Handgeschreven ambtelijk verslag/brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk verslag/brief. 6 januari 1942 (geschreven als 6/1, 19[4]2 – de '4' lijkt op een '3', maar de context en rode aantekeningen bevestigen 1942). [Linksboven in de marge:]
Vraagstukken
verband houdende
met ariëseering.
[Rechtsboven:]
A’dam, 6/1, 1942
[Rode stempel/aantekening:] 31/6/1/17 en 1/1/42/18
[Geadresseerde:]
W. L. M.
[Tekst:]
Onder verwijzing naar het telefonisch gesprek, dat ik jl. Zaterdagavond met mij heb gevoerd heb ik de eer U het volgende te berichten.
Door een bezoek van een der leden der firma Slakker was mij bekend, dat deze firma moest liquideeren [Rood tussenvoegsel: zie hieromtrent mijn brief van 31 dec 1941 no. 10/15/119 M. J. Houtman]. Was mij eveneens bekend, dat de beide zaken van Slakker in de Beethovenstraat en P.C. Hooftstraat (zonder uitstel) gesloten zouden worden. Volgens Uw waarneming zou vanwege de fa. Slakker of door leden van deze firma clandestien met groente worden gevent of een standplaats op den openbaren weg worden ingenomen. (hieromtrent wordt thans enerzijds een nader onderzoek ingesteld).
Op grond van het feit, dat de noodzakelijke voorwaarden voor toelating tot de C. M. ten aanzien van de fa. Slakker zijn vervallen (deze firma bezit nl. thans niet meer de „kwaliteit” van kooper op de C. M.) wordt vanaf heden aan de leden der genoemde firma, alsmede aan hun personeel, geen toegang meer tot de C. M. verleend.
Ik merk hierbij op, dat mijn dienst van liquidaties als bovenbedoeld is opgezet, waardoor het mogelijk is, dat personen of firma’s, die hebben moeten liquideeren, tot nu toe nog regelmatig zaken doen op de C. M. of op andere markten worden toegelaten.
Uit mededeelingen van den op de C. M. gevestigden grossier Presser is gebleken, dat deze zaak eveneens bevel tot liquidatie heeft gekregen. Presser zou echter alsnog trachten ontheffing van dit bevel te verkrijgen. Uit een enerzijds ingesteld onderzoek blijkt thans echter, dat bedoelde ontheffing niet wordt verleend. Hoewel de zaak van Presser dus geliquideerd had moeten zijn... [tekst loopt onderaan af]
[Linker marge verticaal:]
T / behoudens een enkele ... door de betrokkenen zelf Het document is een verslag van een ambtenaar of inspecteur die toezicht houdt op de "ariësering" van de Amsterdamse handel. De kern van de brief is de uitsluiting van Joodse handelaren van de Centrale Markt (C.M.).
- Firma Slakker: Deze firma had winkels in de Beethovenstraat en de P.C. Hooftstraat (chique buurten in Amsterdam). Omdat de firma moet "liquideren" (gedwongen opheffing wegens Joods eigendom), verliest zij haar status als erkend koper op de markt. Er wordt melding gemaakt van een vermoeden van "clandestien venten" (het illegaal verkopen van goederen op straat), wat duidt op een poging van de eigenaren om ondanks de sluiting van hun winkels in hun levensonderhoud te voorzien.
- Grossier Presser: Ook deze handelaar op de Centrale Markt heeft een liquidatiebevel gekregen. Hoewel hij probeert een ontheffing (vrijstelling) te krijgen, wordt dit door de autoriteiten afgewezen.
-
Bureaucratische efficiëntie: De schrijver merkt op dat de "dienst van liquidaties" zo is opgezet dat het kan voorkomen dat reeds geliquideerde firma's toch nog toegang hebben tot markten, wat hij blijkbaar wil aanscherpen. Dit document stamt uit januari 1942, een cruciale fase in de Holocaust in Nederland. Sinds de bezetting in 1940 voerden de nazi's stapsgewijs maatregelen in om Joden uit het economische leven te verdrijven.
-
Ariësering: Dit proces hield in dat Joodse bedrijven óf werden opgeheven (liquidatie), óf werden overgenomen door niet-Joden (Verwalters).
- Centrale Markt: De C.M. was het hart van de voedseldistributie in Amsterdam. Door Joden de toegang te ontzeggen ("geen toegang meer verleend"), werden zij volledig afgesneden van hun bron van inkomsten en goederen.
- Toon: De zakelijke, bijna kille administratieve toon van het document illustreert de "banaliteit van het kwaad": de systematische vernietiging van het Joodse bestaan werd als een routinematige administratieve taak behandeld.