Archief 745
Inventaris 745-377
Pagina 51
Dossier 55
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven conceptbrief of circulaire met uitgebreide tekstcorrecties en redactionele aantekeningen.

Juni 1942 (genoemde ingangsdatum van de maatregel is 16 juni 1942).

Origineel

Handgeschreven conceptbrief of circulaire met uitgebreide tekstcorrecties en redactionele aantekeningen. Juni 1942 (genoemde ingangsdatum van de maatregel is 16 juni 1942). [Bovenaan de pagina in rood potlood:] spoed 200 x
[In de linkermarge in rood potlood:] [onleesbaar, mogelijk 'Nieuw' of een paraaf]

Aan de grossiers in groenten ~~en fruit~~
gevestigd op de C.M.

Hiermede breng ik te Uwer kennis, dat ingevolge opdracht van de Duitsche autoriteiten met ingang van Dinsdag 16 Juni 1942 dagelijks van de door of voor U aangevoerde producten [in rood potlood:] van de buiten A'dam gevestigde veilingen ~~een zeker vastgesteld percentage~~ [in rood potlood:] moet worden afgestaan [in rood potlood:] aan de N.V. Nederlandsche Veiling (op een terrein aan de 2e Keucheniusstraat)

Deze producten zullen door de Veiling worden overgedragen aan een Joodsche Commissie, die voor de distributie onder de Joodsche kleinhandelaren zal zorgdragen. Het ~~percentage~~ gedeelte, dat U in de week van 15 - 20 Juni 1942 van Uw aanvoer moet beschikbaarstellen [in rood potlood:] wordt nader vastgesteld. Een kalenderweek zal U steeds mededeelen. ~~Uw toewijzingen of koopen van de N.V. Nederlandsche Veiling op de C.M. vallen hierbuiten.~~ U dient bovenstaand percentage dus slechts te trekken van Uw aanvoeren, afkomstig v. de veilingen buiten A'dam.

~~U dient zorg te dragen, dat de door U aan de Veiling te leveren producten de doorsnee kwaliteit bezitten van alle door U aangevoerde producten.~~ Primeurs zijn van bovenvermelde vordering niet begrepen; deze behoeven dus niet aan de Veiling te worden aangeboden; evenmin behoeven die producten te worden geleverd, waarvan U slechts een zeer geringe hoeveelheid (bijv. een enkele kist) heeft aangevoerd.

De door U te leveren producten worden door de N.V. Nederl. Veiling overgenomen tegen de ~~maximum~~ [in rood potlood:] alsmede andere grossiersprijs; de verrekening, ~~emballage~~ ook van de emballage geschiedt geheel door de Veiling, die U hieromtrent nader zal inlichten.

U is verplicht de door U te leveren goederen [in de marge:] dagelijks na markttijd te vervoeren naar pier F (de kade bij de Keucheniusstraat), waar ze door de Veiling in ontvangst zullen worden genomen.

Als Commissie van Toezicht op de uitvoering van de bovenomschreven regeling treden op de grossiers Vooy, Dijkstra, Bengel, de Nijs en Maassen.

Voor inlichtingen en bij moeilijkheden kunt U zich wenden tot deze Commissie, terwijl mijn Dienst in laatste instantie met de alge- Dit document is een concept voor een dwingende verordening gericht aan groothandelaren op de Centrale Markt in Amsterdam. De tekst toont de directe bemoeienis van de Duitse bezetter met de dagelijkse voedseldistributie en de segregatie van de Joodse bevolking.

De tekst is opvallend onrustig door de vele doorhalingen en toevoegingen in rood potlood. Dit wijst erop dat de logistieke en juridische details van de vordering op het laatste moment werden aangescherpt. Cruciaal is de verschuiving van een "vastgesteld percentage" naar een variabel "gedeelte" dat per week bekend zou worden gemaakt. Ook de locatie voor aflevering (Pier F, Keucheniusstraat) werd specifiek toegevoegd om de goederenstroom fysiek te scheiden van de normale marktactiviteiten.

Het schrappen van de eis dat de producten van "doorsnee kwaliteit" moesten zijn, is wrang; het suggereert dat men de grossiers de ruimte liet om kwalitatief mindere producten aan de Joodse Commissie te leveren, zolang de kwantiteit maar werd gehaald. In juni 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in Nederland bijna voltooid. Sinds 1941 waren Joodse consumenten aangewezen op speciaal aangewezen Joodse winkels. De bevoorrading van deze winkels werd door de bezetter streng gecontroleerd en gesegregeerd van de reguliere markt.

De in de brief genoemde "Joodsche Commissie" werkte onder toezicht van de Joodsche Raad. Deze maatregel — het verplicht afromen van voorraden bij niet-Joodse grossiers — was noodzakelijk omdat Joodse handelaren zelf geen toegang meer hadden tot de reguliere veilingen en groothandelskanalen. De N.V. Nederlandsche Veiling fungeerde hierbij als administratief tussenstation om de schijn van een normale handelstransactie op te houden, terwijl het in feite een gedwongen vordering betrof. De aanstelling van een "Commissie van Toezicht" bestaande uit collega-grossiers was een bekende tactiek om sociale controle en medewerking binnen de beroepsgroep af te dwingen.

Samenvatting

Dit document is een concept voor een dwingende verordening gericht aan groothandelaren op de Centrale Markt in Amsterdam. De tekst toont de directe bemoeienis van de Duitse bezetter met de dagelijkse voedseldistributie en de segregatie van de Joodse bevolking.

De tekst is opvallend onrustig door de vele doorhalingen en toevoegingen in rood potlood. Dit wijst erop dat de logistieke en juridische details van de vordering op het laatste moment werden aangescherpt. Cruciaal is de verschuiving van een "vastgesteld percentage" naar een variabel "gedeelte" dat per week bekend zou worden gemaakt. Ook de locatie voor aflevering (Pier F, Keucheniusstraat) werd specifiek toegevoegd om de goederenstroom fysiek te scheiden van de normale marktactiviteiten.

Het schrappen van de eis dat de producten van "doorsnee kwaliteit" moesten zijn, is wrang; het suggereert dat men de grossiers de ruimte liet om kwalitatief mindere producten aan de Joodse Commissie te leveren, zolang de kwantiteit maar werd gehaald.

Historische Context

In juni 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in Nederland bijna voltooid. Sinds 1941 waren Joodse consumenten aangewezen op speciaal aangewezen Joodse winkels. De bevoorrading van deze winkels werd door de bezetter streng gecontroleerd en gesegregeerd van de reguliere markt.

De in de brief genoemde "Joodsche Commissie" werkte onder toezicht van de Joodsche Raad. Deze maatregel — het verplicht afromen van voorraden bij niet-Joodse grossiers — was noodzakelijk omdat Joodse handelaren zelf geen toegang meer hadden tot de reguliere veilingen en groothandelskanalen. De N.V. Nederlandsche Veiling fungeerde hierbij als administratief tussenstation om de schijn van een normale handelstransactie op te houden, terwijl het in feite een gedwongen vordering betrof. De aanstelling van een "Commissie van Toezicht" bestaande uit collega-grossiers was een bekende tactiek om sociale controle en medewerking binnen de beroepsgroep af te dwingen.

Kooplieden in dit dossier 100

A.A.J. Ruha Waterlooplein 180
Abraham Cosman Waterlooplein Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A. Cosman Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A.B. Kroes Waterlooplein 100
A. Rustenburg Waterlooplein H 27 zol.
A. Slijkoord Waterlooplein 330
A. Slinger Waterlooplein -
A. Slinger Waterlooplein 90.
A. Teunings Waterlooplein idem
A. Tas Waterlooplein zie v.d. Vlugt
A. van Velzen Uilenburg Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A.v. Velzen Uilenburg Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A. Wijnschenk J.J. Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A. Wijnschenk Waterlooplein J.J.Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A.W.M. Muhel Waterlooplein 180
B. Hoornhout Waterlooplein 100
B. Moffie Uilenburg id.
B. Moffie Uilenburg id.
Barend Polak Waterlooplein L.H. Buys, Monsterscheweg 22, Monster
B. Polak. Waterlooplein L.H.Buuijs, Monsterscheweg 22, Monster
B. van Thijn Waterlooplein
C.G. Mulder Waterlooplein 180
C.W. van Weerdenburg Waterlooplein 180
C.Kooy Pzn. Waterlooplein
C. Ooms Waterlooplein
D. Appelboom Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
D. Appelboom Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
D. Hendrikse Waterlooplein zie v.d. Vlugt
D.J. Kost Waterlooplein
D. van Dijk Waterlooplein 200?
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6