Handgeschreven concept of interne notitie.
Origineel
Handgeschreven concept of interne notitie. 16 juni 1942 (genoemd als ingangsdatum). (3
Ter dekking van de kosten
(van de N.V. Nederlandsche Veiling;
en salaris van de Commissieleden e.d.)
wordt van de Joodsche kleinhandelaren
een percentage geheven van pl ±
6 à 7 % (De practijk moet leeren of
dit percentage moet worden verhoogd
of verlaagd).
Ook de artikelen, welke door de
N.V. Nederl. Veiling zelf worden geleverd
(en die dus als regel de max. veilij-
prijs opbrengen) worden deze Joden
tegen max. grossiersprijs in rekening
gebracht (+ bovengenoemd percentage
van 6 à 7 %). De grossiersmarge
à 12 % wordt hier eveneens in het
fonds gestort ter dekking van de on-
kosten.
Met bovenstaande regeling zal een
aanvang worden gemaakt op
Dinsdag 16 Juni 1942.
Alle grossiers der C.M. zullen
door Dir. M.W. worden aangeschreven,
dat zij verplicht zijn om dagelijks
het vastgestelde percentage van
hun aanvoeren ter beschikking te
stellen aan de Veiling. Er zal op
worden gewezen, dat die grossiers, die de
regeling overtreden, zullen worden
opgegeven aan de betr. Duitsche
autoriteiten.
[In kader/onderaan:]
Na typen retourneren
Th. Franx Het document beschrijft een discriminerende financiële regeling die op 16 juni 1942 van kracht werd. De kernpunten zijn:
* Extra heffingen: Joodse kleinhandelaren moeten een extra percentage (6 à 7%) afdragen om de kosten van de 'Nederlandsche Veiling' en salarissen van commissieleden te dekken.
* Margederving: Joodse handelaren krijgen goederen tegen de maximale grossiersprijs doorberekend, terwijl de gebruikelijke grossiersmarge van 12% direct in een fonds wordt gestort, buiten hun bereik.
* Dwangmiddelen: Er wordt expliciet gedreigd met het aangeven van weigeraars bij de Duitse autoriteiten.
* Administratieve termen: "C.M." verwijst waarschijnlijk naar de Centrale Markt; "Dir. M.W." staat vermoedelijk voor de Directie van het Marktwezen. Dit document vormt een direct bewijsstuk van de economische uitsluiting en uitbuiting van de Joodse bevolking in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de 'aryanisering' en het stelselmatig plunderen van Joods bezit in volle gang. Door middel van administratieve maatregelen zoals deze werd het voor Joodse ondernemers onmogelijk gemaakt om een eerlijke bedrijfsvoering te voeren, terwijl de opbrengsten werden aangewend om de bezettingsinfrastructuur (of collaborerende instanties) te financieren. De dreiging met de "Duitsche autoriteiten" onderstreept het levensgevaarlijke karakter van deze "zakelijke" regelingen.
Samenvatting
Het document beschrijft een discriminerende financiële regeling die op 16 juni 1942 van kracht werd. De kernpunten zijn:
* Extra heffingen: Joodse kleinhandelaren moeten een extra percentage (6 à 7%) afdragen om de kosten van de 'Nederlandsche Veiling' en salarissen van commissieleden te dekken.
* Margederving: Joodse handelaren krijgen goederen tegen de maximale grossiersprijs doorberekend, terwijl de gebruikelijke grossiersmarge van 12% direct in een fonds wordt gestort, buiten hun bereik.
* Dwangmiddelen: Er wordt expliciet gedreigd met het aangeven van weigeraars bij de Duitse autoriteiten.
* Administratieve termen: "C.M." verwijst waarschijnlijk naar de Centrale Markt; "Dir. M.W." staat vermoedelijk voor de Directie van het Marktwezen.
Historische Context
Dit document vormt een direct bewijsstuk van de economische uitsluiting en uitbuiting van de Joodse bevolking in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de 'aryanisering' en het stelselmatig plunderen van Joods bezit in volle gang. Door middel van administratieve maatregelen zoals deze werd het voor Joodse ondernemers onmogelijk gemaakt om een eerlijke bedrijfsvoering te voeren, terwijl de opbrengsten werden aangewend om de bezettingsinfrastructuur (of collaborerende instanties) te financieren. De dreiging met de "Duitsche autoriteiten" onderstreept het levensgevaarlijke karakter van deze "zakelijke" regelingen.