Officiële brief/dienstorder.
Origineel
Officiële brief/dienstorder. 20 februari 1943. Der Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete, Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam (Wirtschaftsreferent). Direktion des Centrale Markt, Amsterdam - C., Jan van Galenstr. 14. [Logo: Rijksadelaar met swastika]
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE
DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM
AMSTERDAM, den 20. Februar 1943.
Ref. Wi.
An die
Direktion des Centrale Markt
A m s t e r d a m - C.
-------------------
Jan van Galenstr.14
[Stempel in paars/blauw:] No. 20/6/1 M. 1943 [Handgeschreven:] 25/2
[Handgeschreven in blauw:] ni. Insp.
Betr.: Besetzung der jüdischen Märkte. [Correctie: de 's' aan het eind van Märktes is handmatig doorgestreept].
Ich bitte, mir möglichst umgehend eine Liste
in dreifacher Ausfertigung über die derzeitige Besetzung der
jüdischen Märkte einzureichen.
Im Auftrag
[Handtekening: A. Gombault]
(A. Gombault)
Wirtschaftsreferent
[Rechtsonder in blauw potlood:] 20 * Layout en Formaat: De brief is opgesteld op officieel briefpapier van de Reichskommissar. De tekst is getypt, met uitzondering van de handtekening, enkele administratieve markeringen en een correctie in de onderwerpregel.
* Taal: Duits. De toon is zakelijk en dwingend ("Ich bitte... einzureichen" is in deze context een bevel).
* Marginalia:
* De handgeschreven toevoeging "25/2" bij het referentienummer duidt waarschijnlijk op de datum van ontvangst of verwerking bij de Centrale Markt.
* De notitie "ni. Insp." zou kunnen staan voor "nicht inspiziert" of een soortgelijke administratieve afkorting van de controleur.
* In de onderwerpregel is "Märktes" handmatig gecorrigeerd naar het meervoud "Märkte" door de slot-'s' door te strepen. In de hoofdtekst staat het wel direct correct in het meervoud getypt.
* Ondertekening: De brief is ondertekend door A. Gombault, de Wirtschaftsreferent (economisch adviseur/referent) namens de Beauftragte voor Amsterdam (Hans Böhmcker). Dit document stamt uit februari 1943, een kritieke fase in de Duitse bezetting van Nederland waarin de Jodenvervolging werd geïntensiveerd. In 1941 waren in Amsterdam specifieke "Joodse markten" ingesteld (zoals op het Waterlooplein, het Gaaspstraatje en de Joubertstraat) om Joodse kooplui en klanten te isoleren van de rest van de bevolking.
De eis van de Wirtschaftsreferent voor een lijst van de "huidige bezetting" (bezetting in de zin van: welke marktkooplieden zijn er nog actief) van deze markten was een voorbode van de totale liquidatie van de Joodse economische activiteiten. In 1943 werden de deportaties vanuit Amsterdam naar de concentratie- en vernietigingskampen op grote schaal uitgevoerd; dergelijke lijsten dienden als administratieve basis voor het onteigenen van bezittingen en het opsporen van personen die nog niet waren gedeporteerd. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat speelde een sleutelrol in de voedselvoorziening en distributie, en stond onder direct toezicht van de Duitse bezetter.