Doorslag van een financiële afrekening (staat) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Doorslag van een financiële afrekening (staat) met handgeschreven kanttekeningen. 10 december 1942. [Linksboven, handgeschreven:]
Copie
[Rechtsboven, getypt:]
10 December 1942.
[Titel, getypt:]
Staat III van heffingen 6% ten laste der Voedse.
voorziening der Joodsche Bevolking.
[Body, getypt:]
1942
weekstaat afsluiting 3/10 f. 432.31
" " 10/10 622.48
dagstaat " 13/10 131.47
f.1186.26
af: 2 ½ % ten gunste der Veiling
Amsterdam
= is 5/12 hiervan 494.28
f. 691.98 X
af:omzet belasting 2% 13.84
restitutie gegireerd op rekening No.74. f. 678.14 - van Comm. v.
er van Gem.
Opgemaakt behoudens goedkeuring door den Heer Gem.der Prijzen.-
[Linksonder, handgeschreven potlood:]
Op basis van 6% werd het reeds
afgerekend tot 26 Sept 42, doch deze
via de 6 Joodsche comm. 1 mnd later betaald.
[Middenonder, handgeschreven potlood:]
150 - Maas
150 - dings
100 - Bergh
100 - Mooy
100 - Parole
} bev. totaal
[Rechtsonder, handgeschreven potlood:]
15 Oct 42 werd 6% -
af te rekenen op 4%!
26 Sept tot 13 October
dus 2 ½ week Dit document is een boekhoudkundig overzicht van heffingen op voedselvoorraden bestemd voor de Joodse bevolking in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een "Staat III", wat impliceert dat dit onderdeel was van een reeks periodieke afrekeningen.
- Financiële afwikkeling: Er wordt een totaalbedrag van f. 1186,26 berekend over drie periodes in oktober 1942. Hierop worden inhoudingen gedaan voor de Veiling Amsterdam en omzetbelasting, waarna een bedrag van f. 678,14 wordt gerestitueerd naar rekening 74.
- Tarieven: De getypte tekst gaat uit van een heffing van 6%. De handgeschreven kanttekening rechtsonder corrigeert dit: vanaf 15 oktober 1942 moest er blijkbaar met 4% gerekend worden, wat tot een herberekening leidde over de periode van 26 september tot 13 oktober.
- Administratieve vertraging: De aantekening linksonder wijst op een vertraging in de betalingen via de "6 Joodsche comm." (mogelijk de zes grootste Joodse gemeenten of specifieke commissies van de Joodse Raad). Dit document werpt licht op de bureaucratische exploitatie van de Joodse gemeenschap tijdens de Holocaust. Terwijl de Joodse bevolking systematisch werd geïsoleerd en gedeporteerd, bleef het Nederlandse administratieve apparaat (in dit geval de voedselvoorziening en de Gemachtigde voor de Prijzen) belastingen en heffingen innen op hun basisbehoeften.
De "Voedselvoorziening der Joodsche Bevolking" was een afdeling die onder toezicht stond van de Duitse bezetter, maar vaak werd uitgevoerd door Nederlandse instanties en de Joodse Raad. De precisie van de berekeningen (tot op de cent nauwkeurig) contrasteert schril met de inhumane realiteit van die periode: december 1942 was een fase waarin de deportaties vanuit Kamp Westerbork naar de vernietigingskampen in volle gang waren. De namen onderaan (Maas, Bergh, etc.) zijn waarschijnlijk namen van ambtenaren of functionarissen die verantwoordelijk waren voor de goedkeuring of distributie van de genoemde bedragen.