Handgeschreven ambtelijke notitie / begeleidend schrijven.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / begeleidend schrijven. Geïnitieerd met "D.D." (mogelijk een hoge ambtenaar). Geadresseerd aan "W. l. M." (waarschijnlijk een afkorting voor "Weledelgeboren Heer Minister"). [Linksboven:]
onderwerp
advies C.R.
[Midden:]
37/b/15
[Rechtsboven:]
W. l. M.
[Body:]
Voor de goede heb ik de eer U in bijlage
dezes een exemplaar te doen toekomen inzake
punten advies Centrale Raad, zooals die
heden aan den heer Wirtschaftsprüfer A. Faber
zijn voorgelegd.
Benevens doe ik U toekomen 2 exemplaren
in verband hiermede aan de op de Centrale Raad
gevestigde groepen door mij uitgereikte
circulaires.
[Rechtsonder:]
D.D. Het document is een formeel begeleidend schrijven bij een set documenten. De schrijver ("D.D.") rapporteert aan een minister over de voortgang van zaken binnen de "Centrale Raad". Er is sprake van het overleggen van adviespunten aan een Duitse functionaris, de "Wirtschaftsprüfer A. Faber". De toon is zakelijk en ambtelijk, met de voor die tijd gebruikelijke beleefdheidsformules ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). De tekst bevat een kleine verschrijving in de eerste zin ("Voor de goede" waar waarschijnlijk "Voor de goede orde" bedoeld werd). De terminologie in dit document is historisch zeer specifiek. Het gebruik van de Duitse titel "Wirtschaftsprüfer" (accountant/economisch controleur) in een Nederlandstalige ambtelijke notitie wijst direct op de periode van de Duitse bezetting (1940-1945).
De "Centrale Raad" verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, die tijdens de bezetting werd ingezet om de Nederlandse economie te stroomlijnen conform de wensen van de bezetter. Alfred Faber was een Duitse Wirtschaftsprüfer die verbonden was aan het Reichskommissariat; hij speelde een rol in het toezicht op Nederlandse economische organisaties en was betrokken bij de herstructurering van het bedrijfsleven. Dit document werpt licht op de dagelijkse administratieve interactie tussen het Nederlandse ambtenarenapparaat en de Duitse controleorganen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Samenvatting
Het document is een formeel begeleidend schrijven bij een set documenten. De schrijver ("D.D.") rapporteert aan een minister over de voortgang van zaken binnen de "Centrale Raad". Er is sprake van het overleggen van adviespunten aan een Duitse functionaris, de "Wirtschaftsprüfer A. Faber". De toon is zakelijk en ambtelijk, met de voor die tijd gebruikelijke beleefdheidsformules ("heb ik de eer U... te doen toekomen"). De tekst bevat een kleine verschrijving in de eerste zin ("Voor de goede" waar waarschijnlijk "Voor de goede orde" bedoeld werd).
Historische Context
De terminologie in dit document is historisch zeer specifiek. Het gebruik van de Duitse titel "Wirtschaftsprüfer" (accountant/economisch controleur) in een Nederlandstalige ambtelijke notitie wijst direct op de periode van de Duitse bezetting (1940-1945).
De "Centrale Raad" verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, die tijdens de bezetting werd ingezet om de Nederlandse economie te stroomlijnen conform de wensen van de bezetter. Alfred Faber was een Duitse Wirtschaftsprüfer die verbonden was aan het Reichskommissariat; hij speelde een rol in het toezicht op Nederlandse economische organisaties en was betrokken bij de herstructurering van het bedrijfsleven. Dit document werpt licht op de dagelijkse administratieve interactie tussen het Nederlandse ambtenarenapparaat en de Duitse controleorganen tijdens de Tweede Wereldoorlog.