Intern ambtelijk memorandum / conceptbrief.
Origineel
Intern ambtelijk memorandum / conceptbrief. 23 juni 1942 (gebaseerd op stempel "Doorgezonden" en tekst "brief d.d. 22 juni j.l."). [Linksboven, in gedrukt kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/6/21 1942
DOORGEZONDEN: 23/6
[Rechtsboven, in rode inkt]
Zal nader door Dr. Jambault
worden beslist nadat omtrent
omvang bemoeiing der C commissie
ervaring is opgedaan.
en
[Midden, in zwarte inkt]
37/6/25
Moet dit nog schriftelijk aan W. l. m. worden
meegedeeld?
Y
Ja
afw. l. m.
[Hoofdtekst, conceptbrief]
N. a. v. Uw brief d.d. 22 juni j.l. no. 5521/17
heb ik de eer U te berichten, dat omtrent het
~~instellen van een~~ de vergadering van de leden der ~~Vaste~~
~~Thesauriers commissie~~, nader door den heer A. Jambault,
Wirtschaftsreferent b.h. Bureau v.d. Beauftragte voor
de Stad A’dam, zal worden beslist, nadat omtrent
den omvang der bemoeiing van de Commissie ervaring
zal zijn opgedaan. ~~Te zijner tijd zal ik U nader~~
~~mededeeling doen.~~
do en [onderstreept in rood]
[Linksonder, gedrukt]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727
--- Dit document is een ambtelijk werkblad waarop een besluitvormingsproces zichtbaar is. Het bevat een interne vraag ("Moet dit nog schriftelijk..."), een antwoord ("Ja"), een instructie in rode inkt van een hogere ambtenaar (geparafeerd 'en'), en een daaruit voortvloeiend concept van een antwoordbrief.
In de tekst zijn belangrijke correcties aangebracht. Oorspronkelijk was er sprake van het "instellen van een Vaste Thesauriers commissie", maar dit is gewijzigd naar enkel "de vergadering van de leden" van die commissie. De kern van de boodschap is een uitstel van besluitvorming: men wil eerst praktijkervaring opdoen met de "omvang der bemoeiing" van deze commissie voordat de definitieve knoop wordt doorgehakt door een zekere heer Jambault.
--- Het document dateert uit juni 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde functionaris, A. Jambault, wordt aangeduid als Wirtschaftsreferent (economisch adviseur) bij het bureau van de Beauftragte voor de Stad Amsterdam. De Beauftragte was de Duitse toezichthouder op het Amsterdamse gemeentebestuur (destijds Hans Böhmcker).
De term "Thesauriers commissie" wijst op een financieel toezichtsorgaan. Tijdens de bezetting grepen de Duitsers diep in op de gemeentelijke financiën en administratie. Het document illustreert de bureaucratische gang van zaken waarbij Nederlandse ambtenaren moesten overleggen met en wachten op beslissingen van Duitse instanties (of door Duitsers aangestelde functionarissen). De afkorting "W. l. m." in de interne vraag zou kunnen verwijzen naar een specifieke functionaris of wethouder binnen het toenmalige (door de bezetter gecontroleerde) apparaat. A. Jambault M. No
Samenvatting
Dit document is een ambtelijk werkblad waarop een besluitvormingsproces zichtbaar is. Het bevat een interne vraag ("Moet dit nog schriftelijk..."), een antwoord ("Ja"), een instructie in rode inkt van een hogere ambtenaar (geparafeerd 'en'), en een daaruit voortvloeiend concept van een antwoordbrief.
In de tekst zijn belangrijke correcties aangebracht. Oorspronkelijk was er sprake van het "instellen van een Vaste Thesauriers commissie", maar dit is gewijzigd naar enkel "de vergadering van de leden" van die commissie. De kern van de boodschap is een uitstel van besluitvorming: men wil eerst praktijkervaring opdoen met de "omvang der bemoeiing" van deze commissie voordat de definitieve knoop wordt doorgehakt door een zekere heer Jambault.
Historische Context
Het document dateert uit juni 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde functionaris, A. Jambault, wordt aangeduid als Wirtschaftsreferent (economisch adviseur) bij het bureau van de Beauftragte voor de Stad Amsterdam. De Beauftragte was de Duitse toezichthouder op het Amsterdamse gemeentebestuur (destijds Hans Böhmcker).
De term "Thesauriers commissie" wijst op een financieel toezichtsorgaan. Tijdens de bezetting grepen de Duitsers diep in op de gemeentelijke financiën en administratie. Het document illustreert de bureaucratische gang van zaken waarbij Nederlandse ambtenaren moesten overleggen met en wachten op beslissingen van Duitse instanties (of door Duitsers aangestelde functionarissen). De afkorting "W. l. m." in de interne vraag zou kunnen verwijzen naar een specifieke functionaris of wethouder binnen het toenmalige (door de bezetter gecontroleerde) apparaat.