Polak) zijn typerend voor de Joodse bevolking van Amsterdam in die tijd.
In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking en hun economische activiteiten snel toe. Hoewel deze brief op het eerste gezicht een gewone disciplinaire maatregel van een gemeentelijke dienst lijkt, moet deze gezien worden in het licht van de verscherpende controles en de bureaucratische vervolging door de bezetter en collaborerende instanties. Kort na de datum van deze brief zouden Joodse marktkooplieden steeds verder worden beperkt, totdat zij uiteindelijk volledig van de reguliere markten werden verbannen en naar specifieke "Joodse markten" werden gedrongen. De administratieve precisie waarmee deze overtredingen werden vastgelegd, droeg bij aan het dossier dat de bezetter gebruikte om grip te krijgen op de Joodse gemeenschap.