Archief 745
Inventaris 745-377
Pagina 214
Dossier 55
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie.

16 oktober 1942. Van: Onbekend (waarschijnlijk een hoofd van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Dienst van het Marktwezen). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, alhier (Amsterdam).

Origineel

Ambtsbrief / Dienstcorrespondentie. 16 oktober 1942. Onbekend (waarschijnlijk een hoofd van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Dienst van het Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, alhier (Amsterdam). [Handgeschreven linksboven:] Extra
[Handgeschreven rechtsboven, onleesbaar paraaf:] H. Meul[en?]

VD/ HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

37/G/132 M. 16 October 1942.

Heffing 6 % leve-
ranties groenten aan
Joodsche bevolking.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de heffing van 6 %
ten laste van de groentenvoorziening der Joodsche bevolking in het
tijdvak van 26 Juni tot 26 September 1942 volgens opgave der N.V. Ne-
derlandsche Veiling, welke zooals U bekend is, met de uitvoering is
belast, heeft opgebracht: f 10.148,26
De Nederlandsche Veiling ontvangt hiervan
voor hare bemoeiingen: " 4.346,84
-----------
restant: f 5.801,42
===========
welk bedrag bij den Dienst van het Marktwezen zal worden gestort.

Onder verwijzing naar het onderhoud, dat de Secretaris van mijn
dienst op 25 September j.l. met U mocht hebben omtrent de verdeeling
en uitbetaling van bovenbedoeld fonds, verzoek ik U mij te machtigen
het restant als volgt uit te betalen:
Commissie van Toezicht en de employé Pierotti van de Nederlandsche
veiling(wegens het opmaken van gegevens voor de Commissie):
f 1.800,-- Dit document is een administratief verslag van de financiële afwikkeling van een specifieke bezettingsmaatregel. Het betreft een extra "heffing" van 6% die werd gelegd op de groenteleveranties bestemd voor de Joodse bevolking in de periode juni-september 1942.

Kernpunten uit de tekst:
* Financiële exploitatie: De totale heffing bedroeg f 10.148,26. Dit was in feite een gedwongen toeslag die Joodse burgers moesten betalen voor hun voedselvoorziening.
* Bureaucratische winst: De "N.V. Nederlandsche Veiling" hield f 4.346,84 in als vergoeding voor hun "bemoeiingen". Dit is een opmerkelijk hoog percentage (ruim 42%) voor administratieve kosten, wat duidt op directe verrijking door de uitvoerende instantie.
* Verdeling van het restant: Er wordt gevraagd om f 1.800,-- uit te betalen aan een "Commissie van Toezicht" en een specifieke werknemer (Pierotti) voor administratief werk.
* Normalisering: De toon van de brief is strikt zakelijk en ambtelijk. De uitsluiting en extra belasting van een specifieke bevolkingsgroep wordt behandeld als een routinematige boekhoudkundige kwestie. Dit document stamt uit de herfst van 1942, de periode waarin de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen in volle gang waren (begonnen in juli 1942).

In deze periode werden Joden steeds verder geïsoleerd van het openbare leven. De voedselvoorziening was strikt gesegregeerd; Joden mochten hun inkopen alleen doen in speciaal aangewezen winkels en op beperkte tijden. De heffing die in deze brief wordt besproken, is een voorbeeld van "gelegaliseerde roof": de Joodse gemeenschap werd gedwongen de kosten van haar eigen uitsluiting en de administratie daarvan te financieren.

De "N.V. Nederlandsche Veiling" was een tijdens de bezetting opgericht centraal orgaan dat de handel in groente en fruit reguleerde. Dat deze organisatie, samen met gemeentelijke diensten zoals de "Dienst van het Marktwezen", nauwkeurig boekhield over deze heffingen, toont de banale bureaucratie aan die de Holocaust in Nederland faciliteerde. Terwijl de mensen van wie dit geld werd geïnd vaak al gedeporteerd waren op het moment dat deze brief werd getikt, hielden ambtenaren zich bezig met de verdeling van de overgebleven guldens en centen.

Samenvatting

Dit document is een administratief verslag van de financiële afwikkeling van een specifieke bezettingsmaatregel. Het betreft een extra "heffing" van 6% die werd gelegd op de groenteleveranties bestemd voor de Joodse bevolking in de periode juni-september 1942.

Kernpunten uit de tekst:
* Financiële exploitatie: De totale heffing bedroeg f 10.148,26. Dit was in feite een gedwongen toeslag die Joodse burgers moesten betalen voor hun voedselvoorziening.
* Bureaucratische winst: De "N.V. Nederlandsche Veiling" hield f 4.346,84 in als vergoeding voor hun "bemoeiingen". Dit is een opmerkelijk hoog percentage (ruim 42%) voor administratieve kosten, wat duidt op directe verrijking door de uitvoerende instantie.
* Verdeling van het restant: Er wordt gevraagd om f 1.800,-- uit te betalen aan een "Commissie van Toezicht" en een specifieke werknemer (Pierotti) voor administratief werk.
* Normalisering: De toon van de brief is strikt zakelijk en ambtelijk. De uitsluiting en extra belasting van een specifieke bevolkingsgroep wordt behandeld als een routinematige boekhoudkundige kwestie.

Historische Context

Dit document stamt uit de herfst van 1942, de periode waarin de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen in volle gang waren (begonnen in juli 1942).

In deze periode werden Joden steeds verder geïsoleerd van het openbare leven. De voedselvoorziening was strikt gesegregeerd; Joden mochten hun inkopen alleen doen in speciaal aangewezen winkels en op beperkte tijden. De heffing die in deze brief wordt besproken, is een voorbeeld van "gelegaliseerde roof": de Joodse gemeenschap werd gedwongen de kosten van haar eigen uitsluiting en de administratie daarvan te financieren.

De "N.V. Nederlandsche Veiling" was een tijdens de bezetting opgericht centraal orgaan dat de handel in groente en fruit reguleerde. Dat deze organisatie, samen met gemeentelijke diensten zoals de "Dienst van het Marktwezen", nauwkeurig boekhield over deze heffingen, toont de banale bureaucratie aan die de Holocaust in Nederland faciliteerde. Terwijl de mensen van wie dit geld werd geïnd vaak al gedeporteerd waren op het moment dat deze brief werd getikt, hielden ambtenaren zich bezig met de verdeling van de overgebleven guldens en centen.

Kooplieden in dit dossier 100

A.A.J. Ruha Waterlooplein 180
Abraham Cosman Waterlooplein Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A. Cosman Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A.B. Kroes Waterlooplein 100
A. Rustenburg Waterlooplein H 27 zol.
A. Slijkoord Waterlooplein 330
A. Slinger Waterlooplein -
A. Slinger Waterlooplein 90.
A. Teunings Waterlooplein idem
A. Tas Waterlooplein zie v.d. Vlugt
A. van Velzen Uilenburg Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A.v. Velzen Uilenburg Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A. Wijnschenk J.J. Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A. Wijnschenk Waterlooplein J.J.Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A.W.M. Muhel Waterlooplein 180
B. Hoornhout Waterlooplein 100
B. Moffie Uilenburg id.
B. Moffie Uilenburg id.
Barend Polak Waterlooplein L.H. Buys, Monsterscheweg 22, Monster
B. Polak. Waterlooplein L.H.Buuijs, Monsterscheweg 22, Monster
B. van Thijn Waterlooplein
C.G. Mulder Waterlooplein 180
C.W. van Weerdenburg Waterlooplein 180
C.Kooy Pzn. Waterlooplein
C. Ooms Waterlooplein
D. Appelboom Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
D. Appelboom Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
D. Hendrikse Waterlooplein zie v.d. Vlugt
D.J. Kost Waterlooplein
D. van Dijk Waterlooplein 200?
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6