Archief 745
Inventaris 745-377
Pagina 333
Dossier 55
Jaar 1942
Stadsarchief

Dienstbrief / Rapportage

1 oktober 1942 Van: Ir. G.W. van der Helm, Rijkstuinbouwconsulentschap te Amsterdam (gevestigd te Amstelveen)

Origineel

Dienstbrief / Rapportage 1 oktober 1942 Ir. G.W. van der Helm, Rijkstuinbouwconsulentschap te Amsterdam (gevestigd te Amstelveen) [Briefhoofd]
RIJKSTUINBOUWCONSULENTSCHAP TE AMSTERDAM

IR. G. W. VAN DER HELM
WOLFERT VAN BORSSELENWEG 108
AMSTELVEEN
TELEFOON No. 2706
KENGETAL K 2970

AMSTELVEEN, 1 October 1942.
BRIEFNUMMER: 15 - 733.

BERICHT OP SCHRIJVEN VAN: [leeg]
BETREFFENDE: proeftuinen H.U.V.
C/Z.

[Handgeschreven aantekeningen in blauw en paars over de linkerbovenzijde:]
Afschrift d.d. 6 Oct 42 naar Mr. Delfgaauw afd Marktwezen

[Groot paars stempel:]
№ 37/12/2 M. 1942 7/10

[Aan de rechterzijde handgeschreven in potlood:]
afschrift maken

[Adresvlak]
Den Heer Sixma
Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat
AMSTERDAM.

[Inhoud brief]
Naar aanleiding van Uw telefonisch verzoek van 30 September j.l. deel ik U het volgende over de proeftuin te Amsterdam mede -

De proeftuin "Hollandsch-Utrechts Veendistrict" is een vereeniging van ± 1450 kweekers, welke tezamen leden zijn van de veilingen te
Amsterdam
Ter Aar
Roelof sarendsveen
Vinkeveen
Hilversum
Naarden.

Alle 1450 kweekers zijn lid tegen een contributie van f. 2.-- per persoon per jaar.
Door de provinciën Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht wordt een subsidie gegeven aan het aantal tuinders, dat uit iedere provincie lid van den proeftuin is.
Het Rijk geeft eenzelfde bedrag aan subsidie als het totaal dat de kweekers en provinciën tezamen storten.
Omdat het Rijk dus een belangrijk aandeel in de subsidie heeft verlangt zij, dat de Rijkstuinbouwconsulent onder wiens ressort den proeftuin valt ambtshalve Directeur van den proeftuin is.

De gemeente Amsterdam heeft bijgedragen door een perceel grond, groot kadastraal 2 ha. gelegen aan den Sloterstraatweg naast 790 beschikbaar te stellen voor een bedrag van f. 1.-- per jaar. Voorts heeft zij een mooi hek voor den ingang van den tuin in bruikleen afgestaan.

Het bestuur van de Sloter- en Gecombineerde Middelveldsche polders heeft met een subsidie van f. 1000.-- bijgedragen.
Een diepvriesinrichting elders heeft eveneens f. 1000. - gegeven met het verzoek als tegenprestatie voor haar een proef ter grootte van 10 aren van alle in Nederland en Duitschland voorkomende aardbei-variëteiten te nemen.

Voorts bestaat er een nauwe samenwerking met het Gemeente Energiebedrijf.
De tuin is in het voorjaar van 1942 in exploitatie genomen. De gewassen vertoonen een goeden stand.
De bedoeling van de Vereeniging "Hollandsch-Utrechts Veendistrict" is het nemen van wetenschappelijke proeven en demonstraties van teelten en teeltwijzen, ten behoeve van de praktijk die zeer veel bijdragen aan de voorlichting van de tuinbouwers. * Administratieve context: De brief is een formele beantwoording van een telefonische informatieaanvraag. Het toont de nauwe verwevenheid tussen verschillende overheidslagen (Rijk, Provincie, Gemeente) en de sector (veilingen, kwekers).
* Financiële structuur: De financiering van de proeftuin is een zogenaamde "match-funding": de bijdrage van de leden en de provincies wordt door het Rijk verdubbeld. In ruil hiervoor eist het Rijk zeggenschap door de Rijkstuinbouwconsulent als directeur aan te stellen.
* Locatie en Omvang: De proeftuin besloeg 2 hectare aan de Sloterstraatweg in Amsterdam (nabij Sloten), een gebied dat historisch gezien cruciaal was voor de tuinbouw-voorziening van de stad.
* Technologische focus: Opvallend is de vermelding van een "diepvriesinrichting" die onderzoek financiert naar aardbeivariëteiten uit zowel Nederland als Duitsland. Dit wijst op vroege interesse in de houdbaarheid en koeltechnieken van zachtfruit.
* Tijdsbeeld: Hoewel geschreven in 1942 (tijdens de Duitse bezetting), is de toon puur zakelijk en technisch-ambtelijk. De samenwerking met "Duitschland" op het gebied van aardbeivariëteiten is een subtiele herinnering aan de toenmalige politieke realiteit. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog, waarin de voedselvoorziening en de optimalisatie van de land- en tuinbouw (de "voedselvoorziening in oorlogstijd") van vitaal belang waren. De proeftuin "Hollandsch-Utrechts Veendistrict" (H.U.V.) richtte zich specifiek op de veengronden tussen Amsterdam en Utrecht, een gebied met specifieke uitdagingen voor kwekers.

De betrokkenheid van de directeur van het Marktwezen (destijds gevestigd aan de Jan van Galenstraat, waar ook de Centrale Markthallen waren) is logisch: de proeftuin diende om de kwaliteit en kwantiteit van de producten die op de markt kwamen te verbeteren. De Sloterpolder, waar de tuin lag, was tot aan de grote stadsuitbreidingen na de oorlog het "groentemandje" van Amsterdam.

Samenvatting

  • Administratieve context: De brief is een formele beantwoording van een telefonische informatieaanvraag. Het toont de nauwe verwevenheid tussen verschillende overheidslagen (Rijk, Provincie, Gemeente) en de sector (veilingen, kwekers).
  • Financiële structuur: De financiering van de proeftuin is een zogenaamde "match-funding": de bijdrage van de leden en de provincies wordt door het Rijk verdubbeld. In ruil hiervoor eist het Rijk zeggenschap door de Rijkstuinbouwconsulent als directeur aan te stellen.
  • Locatie en Omvang: De proeftuin besloeg 2 hectare aan de Sloterstraatweg in Amsterdam (nabij Sloten), een gebied dat historisch gezien cruciaal was voor de tuinbouw-voorziening van de stad.
  • Technologische focus: Opvallend is de vermelding van een "diepvriesinrichting" die onderzoek financiert naar aardbeivariëteiten uit zowel Nederland als Duitsland. Dit wijst op vroege interesse in de houdbaarheid en koeltechnieken van zachtfruit.
  • Tijdsbeeld: Hoewel geschreven in 1942 (tijdens de Duitse bezetting), is de toon puur zakelijk en technisch-ambtelijk. De samenwerking met "Duitschland" op het gebied van aardbeivariëteiten is een subtiele herinnering aan de toenmalige politieke realiteit.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog, waarin de voedselvoorziening en de optimalisatie van de land- en tuinbouw (de "voedselvoorziening in oorlogstijd") van vitaal belang waren. De proeftuin "Hollandsch-Utrechts Veendistrict" (H.U.V.) richtte zich specifiek op de veengronden tussen Amsterdam en Utrecht, een gebied met specifieke uitdagingen voor kwekers.

De betrokkenheid van de directeur van het Marktwezen (destijds gevestigd aan de Jan van Galenstraat, waar ook de Centrale Markthallen waren) is logisch: de proeftuin diende om de kwaliteit en kwantiteit van de producten die op de markt kwamen te verbeteren. De Sloterpolder, waar de tuin lag, was tot aan de grote stadsuitbreidingen na de oorlog het "groentemandje" van Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

A.A.J. Ruha Waterlooplein 180
Abraham Cosman Waterlooplein Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A. Cosman Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A.B. Kroes Waterlooplein 100
A. Rustenburg Waterlooplein H 27 zol.
A. Slijkoord Waterlooplein 330
A. Slinger Waterlooplein -
A. Slinger Waterlooplein 90.
A. Teunings Waterlooplein idem
A. Tas Waterlooplein zie v.d. Vlugt
A. van Velzen Uilenburg Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
A.v. Velzen Uilenburg Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
A. Wijnschenk J.J. Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A. Wijnschenk Waterlooplein J.J.Griffioen, Bilderdijkkade 31, Amsterdam
A.W.M. Muhel Waterlooplein 180
B. Hoornhout Waterlooplein 100
B. Moffie Uilenburg id.
B. Moffie Uilenburg id.
Barend Polak Waterlooplein L.H. Buys, Monsterscheweg 22, Monster
B. Polak. Waterlooplein L.H.Buuijs, Monsterscheweg 22, Monster
B. van Thijn Waterlooplein
C.G. Mulder Waterlooplein 180
C.W. van Weerdenburg Waterlooplein 180
C.Kooy Pzn. Waterlooplein
C. Ooms Waterlooplein
D. Appelboom Gebr. F.J. Beugel, Amsterdam
D. Appelboom Waterlooplein Gebr.F.J.Beugel, Amsterdam
D. Hendrikse Waterlooplein zie v.d. Vlugt
D.J. Kost Waterlooplein
D. van Dijk Waterlooplein 200?
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6