Handgeschreven memo/briefkaart met administratieve aantekeningen.
Origineel
Handgeschreven memo/briefkaart met administratieve aantekeningen. 25 maart 1942 (stempel); de contractperiode beslaat 1 januari 1942 tot 31 december 1942. [Bovenaan links:]
L. A. Buys
[Bovenaan rechts:]
Th. Mijlker
[Midden:]
Monsterscheweg 22
Monster
[onderstreept]
[Schuin omhoog geschreven aan de linkerzijde:]
Verwalter v
L. Presser
[Centrale tekst:]
Aan Buys (Verwalter van L. Presser) ver-
zoeken het huurcontract van pakhuis
E 2. te willen teekenen en terug te
zenden. Jensen [?]
contract loopt van 1/1 - 31/12 1942
[Stempel rechtsonder, ondersteboven geplaatst:]
25 MAART 1942
[Schuin geschreven tekst aan de rechterzijde:]
Gezien voor de [onleesbaar, mogelijk afkorting instantie]
[Paars rond stempelmerk:]
(W) Het document betreft de administratieve afhandeling van een huurcontract voor een pakhuis in Monster tijdens de Duitse bezetting. De sleutelterm in dit document is "Verwalter". Dit wijst erop dat L.A. Buys door de bezettingsautoriteiten was aangesteld als bewindvoerder over de bezittingen van L. Presser.
De achternaam Presser is een bekende Joodse naam. In de context van 1942 betekent dit dat het pakhuis van Presser onder dwangbeheer was gesteld als onderdeel van de 'Arisering' (onteigening van Joods bezit). De Verwalter had de taak om het bezit te beheren of te liquideren ten gunste van de bezetter. Het document toont de bureaucratische precisie waarmee deze diefstal werd vastgelegd: zelfs voor een geconfisqueerd pakhuis moesten de huurcontracten formeel getekend en gedateerd worden. In 1941 en 1942 vaardigde de Duitse bezetter diverse verordeningen uit (o.a. VO 189/1940 en VO 48/1941) die het mogelijk maakten om Joodse bedrijven en onroerend goed te registreren en onder beheer van een "Verwalter" te plaatsen. Dit was de eerste stap naar volledige onteigening en de uiteindelijke deportatie van de Joodse eigenaren. De vermelding van het pakhuis in Monster suggereert een link met de tuinbouwsector in het Westland, waar pakhuisruimte essentieel was voor de handel. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de onteigening van Joods bezit tot op lokaal niveau in de Nederlandse administratie was doorgedrongen. L.A. Buys (Verwalter) L. Presser (eigenaar/betrokkene) Th. Mijlker (waarschijnlijk afzender/ambtenaar).
Samenvatting
Het document betreft de administratieve afhandeling van een huurcontract voor een pakhuis in Monster tijdens de Duitse bezetting. De sleutelterm in dit document is "Verwalter". Dit wijst erop dat L.A. Buys door de bezettingsautoriteiten was aangesteld als bewindvoerder over de bezittingen van L. Presser.
De achternaam Presser is een bekende Joodse naam. In de context van 1942 betekent dit dat het pakhuis van Presser onder dwangbeheer was gesteld als onderdeel van de 'Arisering' (onteigening van Joods bezit). De Verwalter had de taak om het bezit te beheren of te liquideren ten gunste van de bezetter. Het document toont de bureaucratische precisie waarmee deze diefstal werd vastgelegd: zelfs voor een geconfisqueerd pakhuis moesten de huurcontracten formeel getekend en gedateerd worden.
Historische Context
In 1941 en 1942 vaardigde de Duitse bezetter diverse verordeningen uit (o.a. VO 189/1940 en VO 48/1941) die het mogelijk maakten om Joodse bedrijven en onroerend goed te registreren en onder beheer van een "Verwalter" te plaatsen. Dit was de eerste stap naar volledige onteigening en de uiteindelijke deportatie van de Joodse eigenaren. De vermelding van het pakhuis in Monster suggereert een link met de tuinbouwsector in het Westland, waar pakhuisruimte essentieel was voor de handel. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de onteigening van Joods bezit tot op lokaal niveau in de Nederlandse administratie was doorgedrongen.