Officiële brief/memo van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/memo van de Gemeente Amsterdam. 22 juni 1942. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (J. Poll). Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Links boven:] Gemeentewapen Amsterdam
[Rechts boven in paars stempel:] № 37/6/21 M. 1942 23/6
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Telefoon 43130, 43321
Men wordt verzocht, bij het antwoord
nauwkeurig den datum, het nummer en
de afdeeling van dezen brief te vermelden
Aan
den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
Afd. L.M. No. 552 Bijlagen -1942- Uw brief: [handgeschreven paraaf] Datum: 22 Juni 1942.
Onderwerp:
[In linker marge:] 37
Naar aanleiding van Uw schrijven van 15 Juni j.l., No.36/6/15 M, waarbij mij een door den Wirtschaftsreferent, den heer A. Gombault vastgestelde regeling voor de ariseering van de Centrale Markt werd toegezonden, zou ik gaarne van U willen weten hoe groot het salaris zal zijn, dat eventueel aan commissieleden e.d. volgens de vastgestelde regeling zal worden vergoed uit het percentage dat van de Joodsche handelaren zal worden geheven.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
[Handtekening J. Poll]
[Linksonder:] Model G.A. 5. 25.000-2-'41 Deze korte, zakelijke brief legt een kil proces bloot: de economische uitsluiting van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de brief is een vraag over de hoogte van de vergoeding voor leden van een commissie die de "ariseering" (het onteigenen en overdragen aan niet-Joden) van de Centrale Markt moet uitvoeren.
Schokkend is de explicitering van de financieringsbron: de salarissen van deze commissieleden moeten worden betaald uit een "percentage dat van de Joodsche handelaren zal worden geheven." Dit illustreert de cynische praktijk waarbij de slachtoffers van de Jodenvervolging zelf moesten opdraaien voor de kosten van hun eigen economische vernietiging. De term "ariseering" wordt hier als een normale ambtelijke term gebruikt, wat getuigt van de vergaande normalisering van antisemitische maatregelen binnen het Amsterdamse stadsbestuur op dat moment. De brief dateert van juni 1942, een kritieke fase in de bezettingsgeschiedenis. Op dat moment was de systematiek om Joden volledig uit het openbare en economische leven te bannen in volle gang. De "ariseering" van bedrijven en markten was een essentieel onderdeel van het beleid van de bezetter om Joods kapitaal en bezit te roven.
De genoemde "Wirtschaftsreferent" A. Gombault was een Duitse functionaris belast met economische zaken. De afzender, de wethouder J. Poll, was een lid van de NSB die door de bezetter was aangesteld in het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders. De Centrale Markt was destijds een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening in de stad. De verdrijving van Joodse handelaren daarvandaan had grote persoonlijke en economische gevolgen voor velen. Kort na deze brief, vanaf juli 1942, begonnen de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen.