Zakelijke correspondentie (brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief). 19 juni 1942. J. Bekker, Grossier in Groenten (stempel linksboven vermeldt Gillis van Ledenberchstraat 132, Amsterdam-W.). De brief is ondertekend door G.J. Bekker. [Stempel: J. BEKKER GROSSIER IN GROENTEN Gill. v. Ledenberghstr. 132 AMSTERDAM-W.]
№ 37/6/19 M. 1942 20/6
Amsterdam 19 Juni '42
M. i. Dir.
Ik heb met U gesproken op welke manier
Uw commissie denkt te voorzien in de Joodsche
groentenvoorziening. U heeft mij daarop geantwoord
dat er procentsgewijs van elke toewijzing zou
moeten worden afgegeven van de artikelen die
daarvoor in aanmerking komen.
Volgens mij wordt dit voor vele grossiers moeilijk
omrede dat de toegewezen partijen tegenwoordig
te klein zijn om er zooals er aangegeven
staat 8% van af te geven.
Daarom wilde ik met deze een voorstel indienen
om als bijvoorbeeld grossier A. in totaal 100 colli's
van de diverse veilingen te samen toegewezen
heeft gekregen, hij dan inzoover als het kan
een gelijke partij afstaat.
En dan de volgende keer als de mogelijkheid
daar is een ander artikel enz. Dus niet
steeds dezelfde soort groenten maar steeds
wisselend.
Dan komen wij m.i. aan een juister
resultaat wat betreft de 8% en ook
wat betreft de verscheidenheid van soorten
en het werkt veel gemakkelijker voor de
gene die het afstaat en de gene die het
verder verzorgd.
Groetend G. J. Bekker In deze brief doet de Amsterdamse groentegrossier G.J. Bekker een praktisch voorstel aan de directie van een (niet nader genoemde) commissie die verantwoordelijk is voor de voedselvoorziening aan de Joodse bevolking in Amsterdam.
Het centrale probleem is de verplichte afdracht van 8% van de binnengekomen groenten voor de "Joodsche groentenvoorziening". Bekker voert aan dat de huidige toewijzingen aan grossiers vaak zo klein zijn, dat het administratief en logistiek omslachtig is om van elk afzonderlijk artikel exact 8% af te scheiden.
Zijn voorstel is om dit te vereenvoudigen: in plaats van 8% van elk type groente, stelt hij voor dat een grossier een equivalente gehele partij van één artikel afstaat (bijvoorbeeld één volle colli/kist op een totaal van 100 colli's aan diverse groenten). Bij de volgende levering zou dan een ander soort groente afgestaan kunnen worden. Dit zou volgens hem zorgen voor een betere spreiding van verschillende soorten groenten ("verscheidenheid van soorten") voor de ontvangers en minder werkdruk voor de grossiers. De brief is gedateerd op 19 juni 1942, een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis. Dit was het moment waarop de vervolging van de Joodse bevolking door de Duitse bezetter een nieuwe, extremere fase inging; de grootschalige deportaties naar de kampen in het oosten zouden slechts enkele weken later (juli 1942) beginnen.
Joodse inwoners van Amsterdam waren in deze periode al volledig geïsoleerd. Zij mochten alleen winkelen in aangewezen Joodse winkels gedurende beperkte uren (meestal tussen 15:00 en 17:00 uur). Om deze winkels te bevoorraden werd een parallel distributiesysteem opgezet, waarbij reguliere grossiers een percentage van hun voorraad moesten afstaan. De "8%" die in de brief genoemd wordt, was waarschijnlijk gebaseerd op het geschatte percentage Joden binnen de Amsterdamse bevolking of een specifiek opgelegd quotum.
Het document toont de bureaucratische nuchterheid waarmee de "Joodsche groentenvoorziening" werd afgehandeld als een logistiek probleem, terwijl de doelgroep op dat moment al systematisch werd beroofd van hun rechten en vrijheden. De brief geeft inzicht in hoe lokale ondernemers in Amsterdam direct betrokken waren bij de uitvoering van de segregerende maatregelen van de bezetter, waarbij efficiëntie voor de ondernemer vaak de boventoon voerde.