Ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier van de gemeente (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier van de gemeente (Algemene Zaken Model No. 14). [Bovenzijde in stempelveld]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/6/6 1942
DOORGEZONDEN:
[Rechtsboven]
211
[Handgeschreven bovenaan]
Ev. Secr. 2/3-'42
[Hoofdtekst]
~~Ter voorbereiding~~
Voor de uitvoering van opdracht
Wethouder is noodig een lijst ~~van namen~~
van namen van leden van geliquideerde
of gesloten firma's. Aan de hand van die
lijst kan dan worden nagegaan of
door bedoelde personen plaats op
Joodsche markt wordt ingenomen.
[Rechtsonder]
16-3-'42
[handtekening, mogelijk 'de Beer']
[Onderaan in rood schrift]
Bespr. met Mr. [onleesbaar]
24-3-'42
[paraaf] De notitie betreft een verzoek om informatie ten behoeve van een opdracht van een wethouder (in deze periode in Amsterdam waarschijnlijk de pro-Duitse E.J. Voûte of een direct ondergeschikte). Er wordt gevraagd om een lijst met namen van eigenaren of medewerkers van "geliquideerde of gesloten firma's". Gezien de datum (maart 1942) en de terminologie verwijst dit direct naar de gedwongen sluiting of 'arisering' van Joodse bedrijven door de bezetter.
Het doel van deze lijst was om te controleren of deze personen ("bedoelde personen") inmiddels een plek hadden ingenomen op de "Joodsche markt". Dit toont aan dat de gemeentelijke bureaucreatie nauwgezet bijhield wie er op de speciaal voor Joden ingerichte markten handelde, als onderdeel van het proces van segregatie en economische uitsluiting. Vanaf 1941 voerde de Duitse bezetter in Nederland, gesteund door collaborerende ambtenaren, een beleid van economische 'arisering' waarbij Joodse ondernemers hun bezit en inkomstenbronnen verloren. In Amsterdam werden Joden bovendien verplicht om alleen nog handel te drijven op specifiek aangewezen 'Joodsche markten' (zoals op het Waterlooplein en de Nieuwmarkt).
Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de Amsterdamse ambtenarij werd ingezet om de Joodse bevolking te monitoren. Door namen van gesloten bedrijven te vergelijken met marktvergunningen, konden de autoriteiten precies nagaan welke Joodse burgers nog probeerden een inkomen te verwerven binnen de nauwe grenzen die hen gesteld waren. Kort na de datum op dit document, in de zomer van 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen. E.J. Vo M. No
Samenvatting
De notitie betreft een verzoek om informatie ten behoeve van een opdracht van een wethouder (in deze periode in Amsterdam waarschijnlijk de pro-Duitse E.J. Voûte of een direct ondergeschikte). Er wordt gevraagd om een lijst met namen van eigenaren of medewerkers van "geliquideerde of gesloten firma's". Gezien de datum (maart 1942) en de terminologie verwijst dit direct naar de gedwongen sluiting of 'arisering' van Joodse bedrijven door de bezetter.
Het doel van deze lijst was om te controleren of deze personen ("bedoelde personen") inmiddels een plek hadden ingenomen op de "Joodsche markt". Dit toont aan dat de gemeentelijke bureaucreatie nauwgezet bijhield wie er op de speciaal voor Joden ingerichte markten handelde, als onderdeel van het proces van segregatie en economische uitsluiting.
Historische Context
Vanaf 1941 voerde de Duitse bezetter in Nederland, gesteund door collaborerende ambtenaren, een beleid van economische 'arisering' waarbij Joodse ondernemers hun bezit en inkomstenbronnen verloren. In Amsterdam werden Joden bovendien verplicht om alleen nog handel te drijven op specifiek aangewezen 'Joodsche markten' (zoals op het Waterlooplein en de Nieuwmarkt).
Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de Amsterdamse ambtenarij werd ingezet om de Joodse bevolking te monitoren. Door namen van gesloten bedrijven te vergelijken met marktvergunningen, konden de autoriteiten precies nagaan welke Joodse burgers nog probeerden een inkomen te verwerven binnen de nauwe grenzen die hen gesteld waren. Kort na de datum op dit document, in de zomer van 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam naar de vernietigingskampen.