Getypte brief (doorslag van een uitgaande brief).
Origineel
Getypte brief (doorslag van een uitgaande brief). 24 februari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven in blauw potlood:] Verzonden 24/2
[Stempel rechtsboven:] HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/9/16 M. 2 24 Februari 1942.
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen geworden ten name van de Fa.Gebr.Meentz betreffende huur van pakhuisafdeeling No.E 11c op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en mij het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, De brief betreft een formele ambtelijke correspondentie over de verhuur van bedrijfsruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De Directeur van de betreffende dienst stuurt een huurcontract in tweevoud (in duplo) naar de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het contract is opgesteld ten name van de firma Gebroeders Meentz voor het gebruik van pakhuisafdeling E 11c.
De procedurele gang van zaken wordt hier duidelijk: de directeur verzoekt de wethouder om ervoor te zorgen dat de burgemeester het contract ondertekent. Zodra dit is gebeurd, moet het document worden teruggestuurd zodat de administratieve afhandeling (registratie) kan worden voltooid. Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en formeel ("heb ik de eer", "Ik moge U beleefd verzoeken"), wat kenmerkend is voor de bestuurlijke stijl van die periode. Het document is gedateerd op 24 februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) een vitaal punt voor de voedselvoorziening van de stad. Gezien de schaarste en de rantsoenering stond de distributie van levensmiddelen onder strikt toezicht van de gemeente en de bezetter.
De wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam was op dat moment werkzaam onder burgemeester Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld. Hoewel het hier om een routineuze administratieve handeling lijkt te gaan (het huren van een pakhuis door een firma), vond dit plaats in een context waarin elk aspect van de voedselketen van strategisch belang was. De firma Gebr. Meentz was waarschijnlijk een groothandel in levensmiddelen die afhankelijk was van deze faciliteiten op de markt voor hun bedrijfsvoering. Marktwezen
Samenvatting
De brief betreft een formele ambtelijke correspondentie over de verhuur van bedrijfsruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De Directeur van de betreffende dienst stuurt een huurcontract in tweevoud (in duplo) naar de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het contract is opgesteld ten name van de firma Gebroeders Meentz voor het gebruik van pakhuisafdeling E 11c.
De procedurele gang van zaken wordt hier duidelijk: de directeur verzoekt de wethouder om ervoor te zorgen dat de burgemeester het contract ondertekent. Zodra dit is gebeurd, moet het document worden teruggestuurd zodat de administratieve afhandeling (registratie) kan worden voltooid. Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en formeel ("heb ik de eer", "Ik moge U beleefd verzoeken"), wat kenmerkend is voor de bestuurlijke stijl van die periode.
Historische Context
Het document is gedateerd op 24 februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) een vitaal punt voor de voedselvoorziening van de stad. Gezien de schaarste en de rantsoenering stond de distributie van levensmiddelen onder strikt toezicht van de gemeente en de bezetter.
De wethouder voor Levensmiddelen in Amsterdam was op dat moment werkzaam onder burgemeester Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld. Hoewel het hier om een routineuze administratieve handeling lijkt te gaan (het huren van een pakhuis door een firma), vond dit plaats in een context waarin elk aspect van de voedselketen van strategisch belang was. De firma Gebr. Meentz was waarschijnlijk een groothandel in levensmiddelen die afhankelijk was van deze faciliteiten op de markt voor hun bedrijfsvoering.