Dienstverslag/Rapportage betreffende een marktovertreding.
Origineel
Dienstverslag/Rapportage betreffende een marktovertreding. 2 september 1943. Albert Cuypstraat
No. 20/20/2 M. 1943 7/9
2 Sept. '43
Den Heer
Inspecteur
Te ongeveer 14 uur, terwijl ik marktdienst
deed in de Alb: Cuypstraat, zag ik dat
Pieter Ronner pl: n: 228 geb: 30-10-13 wonende
Alb: Cuypstraat 123 N.º persoonsbewijs
420496, koek verkocht, zonder daarvoor
bonnen in ontvangst te nemen. Direct heb
ik P. Ronner in laten pakken, en hem van
zijn plaats verwijderd.
J. Renz
20/20/2ª Dit handgeschreven rapport is opgesteld door J. Renz, vermoedelijk een marktmeester of een beambte van de controledienst, gericht aan zijn inspecteur. De tekst is zakelijk en bevat alle noodzakelijke persoonsgegevens voor een officiële vervolging: naam, geboortedatum, adres, standplaatsnummer (pl: n: 228) en het nummer van het persoonsbewijs.
De kern van de overtreding is het verkopen van "koek" zonder de verplichte distributiebonnen in te nemen. In de oorlogsjaren was dit een economisch delict. De term "in laten pakken" duidt hier op het onmiddellijk laten aanhouden of verbaliseren van de betrokkene, gevolgd door een directe sanctie: verwijdering van de marktplaats. Het document dateert uit september 1943, een periode van schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Vanwege de tekorten was bijna al het voedsel (waaronder koek en gebak) uitsluitend op de bon verkrijgbaar. De controle op de zwarte handel en het naleven van de distributiewetten was uiterst streng op openbare locaties zoals de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.
Dergelijke rapporten werden vaak doorgestuurd naar de Prijsbeheersing of de Economische Controledienst (ECD). Voor een marktkoopman kon een dergelijke overtreding niet alleen leiden tot een boete, maar ook tot het definitief intrekken van de marktvergunning. De vermelding van het persoonsbewijsnummer (geïntroduceerd in 1941) was essentieel voor de administratieve verwerking door de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse politie. J. Renz P. Ronner Te ongeveer (Inspecteur) Politie
Samenvatting
Dit handgeschreven rapport is opgesteld door J. Renz, vermoedelijk een marktmeester of een beambte van de controledienst, gericht aan zijn inspecteur. De tekst is zakelijk en bevat alle noodzakelijke persoonsgegevens voor een officiële vervolging: naam, geboortedatum, adres, standplaatsnummer (pl: n: 228) en het nummer van het persoonsbewijs.
De kern van de overtreding is het verkopen van "koek" zonder de verplichte distributiebonnen in te nemen. In de oorlogsjaren was dit een economisch delict. De term "in laten pakken" duidt hier op het onmiddellijk laten aanhouden of verbaliseren van de betrokkene, gevolgd door een directe sanctie: verwijdering van de marktplaats.
Historische Context
Het document dateert uit september 1943, een periode van schaarste tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Vanwege de tekorten was bijna al het voedsel (waaronder koek en gebak) uitsluitend op de bon verkrijgbaar. De controle op de zwarte handel en het naleven van de distributiewetten was uiterst streng op openbare locaties zoals de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.
Dergelijke rapporten werden vaak doorgestuurd naar de Prijsbeheersing of de Economische Controledienst (ECD). Voor een marktkoopman kon een dergelijke overtreding niet alleen leiden tot een boete, maar ook tot het definitief intrekken van de marktvergunning. De vermelding van het persoonsbewijsnummer (geïntroduceerd in 1941) was essentieel voor de administratieve verwerking door de bezettingsautoriteiten en de Nederlandse politie.