Archief 745
Inventaris 745-377
Pagina 281
Dossier 55
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.

30 december 1942. Van: Waarschijnlijk de directeur van een gemeentelijke dienst (gezien de referentie naar "mijn dienst"). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen (ter plaatse).

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 30 december 1942. Waarschijnlijk de directeur van een gemeentelijke dienst (gezien de referentie naar "mijn dienst"). De Wethouder voor de Levensmiddelen (ter plaatse). [Handgeschreven rechtsboven:]
H. Nieburgh [?]
st. m. sl.
ter kennisneming
______
M / SV

[Getypte tekst:]

37/6/200 , 30 December 1942.
Heffing leveranties
aan Joodsche bevolking.

                                            den Heer Wethouder voor
                                            de Levensmiddelen,

                                            A L H I E R.

        Ten vervolge op mijn schrijven van 16 October

jl. no. 37/6/132 M, heb ik de eer U te berichten,
dat in de periode loopende van 26 September tot en
met 14 October 1942, volgens opgave van de N.V.
Nederlandsche Veiling, aan de Joodsche bevolking
voor een bedrag groot F 19.771.-- aan groenten werd
afgestaan. In deze periode van 2 ½ week bedroeg de
heffing 6% van F. 19.771.-- = F. 1.186.26
Onder aftrek van 2 ½% voor hare be-
moeiingen vermeerderd met de door
haar te betalen omzetbelasting in
totaal " 508.12
----------
heeft de Nederlandsche veiling aan
mijn dienst afgedragen F 678.14
De Gemeente ontvangt hiervan 1% van
F. 19.771.-- " 197.71
----------
Saldo F 480.43
==============

De toegekende vergoeding over de eerste periode van
13 weken, loopende van 26 Juni tot 26 September 1942
groot F. 1.800.-- als basis nemende, zou aan de Com-
missie van Toezicht en den employé Pierotti van de
veiling van laatst genoemd bedrag ten goede komen 2 ½ / 13
van F. 1800.-- = F. 346.15, terwijl het restant groot
F. 134.28 voorloopig bij mijn dienst zou moeten worden
gereserveerd.

        Het is U reeds bekend, dat met ingang van 15

October 1942 het percentage der heffing is terugge-
bracht van 6 op 4% en dat de verdeeling van dien datum
af zal bedragen : 2% voor de veiling, 1% voor de
Commssie van Toezicht en 1% voor de Gemeente. Deze brief is een administratieve verantwoording van een specifieke belasting of 'heffing' die werd geheven op de levering van groenten aan de Joodse bevolking in de bezette Nederlanden. De berekening laat zien hoe de opbrengst van deze 6% (later 4%) heffing werd verdeeld tussen verschillende instanties:

  1. De N.V. Nederlandsche Veiling: Ontving een percentage (2,5%) voor de moeite en ter dekking van de omzetbelasting.
  2. De Gemeente: Ontving een vast percentage (1%).
  3. Commissie van Toezicht & personeel: Een deel van het bedrag was bestemd voor een toezichtcommissie en specifiek voor een werknemer genaamd Pierotti.
  4. Het restant: Werd gereserveerd door de betreffende gemeentelijke dienst.

De brief is opmerkelijk vanwege de kille, zakelijke toon waarmee een discriminerende maatregel financieel wordt afgehandeld. Het documenteren van de "afgestane" groenten voor een bedrag van bijna 20.000 gulden in slechts tweeënhalve week toont de omvang van de gecontroleerde voedselvoorziening aan Joden aan. Dit document stamt uit december 1942, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland in volle gang was. Joden waren inmiddels nagenoeg volledig geïsoleerd van het openbare leven en hun voedselvoorziening was strikt gereguleerd en beperkt.

De heffing waarover in deze brief wordt gesproken, is een voorbeeld van hoe de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie de Joodse bevolking niet alleen sociaal isoleerden, maar ook financieel uitbuitten. Door extra heffingen op primaire levensbehoeften zoals groenten te leggen, werd het leven voor Joden kunstmatig duurder gemaakt, terwijl de opbrengsten hiervan terugvloeiden naar de (gemeentelijke) overheid en toezichthoudende organen.

De genoemde "Commissie van Toezicht" hield waarschijnlijk toezicht op de naleving van de anti-Joodse maatregelen binnen de distributieketen. Het feit dat de heffing per 15 oktober 1942 werd verlaagd naar 4%, wijst op een wijziging in de regelgeving, mogelijk samenhangend met de toenemende centralisatie van de Joodse zaken onder de Zentralstelle für jüdische Auswanderung.

Samenvatting

Deze brief is een administratieve verantwoording van een specifieke belasting of 'heffing' die werd geheven op de levering van groenten aan de Joodse bevolking in de bezette Nederlanden. De berekening laat zien hoe de opbrengst van deze 6% (later 4%) heffing werd verdeeld tussen verschillende instanties:

  1. De N.V. Nederlandsche Veiling: Ontving een percentage (2,5%) voor de moeite en ter dekking van de omzetbelasting.
  2. De Gemeente: Ontving een vast percentage (1%).
  3. Commissie van Toezicht & personeel: Een deel van het bedrag was bestemd voor een toezichtcommissie en specifiek voor een werknemer genaamd Pierotti.
  4. Het restant: Werd gereserveerd door de betreffende gemeentelijke dienst.

De brief is opmerkelijk vanwege de kille, zakelijke toon waarmee een discriminerende maatregel financieel wordt afgehandeld. Het documenteren van de "afgestane" groenten voor een bedrag van bijna 20.000 gulden in slechts tweeënhalve week toont de omvang van de gecontroleerde voedselvoorziening aan Joden aan.

Historische Context

Dit document stamt uit december 1942, een periode waarin de Jodenvervolging in Nederland in volle gang was. Joden waren inmiddels nagenoeg volledig geïsoleerd van het openbare leven en hun voedselvoorziening was strikt gereguleerd en beperkt.

De heffing waarover in deze brief wordt gesproken, is een voorbeeld van hoe de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie de Joodse bevolking niet alleen sociaal isoleerden, maar ook financieel uitbuitten. Door extra heffingen op primaire levensbehoeften zoals groenten te leggen, werd het leven voor Joden kunstmatig duurder gemaakt, terwijl de opbrengsten hiervan terugvloeiden naar de (gemeentelijke) overheid en toezichthoudende organen.

De genoemde "Commissie van Toezicht" hield waarschijnlijk toezicht op de naleving van de anti-Joodse maatregelen binnen de distributieketen. Het feit dat de heffing per 15 oktober 1942 werd verlaagd naar 4%, wijst op een wijziging in de regelgeving, mogelijk samenhangend met de toenemende centralisatie van de Joodse zaken onder de Zentralstelle für jüdische Auswanderung.

Kooplieden in dit dossier 100

A.A.J. Ruha Waterlooplein 180
Abraham Cosman Waterlooplein Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A. Cosman Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A.B. Kroes Waterlooplein 100
A. Rustenburg Waterlooplein H 27 zol.
A. Slijkoord Waterlooplein 330
A. Slinger Waterlooplein -
A. Slinger Waterlooplein 90.
A. Teunings Waterlooplein idem
A. Tas Waterlooplein zie v.d. Vlugt
A. van Velzen Uilenburg Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A.v. Velzen Uilenburg Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A. Wijnschenk J.J. Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A. Wijnschenk Waterlooplein J.J.Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A.W.M. Muhel Waterlooplein 180
B. Hoornhout Waterlooplein 100
B. Moffie Uilenburg id.
B. Moffie Uilenburg id.
Barend Polak Waterlooplein L.H. Buys, Monsterscheweg 22, Monster
B. Polak. Waterlooplein L.H.Buuijs, Monsterscheweg 22, Monster
B. van Thijn Waterlooplein
C.G. Mulder Waterlooplein 180
C.W. van Weerdenburg Waterlooplein 180
C.Kooy Pzn. Waterlooplein
C. Ooms Waterlooplein
D. Appelboom Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
D. Appelboom Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
D. Hendrikse Waterlooplein zie v.d. Vlugt
D.J. Kost Waterlooplein
D. van Dijk Waterlooplein 200?
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6