Handgeschreven memo of briefverslag.
Origineel
Handgeschreven memo of briefverslag. Onbekend, ondertekend met initialen (mogelijk 'J.S.'). [Rechtsboven:]
Den Heer Gombault.
[Hoofdtekst:]
Naar aanleiding van een onderhoud dat ik
gisteren ^vraag de Arische Commissie^ met den Heer Maassen had met den gemachtigde
van de Prijzen in den Haag, deel ik U het volgende
med.-
De Heer Henloopen ^v.a. genoemd Bureau^ meende dat het luister geweest
ware, indien de Arische Commissie de beschikking
had gekregen over de punten van de geliquideerde
Joodsche inwoners, of wel, dat in de eerste plaats de
betreffende Treuhänders hadden moeten voorzien in de
behoefte van de Joodsche bevolking en de daaraan
verbonden werkzaamheden op zich hadden genomen. -
De Heer Henloopen zou zich hieromtrent nog
nader verstaan met de G. E. F. Cent. en de Heer
Schuster.
[Rechtsonder:]
J.S. [initialen] * Handschrift en vorm: Het document is geschreven in een vlot, zakelijk handschrift met inkt. Er zijn correcties aangebracht boven de regels (interliniëringen), wat wijst op een verslag dat tijdens of kort na een bespreking is opgesteld.
* Terminologie: Het document bevat expliciete nazi-terminologie zoals "Arische Commissie" en "Treuhänders". Een Treuhänder was een door de bezetter aangestelde beheerder die de controle overnam van Joodse bedrijven.
* Inhoudelijke kern: De kern van het bericht is een administratief meningsverschil of suggestie over hoe om te gaan met de goederen ("punten") van Joodse inwoners wiens zaken of bezittingen geliquideerd werden. Er wordt gesuggereerd dat de Treuhänders een zorgplicht hadden jegens de behoeften van de Joodse bevolking zelf, alvorens de restanten verdeeld werden.
* Sleutelfiguren:
* Gombault: Mogelijk Franciscus Gombault, die tijdens de oorlog betrokken was bij economische zaken.
* Maassen: Gemachtigde van de Prijzen.
* Schuster: Waarschijnlijk een referentie naar een functionaris binnen de Duitse bezettingsmacht of de daaraan gelieerde economische bureaus. Dit document is een direct bewijsstuk van de bureaucratische afwikkeling van de onteigening van Joods bezit in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de inval in 1940 voerden de nazi's wetten in om Joden uit het economische leven te weren. Dit proces werd 'arisering' genoemd.
De "Arische Commissie" en de aanstelling van "Treuhänders" waren instrumenten om Joodse ondernemers uit hun zaken te zetten. De discussie in dit memo over het "voorzien in de behoefte van de Joodsche bevolking" door Treuhänders kan duiden op een vroege fase waarin er nog sprake was van een schijn van sociale zorg binnen het systeem van uitsluiting, of een logistieke discussie over hoe de Joodse gemeenschap (die steeds verder geïsoleerd raakte) in leven gehouden moest worden met de middelen die hen net waren afgenomen. Het document weerspiegelt de kille, ambtelijke toon waarmee de vernietiging van de Joodse bestaansmiddelen werd geregeld. F. Cent